De gevestigde energiebedrijven vertragen de overstap naar duurzame energie, denkt de Duitse politicus Hermann Scheer.
Hermann Scheer, parlementslid namens de socialistische SPD, moest er elf jaar geleden in de Duitse Bondsdag hemel en aarde voor bewegen om zijn duurzame energiewet aangenomen te krijgen. De regering wilde er niet aan, maar moest er tenslotte toch aan geloven. Daarna voltrok zich een omwenteling waar Nederland alleen nog maar van kan dromen. Het aandeel duurzame energie in Duitsland groeide tot bijna twintig procent en de aanpak van Scheer werd een voorbeeld voor heel Europa. Gisteren vertelde hij het Nederlandse Innovatieplatform hoe ons land het beste de overschakeling naar duurzame energie kan maken.
Zijn ideeën waren hem al voorgegaan: de Nederlandse subsidieregeling voor duurzame energie (SDE) is gebaseerd op het gedachtengoed van Scheer. Maar Nederland voert zijn ideeën niet consequent uit. Anders dan in Duitsland, is hier slechts een beperkte hoeveelheid subsidie beschikbaar voor het stimuleren van groene energie. Volgens Scheer zal de overgang naar duurzame energie in Nederland daarom maar traag van de grond komen.
„De SDE ondermijnt zichzelf”, verklaart Scheer. „Aan de ene kant wil de overheid een energietransitie, terwijl aan de andere kant grenzen worden gesteld aan de groei. Dat is een heel vreemd en tegenstrijdig signaal.” Voor burgers is het weinig interessant om zonnepanelen te plaatsen, omdat ze niet zeker weten of ze subsidie zullen blijven ontvangen voor de stroom die ze produceren. Ook investeerders houden de hand op de knip vanwege het gebrek aan zekerheid.
Dat een regeling met een onbeperkte hoeveelheid subsidie te duur is, daar wil Scheer niet aan. „In Duitsland kost het de burger jaarlijks 20 euro per persoon extra, een bedrag dat gaandeweg kleiner zal worden.” Bovendien, zo stelt hij, is dat niets vergeleken bij de stijgende prijs voor ’oude’ energie. „Die kostte de Duitsers afgelopen jaar zeventig euro per persoon extra.”
Die stijging zal doorzetten, voorspelt Scheer. De makkelijk aan te boren olie- en gasvelden raken uitgeput, waardoor brandstoffen gewonnen moeten worden in bijvoorbeeld het Noordpoolgebied. Een dure onderneming. „Dat zie je terug in de energieprijs.”
Ook het aanbod zal dalen, terwijl de vraag harder stijgt dan ooit. „Veertig procent van de wereldbevolking woont in China en India. Per bewoner gebruiken zij nu vijftien procent van de hoeveelheid energie die wij in het Westen gebruiken, maar ze hebben evenveel nodig. Nu de economie daar groeit, groeit ook het energieverbruik.”
Het is dus niet de vraag óf er een overstap moet komen, maar wannéér die komt, stelt Scheer. Een grotere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is „absoluut ongewenst”. In 2030 is er in Duitsland geen druppel olie meer nodig denkt hij. In andere landen zal dat niet zo snel gaan; onder andere Nederland blijft achter. Dat verbaast Scheer niet. „De gevestigde energieconcerns proberen met een politieke lobby omschakeling naar duurzame energie te vertragen of tegen te houden. Politieke adviseurs hebben banden met olieconcerns en politici komen zelf uit die sector. Ondertussen mesten de concerns zich vet over de ruggen van burgers en klimaat.”
Hij begrijpt de energiebedrijven wel: meer duurzame energie betekent minder ’oude’. Een bedrijf als Shell zal het in de toekomst niet redden, denkt Scheer. Hij geeft als voorbeeld dat in Duitsland 280.000 banen ontstonden in de duurzame sector, maar dat er 100.000 banen verloren gingen in de oude energiesector.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.