*

 

Gun leraar mbo invloed op zijn vak

Harm Beertema − 04/06/09, 00:00

De strijd om de macht in het onderwijs kwam vorige week tot een voorlopig hoogtepunt. De Tweede Kamer debatteerde toen over de SP-motie die mbo-leraren instemmingsrecht had moeten geven over de invoering van het competentieonderwijs, de grootste onderwijsvernieuwing in de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs.

De verslechterde kwaliteit van het Nederlandse onderwijs staat sinds 2006 prominent op de politieke agenda. Het onderwijs is niet meer van de leraren en de ouders, maar van het maatschappelijk middenveld, lees: de colleges van bestuur, de management- en beleidslagen, de kenniscentra en de onderwijsraden. In deze kleilaag rond het onderwijs wordt bepaald wat er onderwezen wordt, volgens welke didactiek dat gebeurt en hoe het gemeenschapsgeld verdeeld wordt.

De crisis in het onderwijs werd hot toen uitgerekend de PvdA het initiatief nam tot een parlementair onderzoek naar de vernieuwingsdrift in het onderwijs. De PvdA was immers verantwoordelijk voor vele onderwijsrevoluties, maar leek met de commissie Dijsselbloem tot inkeer te komen. Dijsselbloem leidde er ondermeer toe dat er in het primair en voortgezet onderwijs weer aandacht kwam voor kernvakken zoals rekenen en Nederlands en voor toetsing en examinering.

In het mbo en hbo lijkt een oplossing van de vele problemen nu echter verder weg dan ooit. Daar wordt nu het competentieonderwijs (het gaat daarbij om vaardigheden, niet om kennis) ingevoerd, zonder voldoende draagvlak van de leraren, zonder wetenschappelijke onderbouwing, zonder dat de nieuwe didactiek die dat onderwijsmodel met zich meebrengt geschikt is voor de leerlingen en studenten, zonder voldoende geld. Alsof Dijsselbloem er nooit geweest is.

Het heeft geleid tot een chaos. Elke school doet maar wat, het examensysteem ligt aan diggelen, landelijke examens bestaan niet meer en leerlingen leren te weinig. Ze maken eindeloze presentaties en zelfsturende opdrachten die aan elkaar worden geregen tot een portfolio, waar geen objectieve standaard aan te pas komt. Zelfs de belangrijkste ’afnemer’ van het mbo, het MKB, maakt zich ernstige zorgen over het gebrek aan vakman- en vakvrouwschap van de instromende mbo’ers.

Op 15 april werd er in de Tweede Kamer een motie aangenomen die een begin van een oplossing onder handbereik bracht. De motie verzocht de regering om de mbo-docenten instemmingsrecht te geven over de invoering van het competentieonderwijs. Daarmee zouden de docenten weer medeverantwoordelijk worden voor de didactiek in het onderwijsleerproces. Dat zou heel welkom zijn, want in geen beroepsgroep is de beroepseer zo gekwetst als in het onderwijs.

De meerderheid van de Kamer stemde voor de motie: SP, PvdA, GroenLinks, de PvdD, de PVV en het lid Verdonk. Allemaal partijen die er inmiddels van overtuigd zijn dat goed onderwijs alleen gegeven kan worden door gemotiveerde leraren die invloed hebben op de omstandigheden waarin zij hun belangrijke werk moeten doen. Het zijn ook de partijen die inmiddels oog hebben voor de excessen die zich voordoen in de doorgeschoten vrijheid van handelen die de publieke sector zich heeft toegeƫigend sinds de CDA-ideoloog Van Zijderveld onder Lubbers het maatschappelijk middenveld als drijvende kracht van het openbare leven introduceerde.

De rol van de overheid werd daardoor inderdaad teruggedrongen, vooral als er CDA-ministers dienst deden. Dat heeft hier en daar voordelen gehad, maar de uitwassen zoals we die kennen van wooncorporaties en zorginstellingen zijn ook het onderwijs niet onbekend. Vooral ROC’s (die het mbo verzorgen) kunnen moeiteloos worden toegevoegd aan het bekende rijtje falende instituties zoals Philadelphia, Woonbron en Rochdale.

Financieel wanbeleid brengt talloze onderwijsbanen in gevaar. In een tijd van enorme lerarentekorten, wordt soms meer dan vijftig procent van het budget uitgegeven aan overhead en externe adviesbureaus in plaats van aan onderwijs en megalomane projecten zoals viersterrenhotels in het Amsterdamse museumkwartier, educatieve tv-stations, prestigieuze architectuur, salarissen voor bestuurders ruim boven de Balkenendenorm, fuseren, zelfs als je school al 37.000 leerlingen telt.

Marktaandeel gaat voor onderwijs. Er worden tonnen uitgegeven aan extra stortingen in de pensioenen van schoolbestuurders, een dienstauto met chauffeur voor een ROC-directeur, een bestuurder van achter in de vijftig die opstapt en tot zijn pensioen wordt doorbetaald, enzovoort.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft aangegeven dat ze de aangenomen motie niet zal uitvoeren. Zij trotseert daarmee de meerderheid van ons parlement en geeft daarbij een duidelijk signaal af: het CDA , samen met de VVD, de CU, D66 en de SGP, wil geen beperking van de ongecontroleerde macht van de bestuurders, ook niet als dat tot excessen leidt en ze gunt de leraren in het mbo geen zeggenschap over de inhoud en de vorm van hun eigen werk.

Harm Beertema is leraar in het beroepsonderwijs en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />