Balkenende moet vandaag in de Kamer antwoord geven op vragen over de Catshuisbrand in 2004. Zo niet, dan willen de oppositiepartijen een parlementair vervolgonderzoek. De PvdA ’sluit dit niet uit’.
Een klein reepje stof van de door brand getroffen wandbekleding van het Catshuis is opeens een cruciaal bewijsstuk geworden in een gevoelige politieke affaire. De Tweede Kamer debatteert vandaag met premier Balkenende over het gedrag van topambtenaren in de nasleep van de brand in 2004, waarbij een schilder het leven liet.
Topambtenaren van het kleine Algemene Zaken-departement van premier Balkenende en van de Rijksgebouwendienst vonden het in 2005 maar knap lastig dat de gegevens over het stukje wandbekleding opdoken. Er was juist door de arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie vastgesteld dat een schildersbedrijf een jaar eerder de felle brand in de gerestaureerde ontvangst- en vergaderruimte van de premier had veroorzaakt. De schilders gebruikten het zeer vluchtige, verboden thinner als oplosmiddel om een waslaag van de vloer te verwijderen.
De thinner vatte vlam en één van de aanwezige schilders, Aart de Lijster, was kansloos.
Ook voor de landsadvocaat, die de rijksoverheid in zulke gevallen juridische bijstand verleent, was de zaak duidelijk: het schildersbedrijf was de schuld van de brand die zo verbijsterend snel om zich heen greep.
Maar een onderzoeker van TNO, Peter Reijman, kwam met het reepje stof op de proppen dat uit de smeulende resten was gehaald. Daaruit trok hij de conclusie dat de wandbekleding niet goed brandbestendig was, zodat het vuur in de Herenkamer van het Catshuis wel erg makkelijk om zich heen kon grijpen. De TNO-onderzoeker had het in zijn rapport zelfs over een ’Volendam-effect’, een verwijzing naar de gevaarlijke kerstversiering bij de cafébrand op Oudejaarsavond 2000-2001. Hij houdt dat tot vandaag de dag vol.
Uit geheime stukken, die door RTL-nieuws boven water werden gehaald, blijkt dat betrokken ambtenaren en de landsadvocaat vreesden dat het veroordeelde schildersbedrijf kon terugslaan wanneer die TNO-gegevens over de slechte brandveiligheid van het Catshuis openbaar zouden worden. Dan zou de overheid opeens ook een deel van de schuld krijgen. Het TNO-rapport van Reijman verdween dan ook diep in een la en werd niet doorgegeven aan het OM, dat onderzoek deed naar eventuele strafrechtelijke feiten.
Premier Balkenende wist daar allemaal niets van, want de topambtenaren wilden niet dat hun baas betrokken raakte bij de kwestie die volgens hun uitgelekte interne memo’s werd beschouwd als een opdoemend ’politiek risico’.
Wie wist wat over de werkelijke schuld van de brandversnelling? Hielden de ambtenaren de premier werkelijk zo nadrukkelijk uit de wind? Daar gaat het vanavond om in het Kamerdebat. SP-Kamerlid Ulenbelt, die nogal wat spitwerk verrichtte, legt veel schuld bij landsadvocaat Houtzagers, de man in wiens kluis allerlei geheime ambtelijke memo’s werden bewaard. Ulenbelt: „De landsadvocaat organiseerde de doofpot”.
Op de achtergrond duikt de hogere politiek op. Als de premier vandaag weer vragen uit de Kamer onbeantwoord laat, dan willen de oppositiepartijen SP, VVD en D66 een parlementair vervolgonderzoek. Coalitiepartij PvdA ’sluit dat niet uit’.
Weer een onderzoek. Dat wordt straks een lastige opstapeling voor dit hinkende kabinet. Er verschijnen dit najaar al zoveel rapporten met mogelijk politiek vuurwerk. Het parlementaire onderzoek naar de oorzaken van de kredietcrisis en het onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming rond de Irakoorlog bezorgen de premier al hoofdpijn genoeg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.