*

 

Koorts? Ja! Misselijk? Ja! Kortademig? Ja!

Maaike Veen − 28/07/09, 00:11

weblog

  • Nu de Mexicaanse griep snel om zich heen grijpt, wordt in Groot-Brittannië campagne gevoerd om vooral de handen goed te wassen en om bij verkoudheid papieren zakdoekjes te gebruiken. (EPA)

Terwijl mijn vrienden vrolijk een fles rode wijn bestellen op het drukke dakterras van een bekend restaurant in the City - we negeren de onheilspellende donkere wolken op wat een mooie zomeravond zou moeten zijn - houd ik het voor de zekerheid toch maar op cranberry-sap. Niet dat ik me echt zorgen maak over mijn licht gloeiende keel en beginnende loopneus – wat mij betreft onontkoombaar in deze natte wisselvallige zomer - maar irritant is het toch.

De ene na de andere lekkere borrelhap verschijnt op tafel; tot grote verbazing van mijn vrienden laat ik de schaaltjes links liggen. “Een late lunch”, houd ik mezelf voor, want het moet wel heel slecht met me gaan wil ik nee zeggen tegen eten. Als ik beteuterd om een trui vraag omdat ik het koud heb, begin ik me toch zorgen te maken. Heb ik misschien een kou te pakken? Ach, een nachtje slapen en dan is het ergste wel weer over, stel ik een vriendin, die uit Nederland over is, gerust. Zelf ben ik dat al lang niet meer: een golf van misselijkheid trekt door mijn lijf.

We maken grapjes over ‘swine flu’ zoals de Mexicaanse Griep hier wordt genoemd. Trots toon ik mijn flesje antibacteriële zeep, dat ik gebruik om niets over te houden aan een ritje in de ondergrondse. Er is geen ontkomen aan de waarschuwingen om voortdurend je handen te wassen, maar niemand die zich echt zorgen lijkt te maken. “Ach, en als ik het heb, dan is het toch niet meer dan een stevige verkoudheid”, verklaar ik dapper met een rotsvast geloof in het oh zo Britse devies stay calm and carry on.

Die kalmte verlies ik echter bijna als we langer dan noodzakelijk in een volle lift vast zitten. Warm en benauwd hap ik naar lucht als we buiten staan, ik voel mijn hart tekeer gaan. Calvinistisch als ik ben, wijs ik op de halte van de Northern Line die ons in vijftien minuten thuis brengt, maar mijn vrienden gebaren al naar een taxi. Geen India Club voor mijn gasten, maar de afhaal-Indiër. Onder een deken op de bank, met een dikke trui aan, probeer ik nog een beetje mee te doen aan het gesprek.

In bed kan ik de deken bijna niet verdragen, zo heet heb ik het. Mijn lijf lijkt op een kronkelende slang. Desondanks val ik in slaap. Om 1 uur zit ik echter rechtop in bed met levendige beelden voor mij van het slagveld in Afghanistan. Vijf minuten later is de emmer naast mijn bed voor een kwart gevuld en splijt een hoofdpijn mijn schedel. Zou dit de Mexicaanse Griep zijn? Maar dit is geen stevige verkoudheid, meer een combinatie van de ergste migraine-aanval gecombineerd met flinke koorts. Die loopneus lijkt ten minste niet door te zetten. Vreemd.

Op aandringen van mijn vriendin, die nu ook wel een beetje bezorgd begint te worden, bel ik de huisarts. Die is zo overbelast dat er niet eens een in-gesprekstoon klinkt. Maar gelukkig is net gisteren de National Pandemic Flu Service van start gegaan, een speciaal telefoonnummer en een internetsite voor potentiële patiënten. Ik verzamel al mijn energie om het telefoonnummer op internet te vinden. Tot mijn grote verbazing krijg ik direct iemand aan de telefoon.

“Heeft u gevoel in uw ledematen? Ziet u ergens blauw?", wordt me gevraagd om zo vast te stellen of ik direct met een ambulance moet worden opgehaald. Ik mag dan kreperen, maar zo erg is het nu ook weer niet met me gesteld. “Heeft u koorts?" "Ja", "Bent u kortademig?" "Ja", "Bent u misselijk?" "Ja.” De telefoniste, die volgens berichten in de media maar een dag training heeft gehad, vergeet zelfs niet te checken of ik niet misschien zwanger ben, want dan zou ik tot een risicogroep behoren. Na vijf minuten moet ik een autorisatienummer opschrijven dat mij recht geeft op een dosis Tamiflu. Mijn ‘flu friend’ kan dat in het dichtstbijzijnde ziekenhuis ophalen.

In de van het ziekenhuis gescheiden ruimte zitten maar liefst zes receptionisten achter special loketten klaar om de binnendruppelende ‘flu friends’ de medicijnen mee te geven. “Ongelooflijk, hoe goed ze dat hebben geregeld”, luidt het oordeel van mijn vriendin over deze bijna on-Engelse efficiëntie. “Zover zijn ze echt nog niet in Nederland.”

De Conservatieven mogen klagen dat de service te laat is gestart, maar voor mij komt die precies op tijd. Na twee dagen kan ik weer eten, klaart mijn hoofd op en gaat de koorts enigszins liggen. Nu, op dag vier, zit ik, weliswaar nog steeds heel moe en met een zware borstkas, deze blog te tikken.

mailIcon print |