*

 

D66: Weg met de ’TomTom-burger’

Cyntha van Gorp − 31/08/09, 00:00

De politiek moet meer vertrouwen op de eigen kracht van burgers, stelt D66. Zelfontplooiing is een recht, maar zeker ook een plicht.

  • De 'TomTom-burger' wil precies van de overheid weten hoe zijn weg loopt. (ANP)

Hoever reikt de eigen kracht van mensen en waar moet de overheid ingrijpen? Over die vraag is aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen binnen D66 een discussie losgebarsten. Nu de scherven zijn opgeveegd en de partij het goed doet in de peilingen, is het tijd om die virtuele zetels – 21 stuks in de laatste peilingen van Maurice de Hond – te verzilveren.

De eerste aanzet daartoe is een klein, blauw boekje met als titel ’Vertrouw op eigen kracht van mensen’, dat onlangs het licht zag. Het moet dienen als kompas in de voorbereiding op de komende verkiezingsprogramma’s, stelde Joris Backer, voorzitter van de zogeheten permanente programmacommissie.

Volgens het essay staan de logica en houdbaarheid van de verzorgingsstaat onder druk. Nederland moet toe naar een ontplooiingsstaat en stoppen ’de TomTom-burger’ te stimuleren, die precies van de overheid wil weten hoe zijn (levens)weg loopt. De sociaal-liberalen menen dat de politiek te veel fixeert op het ontbreken van de eigen kracht van mensen, waardoor ze nieuwe afhankelijken creëert. D66 wil juist focussen op die eigen kracht, en hen die verzaken daarop aanspreken.

Neem de Wet Werk en Bijstand, zegt D66’er Victor Everhardt, voorzitter van de programmacommissie Utrecht. „Deze wet draait om de trampoline. Je valt uit de arbeidsmarkt, springt op de trampoline en keert terug. Maar in het terugkeerproces gaan vaak dingen mis. Je krijgt namelijk niet alleen een uitkering, maar ook een waslijst aan activiteiten”, verklaart hij. „Twee keer per week solliciteren, al je inkomsten melden, enzovoorts.”

Dat kan anders, denkt hij. „Geef mensen geen uitkering en een waslijst, maar een uitkering en een keuzemogelijkheid.” Hij wil werklozen laten kiezen uit drie opties. Zo kan een cliënt in het kader van ’recht op werk’ van de gemeente een baan krijgen voor maximaal twintig uur per week en een salaris op bijstandniveau. Hij kan ook besluiten om met hulp van een coach zelf de regie te voeren over zijn reïntegratietraject. In een derde variant kiest de werkloze voor een bestaansminimum, al dan niet uitbetaald in natura. Onvoldoende om van rond te komen, maar wel verzekerd van een woning, eten en kleren.

„Keuzes hebben wordt vaak negatief gewaardeerd”, zegt emeritus hoogleraar Herman van Gunsteren. „Ik ben ook een TomTom-burger. Soms krijg je kracht als dingen je worden opgelegd, kijk naar survival.”

Ook partijgenoten zien haken en ogen. Wat als het granieten bestand werklozen massaal voor ’die melkertbanen’ kiest, is dat werk er wel? En kan de niet-werkende partner zomaar aanspraak maken op dat bestaansminimum? Everhardt heeft zijn plannen nog niet helemaal uitgedacht, maar verwacht positieve effecten: „Mensen die willen reïntegreren, worden hiertoe echt gemotiveerd. En bedrijven en dure coaches worden zo niet langer geconfronteerd met ongemotiveerde sollicitanten.”

mailIcon print |