*

 

Jij hebt genoeg gedaan!!

Margriet de Vilder − 19/07/09, 21:32

,,Oud worden valt niet mee", zei hij, toen zijn ogen, starend in de verte, een beetje vochtig werden. Dat kan ik me goed voorstellen, na een leven dat zo enerverend en anders verlopen is dan ooit gepland.

  • Frans de Vilder. * 18-07-1925   + 24-04-2009 (Margriet de Vilder)
    Frans de Vilder. * 18-07-1925 + 24-04-2009 (Margriet de Vilder)

Het avontuurlijke trok hem, en in het kinderrijke gezin, waarin Frans als oudste opgroeide, kreeg hij daartoe alle gelegenheid. De vakanties, met op dat moment zeven kinderen tegelijk thuis, waren voor zijn moeder een ware ramp. Van dat stel was Frans niet alleen de oudste, maar ook de lastigste. Dus hadden zijn ouders een goede oplossing bedacht: logeren bij zijn opa en oma.

Als negenjarige fietste hij in z’n eentje op een gammele fiets van Wijk bij Duurstede naar Santpoort. Zijn vader ging er kennelijk van uit dat hij de weg wel wist. Altijd al had hij een bijzondere interesse voor kaarten en atlassen. Dat kwam hem toen én in zijn latere leven erg goed van pas. Eerst dwars door de stad Utrecht richting Amsterdam. Van Amsterdam naar Haarlem en dan nog het kippeneindje naar Santpoort. En géén bericht van veilige aankomst naar huis. Dat zou immers rieken naar overdreven sentiment.

Het aannemersbedrijf Hillen en Roosen, waar zijn vader werkte, kreeg de opdracht de Prins-Bernhardsluizen in Tiel te bouwen. Het gezin verhuisde daarom van Wijk bij Duurstede naar Tiel. Dat betekende voor Frans verandering van school. Van de Gregoriusmulo in Utrecht ging hij naar de rooms-katholieke mulo in Tiel. In die tijd leerde hij ook zwemmen, natuurlijk in de Waal, en raakte hij bekend met de gevaarlijke stromingen en draaikolken in deze snelstromende rivier. Die kennis zou hem later heel goed van pas komen.

De politieke spanning in Europa nam inmiddels steeds meer toe. In de Betuwe werden verdedigingslinies gebouwd die eventueel onder water gezet konden worden. Toen generaal Winkelman op 10 mei 1940, na het bombardement op Rotterdam, de capitulatie bekend maakte, was dat een bepalend moment voor de toen veertienjarige Frans. Samen met zijn neef besloot hij via Rotterdam naar Beverwijk te fietsen. De aanblik van het platgebombardeerde Rotterdam bezorgde hem een sterk gevoel van haat, en van revanche willen nemen.

Het leven onder het juk van de Duitse bezetting was begonnen.

Met een diploma voor mulo A én B ging Frans in september 1942 naar de middelbare technische school in Den Bosch. Oorlog of niet, daar in Tiel aan de Waal werd Frans verliefd. Helaas, het meisje was niet katholiek. Toen nog voldoende reden voor zijn ouders om zich hier hevig tegen te verzetten. De verboden en dus geheime relatie dwong Frans uit te wijken naar de oevers van de hem zo vertrouwde Waal.

Thuis bij Frans werd elke dag trouw naar de verboden zender Radio Oranje geluisterd.

Zo hoorden zij in september 1944 de aankondiging van de operatie Market-Garden. De generaals Eisenhower en Montgomery hadden besloten een gewaagde operatie uit te voeren. Met Amerikaanse, Engelse en Poolse luchtlandingstroepen moesten de bruggen bij Grave( Maas), Nijmegen (Waal) en Arnhem (Neder-Rijn) worden veroverd en behouden. Tegelijkertijd zou het dertigste legercorps vanuit het zuiden de aansluiting bewerkstelligen met de luchtlandingstroepen. De operatie slaagde tot en met de brug bij Nijmegen. De brug bij Arnhem werd weliswaar wel veroverd maar moest helaas weer worden prijsgegeven. Meer dan 1200 parachutisten sneuvelden, velen raakten gewond en anderen werden gevangen genomen. Slechts enkele honderden konden door de ondergrondse worden opgevangen en verborgen gehouden. Het geallieerde opperbevel gaf de opdracht deze parachutisten weer veilig terug te brengen naar het bevrijde gebied. Bij deze operatie heeft Frans een, naar eigen zeggen, bescheiden rol gespeeld.

Na de mislukte aanval op Arnhem, doch nog voordat de Duitsers bij Tiel een verdedigingslinie hadden opgebouwd, was Frans met één van zijn vrienden zwemmend de Waal overgestoken. Zij wilden polshoogte nemen hoever de geallieerden inmiddels gevorderd waren en bovendien even het gevoel hebben bevrijd te zijn. Zo viel het oog van de ondergrondse op hem. Ze wisten dat hij de Waal op zijn duimpje kende en vooral óók dat hij de mentaliteit had om noodzakelijk werk te doen ook als dat gevaren met zich meebracht.

Zijn eerste opdracht was het overbrengen van documenten naar de geallieerde inlichtingendienst IS 9 in Nijmegen. Van IS 9 kreeg hij een Engelse ‘battle dress’, een pistool en een revolver. Met deze spullen begaf Frans zich naar een aanbevolen adres in Beneden-Leeuwen om daar een logeeradres voor na de crossings voor zichzelf te regelen. Het toeval wilde dat hij terecht was gekomen bij een weduwe met ongetrouwde dochters, die hoog opkeken tegen ‘die ondergrondse strijder van de overkant’. Vol trots liet hij zijn uniform en wapens zien.

Om nog meer indruk te maken demonstreerde hij de revolver in de keuken. Hij haalde de kogel uit de ruimte tegenover de trekker en richtte op het fornuis, met het idee dat er niets zou gebeuren. Tot zijn grote schrik vloog echter een kogel dwars door het fornuis. Hij had zich niet gerealiseerd, dat de patroonhouder één kogelruimte verder draaide als je de trekker overhaalde. De dochters vonden het prachtig en de gastvrijheid bleef, ondanks dit incident. Diezelfde nacht vertrok hij naar bezet gebied met achterlating van zijn spullen. Dat laatste bleek een verstandige beslissing, die de volgende dag zijn leven zou redden.

Rond middernacht vertrok hij voor de oversteek bij het plaatsje Ochten. Het was een donkere nacht. Weinig lichtfakkels in de lucht. Alles verliep volgens plan. Bij het passeren van de zomerdijk zag Frans twee Duitse soldaten en hij hield zich muisstil. Maar één van hen stapte boven op hem. Met geweren in de aanslag werd hij afgevoerd. Hij ging ervan uit dat zijn laatste uurtje had geslagen. Aangekomen bij de Ortskommandant in Ochten vertelde hij een verzonnen verhaal van een verblijf bij zijn oom in Brabant tijdens de operatie bij Arnhem, maar dat hij nu toch, vanwege heimwee, terugwilde naar zijn ouders in Tiel. Dank zij het feit dat hij zijn battle dress, het pistool en de revolver in Beneden-Leeuwen had achtergelaten, werd zijn verhaal geloofd. Na nog wat verzonnen gegevens gemeld te hebben over de geallieerde activiteiten, mocht hij tot zijn stomme verbazing gaan.

Terug in Tiel lag inmiddels een nieuwe opdracht voor Frans voor een oversteek klaar die zwemmend moest worden afgelegd. Kleren en documenten gingen in een afgesloten bus. Het water was ijs- en ijskoud, maar dat deerde hem niet. De opdracht ging boven alles.

Eenmaal veilig aan de overkant kreeg hij met zijn verstijfde vingers de bus niet open. Dus besloot hij in zijn zwembroek richting dijk te gaan. Door de duisternis kwam hij terecht in een brandnetelveld. Bepaald géén lolletje, zo in je blootje.

Er volgden nog een negental ‘crossings’ waardoor verborgen parachutisten vanuit de Veluwe terug konden keren naar hun onderdelen. De Canadese parachutist Leo Heaps was één van de eersten die gebruik maakten van deze ontsnappingsroute. Hij schreef er twee boeken over, waarin hij aandacht besteedde aan Frans. ( Escape from Arnhem pag. 101, 104, 108 en 112 ) en ‘De gans is gevlogen’ (pag.151 en 152)

Tijdens de ‘crossings’ waren er twee zaken waar Frans erg bang voor was. Eén: de lichtfakkels, afgeschoten door de Duitsers. En twee: het onderling fluisteren van de parachutisten. Ter herinnering aan deze ‘crossings’ staat in Tiel, langs de Waal, een monument. (Gegevens hierover zijn op te vragen bij de plaatselijke VVV.)

De elfde ‘crossing’ die hij maakte werd tevens zijn laatste en zou zijn hele verdere toekomst bepalen. Frans moest een zeer belangrijk persoon, een zekere luitenant-kolonel David Dobie, overzetten. Deze man had een ontsnappingsplan voor alle op de Veluwe verborgen parachutisten, waarmee hij zo snel mogelijk naar het hoofdkwartier in Nijmegen wilde. Het weer zat mee, de nacht was donker en er werden geen lichtfakkels afgeschoten. Midden op de rivier echter verloor Frans zijn roeispaan en dreigden ze af te drijven naar gevaarlijk gebied vol met Duitse mitrailleurposten. Frans wilde zwemmen, maar de luitenant-kolonel weigerde vanwege de vele documenten die hij bij zich droeg. Zo kwam hij op het idee de zitplank als peddel te gebruiken. Dat maakte natuurlijk veel meer lawaai. Maar ze hadden geluk. Alles verliep zonder verdere incidenten en de documenten belandden veilig en wel bij de IS 9 in Nijmegen.

Dobie vond het echter niet meer verantwoord dat Frans terug zou gaan naar bezet gebied en nam hem mee naar Engeland, waar Frans zijn droom, opgeleid worden tot jachtvlieger, waar kon maken. Daar wachtte hij, vol ongeduld, tot zijn opleiding tot vlieger bij de RAF zou starten . Hij vond het onbegrijpelijk dat dat zo lang moest duren. In die tijd werd hij twee keer voor een privé- audiëntie bij koningin Wilhelmina ontboden om verslag te doen van de toestanden in bezet gebied. Hij sprak met haar alsof het zijn eigen moeder was, het protocol vergetend dat hij haar niet mocht tegenspreken. Jaren later, bij een bezoek van de koningin aan Tiel, was haar eerste vraag aan de burgemeester: ,,Hoe gaat het met Frans de Vilder?”

Frans heeft zich altijd afgevraagd waarom zijn vader hem de ‘crossings’ niet verbood. Hem niet gewoon had gezegd dat Hitler, ook zonder zijn inzet, de oorlog wel zou verliezen. Vaak vroeg hij zich af of zijn vader wel geweten had hoe gevaarlijk dit was? Op diens sterfbed kreeg hij daar alsnog antwoord op: ,,Jij hebt genoeg gedaan” .

Half januari 1945 was dan eindelijk hét moment aangebroken. Frans trad in dienst bij de RAF. Na door en door getest te zijn, wat hij naar zijn gevoel niet zo goed gedaan had, kon het grote werk beginnen. Hoewel hij het niet bewijzen kon, dacht hij dit te danken te hebben aan Koningin Wilhelmina. Vliegen op de Tiger Moth, een open dubbeldeks toestel.

Al na 8 uur lessen mocht hij alleen de lucht in. Tegen het eind van de opleiding gebeurde er iets bijzonders. Frans moest oefenen in laag vliegen. Met zijn instructeur vloog hij naar een gebied dat daar speciaal voor was aangewezen. Met dat laagvliegen deed Frans het uiteraard kalm aan, hetgeen de instructeur behoorlijk ergerde. Op een gegeven moment schreeuwde deze: ,,I’ll show you some low flying.” Hij dook naar beneden om een grote alleenstaande boom heen. ,,Opeens hoorden wij een enorm gezwiep en was het alsof het vliegtuig even stilstond.” Links en rechts aan de vleugel bungelden talloze telefoondraden. Ook zag Frans dat de rechterbovenvleugel op enkele centimeters van de benzinetank was gescheurd. Met al die draden viel niet te vliegen, dus volgde een noodlanding in een weiland. Daar verwijderden ze direct de draden. Teruggekomen op de thuisbasis werd Frans onmiddellijk opnieuw met hetzelfde toestel de lucht ingestuurd om aerobatics te oefenen. Bij terugkeer stond de flightcommander te kijken naar de binnenkomende vliegtuigen. Hij zag aan de vleugel een draad hangen; die had de instructeur over het hoofd gezien. Het voorval is door de krijgsraad behandeld met als belangrijkste klacht: een beschadigd toestel opnieuw de lucht insturen. Op 13 augustus kwam een einde aan de Tiger Moth opleiding. Voor degenen die jachtvlieger wilden worden werd de opleiding op de Harvard voortgezet.

Op 20 maart 1946 kreeg Frans zijn RAF vliegbrevet in Grantham uitgereikt. De oorlog was voorbij en zijn droom, met een Spitfire Messerschmidts aanvallen, lag daarmee in gruzelementen. Op 31 maart 1946 was Frans weer thuis in Holland. Op 18 oktober 1948 ontving hij, vanwege z’n crossings, van de Engelse ambassadeur Sir Philip Nichols de ‘ King’s Medal For Courage In The Cause Of Freedom’ .

Weer thuis kwam Frans in dienst bij de LSK (luchtstrijdkrachten) en werd hij aangewezen om in Indië als vlieger dienst te gaan doen bij het nummer 6 ARVA squadron. Dit squadron had tot taak om op Java verkenningen uit te voeren en artillerievuur aan te sturen. De vluchten werden uitgevoerd met éénmotorige Austers.

Toen zijn diensttijd in Indië erop zat was het wachten op een schip dat hem huiswaarts zou voeren. Wachttijd en verblijf werden benut om bij het KLM Interinsulaire Bedrijf te informeren naar de mogelijkheid vlieger te worden. Maar daarvoor moest wel het een en ander aan bijscholing worden gedaan. Vliegen voor de burgerluchtvaart is toch iets anders dan een baan als jachtvlieger. Het begon met het afleggen van een vliegtest. Zijn instructeur, Lee Hammond droeg hem op de motoren van een Dakota te starten. Vol verbazing keek Frans hem aan en zei: ,,Maar mijnheer Lee, ik heb nog nooit een cockpit van een Dakota gezien. Ik heb Austers gevlogen en u vraagt mij de motoren te starten?” De instructeur startte toen zelf maar de motoren, waarop Frans tot zijn stomme verbazing het toestel zonder tussenkomst in de lucht en vervolgens weer op de grond kreeg.

Op voorwaarde uitgezonden te worden naar Indië en het theoretisch B-brevet te halen, evenals het diploma theoretisch navigator tweede klas, werd hij aangenomen bij de KLM. Frans zou Frans niet zijn als hij niet meteen daarna het theoretische én praktische examen navigator eerste klas zou doen om intercontinentaal gezagvoerder te kunnen worden. Een van de praktische onderdelen was ‘running down the sunline’.

Wat dat inhoudt staat vermeld op Wikipedia onder Mauritiusvluchten: ,,Tijdens de politionele acties in 1947 en 1948 weigerde een aantal landen de KLM toestemming om op hun grondgebied te landen. Er werd vervolgens een noodroute gevolgd via het eiland Mauritius. De Constellation was het enige toestel dat de afstand Mauritius/Batavia kon overbruggen - zij het ternauwernood. Als de wind tegenzat kon het zijn dat men op het point of no return halverwege de oceaan moest vaststellen dat er onvoldoende brandstof was. Dan werd teruggekeerd naar Mauritius of Batavia, om het de volgende dag nog eens te proberen.

De lezer zal begrijpen dat het missen van het kleine eilandje Mauritius catastrofaal zou zijn. Om dit te voorkomen werd de procedure ‘running down the sunline’ gevolgd. Mauritius werd aangevlogen met daglicht, dus was de zon beschikbaar voor een hoogtelijn. De zon werd voortdurend ‘geschoten’ en de uitkomst werd uitgezet op een grafiek.”

Dank zij deze techniek behaalde Frans het praktisch gedeelte van zijn examen en werd hij gezagvoerder bij de KLM.

In Indië had Frans zijn toekomstige vrouw Mathilde leren kennen en was hij ook met haar getrouwd. Hij was gek op haar, maar zij had geen gemakkelijke aan hem. In de perioden dat hij, door de onregelmatige diensten, thuis was verwachtte Frans, gewend aan zijn rol als gezagvoerder, ook een dominante plaats. En dat was natuurlijk niet helemaal in lijn met de gang van zaken die de kinderen met hun moeder gewend waren. Maar hoe dan ook: als gezagvoerder stond bij Frans altijd zorg voor de ander voorop, in werk èn in gezin.

Een bijzonder voorval leverde hem een uitermate hoge waardering van de KLM-directie op.

Op zaterdag 7 maart 1959 bij een vlucht met een Viscount naar Parijs gaf het controlelampje van het rechter landingsgestel aan dat dit bij de landing niet zou uitklappen. Er zat niets anders op dan zo lang mogelijk te blijven vliegen om brandstof kwijt te raken en daarna het risico van de landing te nemen. Gebruikelijk is dan een buiklanding, maar Frans vond het gevaar voor brand bij zo’n landing te groot. Hij gaf de voorkeur aan een landing op het linker landingsgestel. Dus commandeerde hij alle passagiers zoveel mogelijk naar de linkerzijde van het toestel, zodat het rechterwiel minder belast werd; de brillen moesten af, de dassen los, de schoenen uit, en pennen en horloges opgeborgen. Na twee uur cirkelen werd veilig geland. Hij had als gezagvoerder weten te voorkomen dat er paniek uitbrak onder de passagiers. Dat er geen buiklanding werd gemaakt, met alle risico’s op brand en grote schade. Tenslotte volvoerde hij een perfecte landing. Toen bleek overigens dat het rechterwiel wel “gelocked” was. Waarschijnlijk was een foutje in de controleapparatuur de oorzaak van de onjuiste melding was.

Later speelde Frans bij de KLM een belangrijke rol bij de ingebruikname van de DC 9 vloot die de KLM bij Douglas had besteld. Hij was, naast zijn taak als gezagvoerder, betrokken bij de overname van deze toestellen en instrueerde andere vliegers om met de nieuwe toestellen om te gaan. Ook was hij de persoon die een doorbraak in het landen bij mist wist te realiseren. In september 1969 toonde hij aan dat met met behulp van allerlei electronische apparatuur al veilig geland kon worden bij een zicht van slechts 25 meter. Blind vertrouwen in plaats van vertrouwen op eigen waarneming.

Frans koos bij de KLM voor de lange vluchten. Twee weken uit en twee weken thuis. Dit gaf hem de gelegenheid zijn studieboeken mee te nemen en de voorgeschreven wachtdagen van de vluchtonderbrekingen, al studerend zo effectief mogelijk te benutten.

Verwarmingstechniek had zijn belangstelling en vooruitlopend op zijn pensioen wilde hij de hiervoor vereiste diploma’s voor alle zekerheid maar alvast op zak hebben. KLM-piloten werden elk half jaar gekeurd en getest. Bij een negatieve uitslag konden ze ontslagen worden en vanwege dat risico plande hij met succes die studies in. In die periode liet Frans een nieuw huis bouwen en dat moest vanzelfsprekend aan de modernste technieken op verwarmingsgebied voldoen. En natuurlijk zelf aanleggen, ook al betekende dat ook soms klussen in het weekend. En als Frans dan een onderdeeltje te kort kwam was Mathilde toch niet zo goed of ze moest langs ene installateur in de buurt om dat ene onderdeeltje op te halen.

Ontslag dreigde die laatste jaren steeds meer. Frans kreeg last van evenwichtsstoornissen, als voorbode van de zich later openbarende ziekte van Meunière. De laatste keuringen waren kantje boord. Na zijn 56e (de pensioenleeftijd voor vliegers) moest zijn technische kennis natuurlijk in praktijk gebracht worden. En zo kon het gebeuren dat Frans na vele omzwervingen als vlieger, weer terugkwam in de techniek. Techniek had altijd zijn interesse gehad. Daarom had hij destijds voor de mts in Den Bosch gekozen.

Hij richtte zijn eigen bedrijf in verwarmingstechniek op. Het betekende dat hij voor iedereen, zelfs bij nacht en ontij, klaar stond om ketels aan de praat te krijgen. Meer dan eens hoorde ik hem zeggen: ,,Je kunt die oude vrouwtjes toch niet in hun eentje in de kou laten zitten.”

Maar buiten dat hij het druk had met dit bedrijf, was hij ook druk doende zichzelf van energie te voorzien. Daarvoor liet hij op eigen terrein in het winderige Friesland een windturbine plaatsen. De sport was om zelf voldoende energie te hebben en daarbij óók nog eens terug te kunnen leveren aan het net.

De ziekte van zijn vrouw noopte hen terug te keren naar het Gooi, waar zij op 64 jarige leeftijd overleed. Na haar overlijden (de laatste jaren van haar ziekte vereisten veel zorg, die Frans helemaal op eigen schouders nam) viel hij in een gat. Met des te meer energie stortte hij zich op zijn bedrijf. Tot hij zijn nieuwe partner Tine Kugler ontmoette. In hun gezamenlijke passie voor tennissen, wandelen en fietsen, hadden zij elkaar gevonden. En hoewel iedereen de adem inhield als Frans op zijn fiets stapte - hij had nog altijd last van evenwichtsstoornissen - liep het altijd goed af. Tot in Passau. Daar werd hij aangereden. Maar een in duigen gevallen vakantie leverde toch iets bijzonders op. Frans werd geconfronteerd met zijn, uit de oorlog overgehouden, vooroordeel jegens Duitsers. Hun behulpzaamheid, zorg en vriendelijkheid daar in Passau, deden hem inzien dat ook zij slachtoffers waren van hun tijd. Weg was de Moffenhaat’. En dat niet alleen Hij werd zich ervan bewust dat daders en slachtoffers vaak twee zijden van een medaille zijn. ,,Geen land heeft het recht een oorlog te beginnen, tenzij het aangevallen wordt.”

Eenmaal tot dat inzicht te zijn gekomen, mocht hij in vrede gaan.

Frans de Vilder werd geboren op 18 juli 1925 in Velsen. Hij overleed op 24 april 2009 in Blaricum.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />