*

 

’Ali was lief, hij deed alles voor me’

Perdiep Ramesar − 30/05/09, 00:00

Een vrouw die in haar land voor een flinke bruidsschat wordt uitgehuwelijkt aan een man elders en vervolgens een leven leidt als huisslavin. Het overkwam de Marokkaanse Loubna.

Loubna (28) herinnert zich haar huwelijksfeest nog als de dag van gisteren. Er waren veel mensen. Het hele dorp, dichtbij de Marokkaanse stad Rabat, was uitgelopen. Het was warm, maar niet te warm. De zon was niet te fel.

Ze waande zich een heuse prinses. Op handen gedragen werd ze. Soms zelfs letterlijk. Aan het feestgedruis was te merken dat het om een gegoede Marokkaanse familie ging. Aan de klederdracht was te zien dat het om moderne moslims ging. Bijna geen enkel vrouwelijk familielid droeg een hoofddoek tijdens Loubna’s huwelijksfeest. Er werd flink gedanst, vrouwen, mannen en kinderen door elkaar.

Het islamitisch huwelijk was eigenlijk het enige onderdeel die dag dat riekte naar traditie en dat duurde maar even. Het feest was voor de familie veel belangrijker. Ze waren blij dat hun dochter, zus en nicht het huwelijk aanging met een Marokkaan uit Nederland, Ali genaamd, met een goede naam. Hij had een onberispelijke reputatie, werd state of the art genoemd, alsof het om een auto ging. Modern, hoogopgeleid, rijk en bovenal charmant, galant en heel lief voor zijn bruid. Niemand had verwacht dat in de nabije toekomst het tegendeel zou worden bewezen.

Loubna is een energieke vrouw. Ze praat graag. Ook bij dit gesprek, als het om minder goede kanten van het leven gaat. Ze kijkt mensen in de ogen en straalt zelfvertrouwen uit. Tot en met de reis naar Nederland daags na haar huwelijksfeest was dat ook zo. „Ik blaakte van zelfvertrouwen, maar al gauw bleek dat een zelfverzekerde vrouw niet in Ali’s encyclopedie voorkomt. Het ging goed tot de voordeur van zijn huis in Rotterdam. Vanaf de eerste stap die ik in die woning zette, brokkelde het vertrouwen in mezelf af. Ik stapte een nieuw leven in, een leven dat volledig onbekend was”, vertelt Loubna.

Haar verhaal doet ze zo uitgebreid en gedetailleerd, dat er twee sessies nodig zijn om een compleet beeld te krijgen. Ze wil niet op de foto en alleen haar voornaam mag worden gepubliceerd. „Er zijn gelukkig meer Marokkaanse Loubna’s en Ali’s en ik moet gewoon voorzichtig blijven. Hij is gevaarlijk. Hij spoorde me al eerder op en sloeg me. Als er geen hulpverleners in de buurt waren, weet ik niet wat er met mij zou zijn gebeurd”, benadrukt ze.

Ze spreekt goed Nederlands. Ze volgde voordat ze trouwde een cursus in Marokko. Daarmee dacht ze zich sterker op te kunnen stellen in de Nederlandse samenleving. Ook studeerde ze bedrijfskunde in Marokko. Vlak na haar afstuderen diende zich via goede kennissen een huwelijkskandidaat aan. Het was Ali, een ondernemer uit Rotterdam met, zoals eerder gezegd, een goede reputatie. De ideale kandidaat voor Loubna, dachten haar ouders. Hun dochter stribbelde eerst tegen, want ze wilde zelf eerst een bestaan opbouwen. Ook wilde ze in Marokko blijven. Naar Nederland gaan, kwam nooit in haar op. Maar nadat ze hem ontmoet had, waren haar reserves tegen de uithuwelijking verdwenen. „Ik was verliefd.”

Als verloofde, zo’n zes jaar geleden, was hij fantastisch. „Hij was lief, deed alles voor me, behandelde mij zoals ik gewend was. Ja, ik was inderdaad een verwend meisje, maar niets van dat alles compenseert mijn lijden dat ik na mijn huwelijk meemaakte. Thuis bij mijn ouders heb ik nooit één klap gekregen. Bij Ali dagelijks.”

Loubna vertelde al dat de ellende al meteen de eerste dag van haar leven in Nederland begon. „Ik liep het huis in en wilde me even opfrissen, omkleden om dan even alles goed te bekijken. Toen ik mij in de slaapkamer omkleedde, kwam hij en zei me dat hij met me wilde vrijen. Ik was moe en wilde even rustig het huis bekijken en een beetje acclimatiseren. Aan seks had ik op dat moment geen behoefte. Ik was net in een vreemd land. Maar daar dacht hij kennelijk heel anders over. Ik weigerde beleefd, legde hem uit dat ik moe was. Maar toen ik mij omdraaide om me verder aan te kleden, voelde ik een dreun tegen mijn achterhoofd. Alles duizelde, ik viel neer op het bed. Waarschijnlijk was ik even buiten bewustzijn, want toen ik mijn ogen weer opende, lag hij naakt op me en had hij mijn kleren al van mij lijf gescheurd. Hij keek me verwilderd aan. Die blik zal ik nooit vergeten. Zo kende ik hem niet.”

Het bleef in Loubna’s leven niet bij die ene klap en de verkrachting. Hij sloeg haar bij het minste geringste. Ook nam hij haar Marokkaanse paspoort af en zei dat hij haar zaken zou regelen. „Niet dus, hij regelde niets. Die papieren waren zijn chantagemiddel om mij thuis te houden. Ik werd een slavin van een tiran. Ik moest alles doen wat hij mij vroeg. Als ik kookte en het eten had te weinig zout, kreeg ik klappen. Als ik een stofje dat hij toevallig op de vloer zag niet had opgeveegd, kreeg ik schoppen. Ik moest zelfs een hoofddoek om als zijn vrienden of familie langskwamen, iets wat ik nog nooit had gedaan, zelfs in Marokko niet.”

Loubna had geen sleutel van het huis. Hij sloot alle deuren. Zelfs de slaapkamerdeur als we naar bed gingen. Ze denkt dat hij bang was dat ze zou vluchten. „Die angst was onnodig, want wat moest ik doen. Ik kende niets of niemand. Ik kwam de deur nooit uit, dat mocht niet, en ik was te bang om tegen hem in te gaan.”

Ze vertelt over de verkrachtingen. Wanneer hij zin had moest het gebeuren, ook als ze ziek was of ongesteld, en het moest gebeuren zoals hij dat wilde. „Totaal geen inbreng had ik in mijn leven. Ik verloor mijn ziel bij mijn huwelijk zes jaar geleden in Marokko. Ik werd verhandeld als een stuk vlees in ruil voor een flinke bruidsschat waarvan ik zelf niet eens weet hoe groot het was. Nee, ik ga niet meer terug naar Marokko. Ik vergeef het mijn familie nooit. Juist zij hadden toch kunnen inzien dat hij niet goed was. Zij zeggen toch zoveel levenservaring te hebben, zij zeggen het beste voor mij te wensen. Daar koop ik niets voor. Had ik maar mijn eigen plan getrokken en was ik maar nooit getrouwd.”

Loubna heeft haar familie nooit verteld wat er aan de hand is. Daar zegt ze geen behoefte aan te hebben. Toen haar ouders een keer naar Nederland kwamen, speelde ze mooi weer. Nadat ze met hulp van haar buurvrouw – die doorhad dat er iets niet goed was – het huis uitvluchtte, belde ze nog één keer naar Marokko om te vertellen dat ze ging scheiden. Daarna heeft ze niets meer van zich laten horen.

„De buurvrouw heeft me naar het politiebureau gebracht en zo kwam ik uiteindelijk terecht in een vrouwenopvang. Ali wist me te achterhalen en kwam verhaal halen. Hij sloeg me toen hij mij daar trof. Daarna ging ik naar een soort blijf-van-mijn-lijfhuis in de buurt van Utrecht. Gelukkig heb ik geen kinderen, want ik heb gezien hoe andere vrouwen met hun kinderen soortgelijke dingen meemaken. Dan heb ik nog geluk gehad.”

Nu, twee jaar later, woont Loubna zelfstandig. Haar ex wordt vervolgd. Ze heeft een baan in het bedrijfsleven. Haar hoofddoek heeft ze afgezworen. Ze heeft nog geen Nederlands paspoort, maar dat zit eraan te komen. Daar kreeg ze onlangs bevestiging van. „Dat is tenminste één zekerheid die ik heb. Maar ik weet dat alles goed komt”, concludeert ze weer zelfverzekerd.

mailIcon print |