De opwarming van de aarde leidt mogelijk tot een algehele krimp van de dieren. Vogels slonken al, vis en bacteriƫn nu ook.
Groter worden in koude streken, maar juist krimpen in warme streken: die regel lijken dieren inderdaad op te volgen, nu hun leefomgeving opwarmt. Koudbloedige beesten, van grote vis tot miniwezens als bacteriƫn en plankton, blijken allemaal enigszins te slinken, al is de reden ervan niet duidelijk.
De Duitse fysioloog Carl Bergmann snapte die wetmatigheid in de natuur: hij suggereerde ooit dat warmbloedige dieren in koude streken baat hebben bij een groot lichaam. Hun lijf heeft in vergelijking met kleine dieren een relatief geringere huidoppervlakte. Daardoor verliest een grote pinguïn in de bittere kou naar verhouding minder warmte dan een kleine. Hij redt het.
Een paar jaar geleden werd duidelijk dat mezen de afgelopen decennia ietsje lichter zijn geworden. Nu blijkt dat ook koudbloedige dieren de trend volgen. En koudbloedigen maken 99,9 procent van de fauna uit, dus de aarde lijkt op weg naar een krimpende bevolking. Biologen laten in het vakblad PNAS zien dat vissen in grote Franse rivieren en allerhande micro-organismen meetbaar kleiner worden.
Die krimp lijkt op verschillende niveaus te gebeuren. De dierengemeenschap als geheel wordt kleiner, omdat er meer kleine soorten komen. In bestaande populaties neemt naar verhouding het aantal jonge exemplaren toe. Ze gedijen goed, maar op volwassen leeftijd blijven ze bij een kleiner formaat steken.
Biologen maten groot en klein ook in de Baltische zee, de Noordzee en in kunstmatige bassins. De trend is onmiskenbaar, in zoet en zout water, schrijven ze. Vooral vissen leveren in, tot soms 60 procent. Milieu-experts zullen wijzen op de gevolgen van overbevissing, waarbij het aantal grote exemplaren wordt uitgedund. Dat kan de verklaring niet zijn, menen de biologen, zij bestudeerden vele soorten die niet worden bevist, en op plaatsen waar de visserij juist terugliep de laatste tijd. in de afgelopen decennia.
De onderzoekers vermoeden dat het verschil in warmteverlies bij kleine en grote dieren niet de enige verklaring is voor de krimpende fauna. Enkele weken geleden meldden biologen dat het Soay schaap van de Saint Kilda eilanden ten westen van Schotland slinkt. Reden: door mildere winters halen meer kwakkelende, langzaam groeiende lammeren nu de volwassen leeftijd. Gemiddeld betekent dat een kleiner schaap.
Het dagelijkse menu vormt een andere verklaring. Je moet mee in de krimp met de andere dieren om je plaats in de voedselketen te behouden. Hoe dan ook, de klimaatverandering heeft zeker drie grote gevolgen, denken de biologen: dieren verkassen naar een hogere breedtegraad (of grotere hoogte in de bergen), op zoek naar een lekkere temperatuur, ze passen hun grote momenten – de vogeltrek, het ei of de rui – aan en ze krimpen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.