*

 

Eten uit de muur, dat kan alleen in Nederland

Marion Hahnfeldt, journalist − 30/05/09, 00:00

De Duitse journaliste Marion Hahnfeldt liep een tijdje mee bij Trouw en vertelt haar belevenissen: Na zes weken verblijf in Amsterdam lijkt het of ik, Duitse, nooit ergens anders heb gewoond. Ik drink karnemelk, eet hagelslag, luister naar André Hazes.

Ik weet nu waar Cees Nooteboom zich bedrinkt en dat je niet tot ’s avonds wacht maar meteen na het werk de kroeg in gaat. ’Borrelen’, heet dat. Zes weken Amsterdam waren voldoende om mij over toeristen te laten klagen. Ik bestel met een ’asje’ in plaats van ’alstublieft’ mijn koffie verkeerd en steek bij rood de straat over. Ik drink karnemelk, eet hagelslag, luister naar AndrĂ© Hazes.

Ik verbaas me over mezelf. Net aangekomen en al bijna weer vertrokken doe ik net alsof ik nooit ergens anders heb gewoond. Eergisteren heb ik mijn hospita uitgelegd bij welke kroeg je ’s avonds het langst in de zon zit. Zij woont dertig jaar in Amsterdam en keek me verwijtend aan.

Op de redactie van Trouw heb ik geleerd dat je tussen de middag met een salade een half uur zoet kunt zijn. In dezelfde tijd eet je bij ons soep, een curryworst met patat en ijs. Hier moeten de collega’s kiezen uit waterige soepjes, witte broodjes, bruine broodjes, droge broodjes en belegde broodjes. De salades zijn bij ons maar bijgerecht.

Veel zaken hebben me verrast. Bijvoorbeeld wat je allemaal op de fiets kan doen. Boodschappen en kinderen vervoeren. Je kunt op de fiets roken en bellen. Zodra de Nederlander op zijn fiets zit haalt hij zijn mobieltje tevoorschijn.

Het belangrijkste woord hier, weet ik nu, is ’lekker’. Dan ’Lekke band’. Daarna ’leuk’, ’mooi’, ’prachtig’, ’gezellig’ en – mijn lievelingswoord – ’jammer’. Daarmee kom je ontspannen de dag door. „Lekker weer vandaag. Echt mooi. Prachtig. Alleen de drukte, jammer!”

Niemand gooit hier verpakkingen weg. Want voor de Nederlander is niets zo belangrijk als een ’deal’. Als ik vier keer thee van dat en dat merk koop krijg ik iets cadeau, bij twee flessen zonnebrandcrème krijg ik er een gratis. Vijf voor de prijs van een, drie voor de prijs van twee. Als het gaat om zuinig zijn legt hij een indrukwekkende hartstocht aan de dag. En dus verbaas ik me er ook niet over dat hij brood mee naar zijn werk neemt, waarbij hij gratis koffie uit de automaat kan drinken.

Wie zo zuinig leeft wordt rijk, maar daar schaamt iedereen zich weer voor. Zo is de rijke huizenbezitster optisch gesproken nauwelijks van de huizenbezetster te onderscheiden. En de journalisten bellen hier nog met mobieltjes waarmee je niet eens kunt fotograferen. In Duitsland worden zulke toestellen niet eens meer gestolen.

Maar het merkwaardigste aan Nederland is het eten. Wie dacht dat de Nederlander zich alleen met kaas voedt, komt bedrogen uit. Hij eet op elk willekeurig tijdstip van de dag bruine klompen die hij trots ’kroketten’ noemt. Ze hebben de vorm van een sigaar en komen allemaal uit een automaat aan de muur. Zoiets had ik nog in een geen enkel land gezien, maar alleen in het tolerante Nederland kan het. Ik ben alleen heel dankbaar, dat de Nederlandse keuken het nooit over de grens heeft gered.

En dan is er nog iets wat mij echt heeft verrast. Anders dan de Duitsers, die over alles wat er op hun pad komt in discussie gaan, omzeilt de Nederlander moeilijkheden door in ’overleg’ te proberen een gemeenschappelijke consensus te vinden. Er wordt net zo lang gepraat tot iedereen dezelfde mening is toegedaan, of in slaap is gevallen. Dat maakt vergaderingen hier tot een zeer ontspannen aangelegenheid.

Tijdens mijn zes weken Amsterdam ben ik te weten gekomen dat je hier zelfs als Duitser inmiddels heel goed kan leven. Ik pas goed in het beeld dat vorige week in Trouw werd opgeroepen over de relatie tussen Duitsers en Nederlanders. Ik werd niet uitgescholden, maar steeds uitgenodigd, toegelachen, geliefd. Van ’mof’ tot ’hip’, zo noemde een collega dat. Ik ben geroerd.

De meeste Duitsers hebben ondertussen geen precies beeld van Nederland. In onze verbeelding zit de Nederlander de hele dag blowend voor een molen. De beroemdste Nederlanders die wij kennen zijn Rudi Carrell, Linda de Mol en Rafael van der Vaart. De taal vinden we schattig, het land vlak, de mensen tolerant. We denken dat Holland Nederland is – en we weten dat Nederlanders beter voetballen dan Duitsers, al zouden we dat nooit toegeven.

Het is niet veel wat de Duitser over zijn buren weet. En dus merkt hij tot zijn grote verbazing dat er politici als Geert Wilders zijn en aanslagen op de koningin. En de schuld krijgen in het beste geval altijd de Marokkanen. Zulke geluiden kennen we, die zijn we van thuis gewend – en verbaasd kun je vaststellen: er is meer dat ons verenigt dan ons scheidt.

mailIcon print |