*

 

Wilders past in traditie van Troelstra

Cees van der Laan − 06/06/09, 00:00

De winst van de PVV bij de Europese verkiezingen bevestigt dat Wilders en zijn partij geen tijdelijk verschijnsel zijn. De partij past in de lange Nederlandse politieke traditie de barricades van het Binnenhof te bestormen en na succes niet meer te vertrekken. D66, SP en veel eerder ook de voorganger van de PvdA gingen de PVV voor.

  • Wilders discussieert met Agnes Kant (SP, l), Mariëtte Hamer (PvdA, m) en Alexander Pechtold (D66).     (ANP)
    Wilders discussieert met Agnes Kant (SP, l), Mariëtte Hamer (PvdA, m) en Alexander Pechtold (D66). (ANP)
  • Geert Wilders bereidt zich voor op een tv-debat aan de vooravond van de Europese verkiezingen. ( ANP)
    Geert Wilders bereidt zich voor op een tv-debat aan de vooravond van de Europese verkiezingen. ( ANP)

’Flapdrol’’, zo typeerde recent de voormalige worstendraaier Jan Marijnissen in de Tweede Kamer minister van ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders. Hij leek daarmee aan te geven dat de PvdA-doctorandus de stemming in het land niet meer begreep. Nog prangender bracht Geert Wilders dit bij Ella Vogelaar, de gewezen minister van wonen, wijken en integratie, onder woorden door haar handreiking naar moslims als ’knettergek’ te karakteriseren.

Wilders en Marijnissen zijn vertegenwoordigers van populistische bewegingen die de stemming in het land goed kunnen verwoorden. Ze doen dat soms zeer onparlementair, maar met woorden die in de samenleving juist gemeengoed zijn geworden. Daarmee creëren ze bewust een tegenstelling tussen het volk en de politieke elite op het Binnenhof. Dat oud-D66-prominent Laurens Jan Brinkhorst donderdagavond de PVV als een ’eendagsvlieg’ probeerde weg te zetten, was voor een politicus die zelf afkomstig is uit een partij die ooit de barricade van het verzuilde politieke systeem doorbrak, tamelijk naïef, ondoordacht en een miskenning van de parlementaire geschiedenis.

Geert Wilders past in een traditie van politieke barricadebestormers, die ruim honderd jaar geleden met veel succes werd ingezet door de socialist Pieter Jelles Troelstra. En aanvankelijk met min of meer gelijke wapens. De oprichter van de SDAP, de voorganger van de huidige PvdA, wist keer op keer het politieke establishment de gordijnen in te jagen. Zo liet de overtuigde republikein zich in 1897 niet door de koningin tot Kamerlid beëdigen (wat de traditie was), maar door de Kamervoorzitter. Twee jaar later werd hij tot een maand gevangenisstraf veroordeeld wegens het beledigen van een officier van justitie. Deze rechtsgang had hij ook bewust uitgelokt om een geval van klassejustitie te kunnen aantonen.

Troelstra koos voor opportunisme om de gevestigde orde aan te vallen, maar ook voor de rol als slachtoffer van het politieke en justitiële systeem. Hij schold als het nodig was, analoog aan Wilders en Marijnissen, collega-Kamerleden uit. Zo ontpopte de socialistische voorman zich tot aanklager, slachtoffer en populist, opkomend voor de belangen van het gewone volk. Daarmee bracht hij uiteindelijk zijn partij tot regeringsmacht. Begonnen als anti-establishmentpartij werd de latere PvdA één van de vaste leden van de Haagse politieke elite.

Geert Wilders beweegt zich min of meer in dezelfde traditie door zijn voortdurende aanvallen op links en op de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie in het bijzonder. Als linkse partijen hem vanwege zijn ideeën uitsluiten van regeringsdeelname, klaagt hij als slachtoffer over een links cordon sanitaire. De ’Amadeus van Venlo’, zoals één van zijn bijnamen luidt, zegt slachtoffer te zijn van het justitiële systeem dat hem de mond wil snoeren en van de Britse regering die hem buiten de landsgrenzen houdt.

In de naoorlogse parlementaire traditie zijn vele partijen Wilders voorgegaan, als nieuwe beweging of als afsplitsing van een bestaande. Twee zeer succesvolle partijen wat dit betreft zijn D66 en de Socialistische Partij. Zo wilde D66 als pragmatische partij de politiek verlossen van de houdgreep waarin de diverse ideologische stromingen elkaar hielden. De belangrijkste oprichter, Van Mierlo, zag zich vooral voor de taak gesteld de politieke macht van de christelijke partijen – later verenigd in het CDA – te doorbreken.

Het grootste succes van D66 kwam in 1994, toen acht jaar lang geregeerd werd zonder het CDA. Maar daar betaalde de partij, inmiddels geroepen tot het politieke bestel, een hoge prijs voor. Pas afgelopen donderdag heeft D66 onder leiding van de charismatische Alexander Pechtold sinds 1994 weer eens wat zetels weten te winnen. Een verschil met de SP en PVV is wel dat D66 bij uitstek een partij is van de hoogopgeleide elite.

De opkomst van de Socialistische Partij was het eerste signaal dat de PvdA begon los te raken van de natuurlijke achterban, de gewone man of vrouw uit de volkswijken of arme dorpen op het platteland. Marijnissen stelde zich als uitdager van de macht op, die liever het beeld creëerde dat hij door het land toerde en luisterde naar het volk dan dat hij vieze handen maakte in de achterkamertjes van het Binnenhof. Marijnissen en de zijnen zochten letterlijk de barricaden op, bij fabrieken, spoorwegen, stoplichten bij oversteekplaatsen, voor alle kwesties die de gewone man of vrouw direct raakten. Daarbij wist Marijnissen steeds afstand van het Binnenhof te houden, met als gevolg dat de partij ondanks een reuzenwinst in 2006 (25 zetels) niet serieus kon of wilde praten over regeringsdeelname. Inmiddels is de partij sinds 1994 vertegenwoordigd in de Tweede Kamer en kan dus nauwelijks meer gesproken worden over een partij die klopt aan de poort van het Haagse Binnenhof.

Met de SP werd ook de migratiekwestie manifest, maar tot 2002 durfde de partij deze kaart niet al te openlijk uit te spelen. De SP vroeg er wel – voorzichtig – aandacht voor, omdat de leden van de partij daar in de volkswijken regelmatig tegen de gevolgen van de komst van buitenlanders aan liepen (die in hun ogen gepaard ging met criminaliteit, werkloosheid, verpaupering).

Pas met de komst van Pim Fortuyn in 2001 kwam dit onderwerp definitief op tafel, om niet meer te verdwijnen. Fortuyn ontbeerde een duidelijk politiek programma, maar wist wel in de klassieke rol van persoonlijk charisma, benoemer van problemen, het beschuldigen van de politieke elite van gekonkel en baantjesjagerij en persoonlijk slachtofferschap (taartengooien) grote delen van de samenleving te begeesteren. Zijn LPF kwam in 2002 met 26 zetels in de Tweede Kamer en dat was nog nooit vertoond.

De uitslag van afgelopen donderdag, waarbij de PVV in procenten gemeten de tweede partij werd, brengt de politieke situatie weer terug naar 2001. De PVV lijkt ongeveer even groot als de LPF van destijds. Net als toen lijkt de schade aan de PvdA het grootst. In veel gemeenten is de PVV groter dan de PvdA geworden, een klap die net als in 2002 nog lang zal nadenderen in de gelederen van de sociaal-democraten.

De PvdA bevindt zich in de lastige positie dat de doelstellingen van Troelstra (werk, inkomen, solidariteit en emancipatie van de arbeider) min of meer bereikt zijn. Lageropgeleiden hebben hun auto, deels een koophuis, gaan net als de elite op vakantie en dragen merkkleding, terwijl hun kinderen via het onderwijs toegang hebben tot hogere opleidingen en bestuurslagen. De emancipatie van de arbeider heeft zich in de afgelopen dertig jaar razend snel voltrokken en van hem een mondige burger gemaakt.

De hoogleraar Mark Bovens zegt daarover: „In zeker zin is de opkomst van one-issuepartijen –al kun je daar bij de SP niet meer over spreken- een bewijs van het volwassen worden van de kiezer. Hij beweegt zich vrijer en niet meer alleen langs de lijnen confessioneel of niet, of links-rechts. Maar ook langs de lijn nationalisten versus kosmopolieten.’’

Op het zelfbewustzijn van de vroegere achterban heeft de partij van Wouter Bos nog geen helder antwoord gevonden. Vooral omdat, ondanks pogingen de mensen in de volkswijken weer op te zoeken, de bestuurders van de PvdA vervreemd lijken te zijn geraakt van de achterban. Voor zover te overzien is de partij afgelopen donderdag kiezers kwijtgeraakt aan pro-Europa-partijen GroenLinks en D66 en aan euro-sceptische partijen SP en PVV. Voor welke partij dan ook uiterst lastig om een antwoord op te vinden.

Voor het eerst heeft de SP geen grote electorale indruk kunnen maken. Dat zal vooral te maken hebben met de onbekende lijsttrekker Dennis de Jong en de nieuwe SP-leider Agnes Kant, die de ondankbare taak heeft een zeer populaire voorganger op te volgen. Dat bewijst dat partijen over een charismatische leider moeten beschikken om succes te kunnen boeken. D66 ging na het succes van Van Mierlo jarenlang gebukt onder leiders die geen enthousiasme onder kiezers wisten op te roepen. Marijnissen, Pechtold en Wilders bewijzen net als Fortuyn dat aantrekkelijk leiderschap een voorwaarde is om boven te komen drijven. Dat hij die potentie ook heeft, bewees Wouter Bos bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2005; maar als leider van een typische middenpartij die regeringsverantwoordelijkheid draagt is het lastig opereren.

Wie stelt dat de PVV geen visie op de samenleving zou hebben en in hoofdzaak een anti-moslimbeweging zou zijn, onderschat de partij. Wilders is erin geslaagd onder zijn vlag het volk te kunnen verenigen. Hij komt voor de laagopgeleide arbeider op, die zich niet meer herkent in de doctorandussenpartij PvdA en die zich ook niet thuis voelt bij de SP, waar wat aanpak van de zorg, ambtenarensalarissen en de gevolgen van de migratie betreft zeker parallellen mee te trekken zijn. Bijzonder is dat Wilders populair is onder jongeren en vijftigers. En steeds vaker ook bij hogeropgeleiden door het thema van de vrijheid van meningsuiting te claimen.

Bovendien wordt er langzamerhand een trend zichtbaar die ook bij Pim Fortuyn al te ontwaren viel. Mensen schamen zich niet meer voor hun stem op de PVV. Toen de PVV in 2006 met negen zetels in de Tweede Kamer kwam, was het zoeken naar aanhangers. Inmiddels laten die zich makkelijk interviewen op de televisie en mengen ze zich ook in publieke debatten. Dat maakt de acceptatie van de partij alleen maar groter.

De winst van de PVV bij de Europese verkiezingen en eerder bij de Tweede Kamer bewijst dat de PVV geen eendagsvlieg is. Grootste uitdaging voor Geert Wilders is nu om de aandacht van de kiezer vast te houden. Volgend jaar wachten de gemeenteraadsverkiezingen en het jaar daarop die voor de Tweede Kamer. Zoals eerder uit peilingen bleek en inmiddels ook uit de uitslag, heeft Wilders de potentie bij de verschillende verkiezingen (in diverse gemeenten gaat hij mee doen) tot de grootste partijen te gaan behoren. Hij zegt zelf steeds premier te willen worden, al moet worden afgevraagd of andere partijen met hem als minister-president in een coalitie zullen stappen.

De komende twee jaar zullen de bewegingen van Geert Wilders door de politieke concurrentie met argusogen worden bekeken en onder het vergrootglas gelegd. Omgekeerd is niet uitgesloten dat Wilders met zijn grote potentie een verlammende uitwerking heeft op de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie. De laatste twee hebben Wilders uitgesloten van samenwerking, terwijl het CDA daarover sterk verdeeld is. Het zal in ieder geval het integratiedebat zwaar onder druk zetten en migranten onzeker maken over hun toekomst in Nederland.

Een troostrijke gedachte kan zijn dat de geschiedenis leert dat partijen als de PVV of verdwijnen of uiteindelijk tot de politieke heersende klasse gaan behoren. Dan zijn inmiddels de scherpe kantjes er wel van af.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />