*

 

Moet Europa bang zijn voor gengewassen?

Jeroen den Blijker − 22/08/09, 00:01

Het Amerikaanse agroconcern Monsanto bouwde met omstreden producten als genetisch gemodificeerde gewassen een enorme, welhaast wereldwijde macht op. En snoert critici de mond.

  • Met een angstaanjagende vlieger protesteerde Greenpeace in 2005 al tegen Monsanto, dat volgens de milieuactivisten genetisch gemodificeerde maïs had gezaaid op een akker in het oosten van Duitsland. (FOTO AFP)

Gevoel voor urgentie kan de Franse journaliste Marie-Monique Robin niet ontzegd worden. Nu Brussel binnenkort beslist over het al dan niet toelaten van genetisch gemodificeerde gewassen, werd het inderdaad hoog tijd voor een boek over het omstreden Amerikaanse bedrijf Monsanto - door activisten vaak ’Monsatan’ genoemd. Dit bedrijf ontwikkelt en verhandelt genetisch gemodificeerde landbouwgewassen (maïs, soja, koolzaad, katoen), telt meer dan 47.000 werknemers wereldwijd en is actief in bijna vijftig landen. In nog geen vijftien jaar tijd wist het Noord- en Zuid-Amerika te veroveren. De vraag is of het Europa straks ook opeist.

In principe houdt Europa de deur dicht voor deze landbouwgewassen. Hier worden alleen genetisch gemodificeerde prodúcten toegelaten, zoals gentechsoja, een populair ingrediënt van veevoer.

Maar hoe lang Brussel de boot kan afhouden is de vraag. De Europese Commissie wankelt, onder andere uit vrees dat de Europese boer op de wereldmarkt de boot zal missen nu ook Afrika en Azië (China en India) het gesleutel aan erfelijke eigenschappen van gewassen geen probleem lijken te vinden. Ook in ons land zijn voorzichtige pro-gentech geluiden te horen, onder andere in kringen van Land- en tuinbouworganisatie LTO, maar ook landbouwminister Verburg wil bijvoorbeeld graag de discussie over gentech heropenen, liet ze onlangs weten.

Aan de vooravond van zo’n belangrijk Brussels besluit is een goed portret van wereldmarktleider Monsanto prima. Maar is het boek waaraan Marie-Monique Robin vier jaar werkte wel een goed portret? Ja en nee.

De Française tekent de multinational met grote precisie, aan de hand van vaak nog onbekend bronnenmateriaal maar ook door eerdere publicaties aan te halen uit krant, wetenschappelijk tijdschrift en rapport. Verder maakte ze voor haar boek tientallen interviews. Een en ander is ook – goeddeels – te traceren dankzij een uitgebreid notenapparaat.

Dat is wel nodig, want Robin ontpopt zich al snel als een activist en complotdenker. Niet alleen de structuur van het boek wijst daarop, met hoofdstuktitels als ’misdadig gedrag’, ’zaden van zelfmoord’ of ’de sojadictatuur’. Ook haar woordkeus getuigt van een betrokkenheid die haar geloofwaardigheid kan schaden. Monsanto is de ene keer ’autistisch’, ’verbluffend brutaal’, dan weer ’schokkend’, ’dreigend’, of ’ongehoord agressief’. De schrijfster is bovendien hinderlijk aanwezig in ieder hoofdstuk.

Zo’n aanpak is vermoeiend en maakt het boek zwak. Bovendien: het is eigenlijk onnodig. Ook zonder al dat schande!-geroep haalt Robin in haar onderzoek, dat vier jaar duurde, voldoende informatie naar boven om Monsanto neer te zetten als een meedogenloos, arrogant en onaantastbaar concern met tentakels in diverse geledingen van de samenleving. Zo wist het bedrijf via een politieke lobby zowel de regering Bush-senior als de regering Clinton te paaien. Het speldde de autoriteiten in de VS hele en halve waarheden op de mouw, zodat het vrij spel kreeg voor de introductie van zijn producten, waaronder genetisch gemodificeerde landbouwgewassen.

Veel daarvan was wel bekend, maar aan Robins eigen conclusies ga je door haar geharnaste aanpak twijfelen. Bijvoorbeeld als ze de gevolgen van het Boviene groeihormoon van Monsanto beschrijft. Dat hormoon, in de jaren tachtig geïntroduceerd, leidt volgens haar van meet af aan tot grote problemen, een ware ’slachting onder de koeien’. De dieren krijgen van het middel abcessen, ontstoken hoeven en enorm vergrote uiers, waardoor ze niet meer kunnen lopen. Desondanks wordt het kunstmatige hormoon nog steeds gebruikt door boeren in de VS. Maar welke boer brengt nu zijn eigen veestapel en inkomstenbron om zeep met zo’n middel dat van meet af aan tot grote problemen leidt, vraag je je dan af?

De twijfel slaat ook toe als Robin beschrijft hoe de ene na de andere wetenschapper gemuilkorfd wordt zodra hij wat kritisch neerkrabbelt over Monsanto. Door toedoen van de machtige multinational zouden zij steevast op een zijspoor gerangeerd worden. Dat kan natuurlijk, ook in Nederland is het bedrijfsleven een groot financier van wetenschappelijk onderzoek. En dat is risicovol. Maar als lezer had je toch graag iets van een officiële verklaring van instituut of universiteit willen lezen. In een boek dat 345 pagina’s lang grossiert in gesneefde wetenschappelijke reputaties moet daarvoor toch wel een gaatje te vinden zijn?

Sterk is wel de manier waarop Robin de gevolgen in kaart brengt van de gentechgewassen. Hoe de ’hoofdevangelist van de biotechnologie’ Monsanto-topman Robert Shapiro halverwege de jaren negentig een duurzame revolutie in de landbouw predikt dankzij het gesleutel aan landbouwgewassen. Honger zal worden uitgebannen, boeren zullen lachend hun royale oogsten binnenhalen en het milieu wordt er beter van, is Shaprio’s belofte.

Maar op het platteland van diverse continenten hoort Robin hele andere geluiden. Ze spreekt met boeren wier oogst ongewenst besmet raakte, maar die door de juristen van Monsanto monddood zijn gemaakt of financieel geplunderd. Ze schrijft over boeren in India die met Monsanto in zee gingen, maar hun katoenoogsten zagen afnemen en geen andere uitweg zagen dan de zelfgekozen dood. Ze ziet hoe de traditionele, eeuwenoude maïsrassen van Mexico genetisch besmet raakten door stuifmeel van Monsanto-planten. Ze beschrijft hoe oogsten afnemen, bodems verschralen, resistente onkruiden gaan woekeren en er juist meer herbicide gespoten moet worden. Wat zelfs tot dodelijke slachtoffers leidt onder de machteloze boeren in bijvoorbeeld Midden-Amerika. Het zijn deze beschrijvingen die, eenmaal ontdaan van de activistenretoriek, je bijblijven. En je te denken geven over het komende Brusselse onderhandelingsrondes.

mailIcon print |