*

 

Arbeid en emancipatie horen bij elkaar

Paul Kalma, Tweede Kamerlid PvdA − 27/05/09, 16:29

weblog Een vierdaagse werkweek, zei Mariëtte Hamer afgelopen weekend, kan helpen om de werkloosheid te bestrijden en om arbeid en zorg beter te combineren. Die suggestie is niet overal even warm ontvangen.

  • PvdA-Tweede Kamerlid Paul Kalma zal een initiatiefwet van de SP voor een referendum over het nieuwe EU-verdrag mogelijk steunen.'ANP Photo

CDA-Kamerlid Van Hijum zit ‘er absoluut niet op te wachten’ om arbeidstijdverkorting wettelijk te verplichten (alsof Hamer daarvoor gepleit had). En VVD-fractievoorzitter Rutte deed het af als een ‘oud plan’.

Maar wat is er eigenlijk mis met oude plannen? Is het arbeidsmarktbeleid in ons land niet veel te veel in de ban geraakt van allerlei modieuze, op ‘flexibilisering’ en ‘dynamisering’ gefixeerde ideeën? En vormen de crisis en de opkomende werkloosheid niet een goede aanleiding om de risico’s en gevaren van die benadering onder ogen te zien – en weer meer aandacht te besteden aan ‘oude’ thema’s als werkzekerheid, kwaliteit van de arbeid en meer zeggenschap?

Het arbeidsmarktbeleid ging de afgelopen twintig jaren, net als in veel andere Westerse landen, in de richting van minder sociale bescherming. Er werd bezuinigd op de sociale zekerheid en er werd krachtig gepleit voor minder ‘nazorg’ en meer ‘voorzorg’ op dit gebied. Wie meent dat ‘nazorg’ (bijvoorbeeld: behoorlijke WW-uitkeringen) in een globaliserende economie belangrijker is dan ooit, vergist zich kennelijk. Werknemers moeten, zo heette het, zelf meer verantwoordelijkheid gaan dragen voor hun werkloosheid.

Daarnaast stond een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt hoog op de agenda. Versoepeling van het ontslagrecht, bijvoorbeeld, zou de groei en de werkgelegenheid bevorderen. Alleen: de arbeidsmarkt is in Nederland al behoorlijk geflexibiliseerd. Bovendien heeft zo’n flexibilisering aantoonbare nadelen. Ze bevordert het lozen van zg. ‘laag-productieve’ werknemers. Verder ontmoedigt een al te soepel ontslagrecht bedrijven om in de scholing van hun medewerkers te investeren.

Het echte schandaal van dit flexibiliseringsstreven ligt echter elders. De ‘outsider’ op de arbeidsmarkt (zoals de jongere met een halve of helemaal geen baan) werd ingezet om de positie van echte en zogenaamde ‘insiders’ (zoals de oudere laaggeschoolde werknemer die wordt ontslagen) te verslechteren – zonder dat de outsiders daar iets mee opschoten. Zeker, er zijn regelingen die wie binnen zit bevoordelen op wie buiten staat. Maar het flexibiliserings-streven stond in het teken van een ander doel, namelijk om werknemersrechten in te perken.

Alle reden, kortom, voor een andere (liberalen zullen zeggen: ‘oude’) koers. Hoog tijd om het scheppen van werk, inclusief gesubsidieerde arbeid, weer centraal te stellen. En om een activerend beleid, dat mensen met een uitkering ondersteunt en prikkelt bij het vinden van werk, te combineren met veel meer nadruk op arbeids-omstandigheden, op medezeggenschap en op het samengaan van werk en zorg, opvoeding en scholing. De verwijzing van Mariette Hamer naar een ‘2x4’-model past in die sociaal-democratische traditie.

En wat die flexibilisering van de arbeidsmarkt betreft: leert de kredietcrisis niet dat we voorzichtig moeten zijn met het flexibiliseren van allerhande markten? Moeten we niet uitkijken om betaalde arbeid net zo kneedbaar en dynamisch te maken als we met het financiële kapitaal hebben gedaan? ‘Hopelijk’, schrijf econoom Paul de Beer in het mei-nummer van het PvdA-maandblad Socialisme & Democratie, ‘dringt op tijd het besef door dat arbeid in de woelige internationale economie van de 21ste eeuw misschien wel de laatste factor is die ons nog enige stabiliteit, zekerheid en houvast biedt.’

mailIcon print |