In Sri Lanka maken het leger en de Tamiltijgers zich op voor hun laatste slag. De kans dat daarbij een bloedbad onder Tamilburgers wordt aangericht, is groot.
Met duizenden tegelijk zijn vermoeide en gewonde Tamilburgers de afgelopen dagen aangekomen bij ziekenhuizen en opvangkampen in het noorden van Sri Lanka. Het zijn ontheemden uit het laatste gebied dat de rebellenbeweging van de Tamiltijgers (LTTE) nog in handen heeft in het noordoosten van Sri Lanka. Volgens het Sri Lankaanse leger meet het gebied langs de kust nog maar drie bij vier kilometer.
Velen zijn er vreselijk aan toe, soms zwaargewond, meestal ernstig getraumatiseerd. Ze worden onder meer opgevangen in een totaal overbelast ziekenhuis in Vavuniya, waar zeshonderd bedden zijn voor tweeduizend patiënten. „Soms liggen er twee mensen in een bed, een eronder en twee aan elke kant. Ze liggen in de gangen en buiten op de stoep”, zei coördinator Lisabeth List van Artsen zonder Grenzen donderdag tegen persbureau Reuters. „Een zaal was zo druk dat we alle bedden bij elkaar hebben geschoven om er een groot bed van te maken.”
Collega Paul McMaster, chirurg van Artsen zonder Grenzen, opereert continu. „Ongeveer driekwart van de mensen is gewond geraakt door explosies. De rest heeft kogelwonden of is getroffen door landmijnen”, aldus McMaster. „We doen veel amputaties. Veel van de onderste ledematen zijn zwaar, zwaar gewond of gewoon weg. We hadden een jonge vrouw van negentien die nog borstvoeding gaf, bij wie ik een been moest amputeren. Ik vraag me af welke toekomst zij en haar kind hebben.”
De eindfase van de oorlog tegen de Tamilrebellen in Sri Lanka – de langste in Azië – lijkt na 25 jaar nabij. Maar de grote vrees is dat er nog veel bloed vergoten zal worden voordat het werkelijk zover is. De Verenigde Naties schatten dat er nog steeds zo’n 50.000 Tamilburgers vast zitten in het strijdgebied dat volledig omsingeld is. Het Sri Lankaanse leger houdt het op 15.000 tot 20.000.
Het leger stelt dat inmiddels meer dan 100.000 mensen zijn gevlucht uit het oorlogsgebied. Ook stelt het leger dat er niet of nauwelijks nog zware wapens worden ingezet. Maar omdat het leger geen journalisten toelaat tot het strijdgebied kunnen deze cijfers niet worden geverifieerd.
De VN en internationale hulporganisaties vrezen een bloedbad en hebben de Tamiltijgers opgeroepen de wapens neer te leggen en de burgers te laten gaan. Maar de LTTE heeft steeds gezworen zich nooit te zullen overgeven en de strijd om een eigen Tamilstaat in het noorden van het eiland te zullen bevechten tot het bittere einde.
Ook de internationale druk op de Sri Lankaanse regering neemt toe om een nieuwe humanitaire gevechtspauze in te lassen, maar Colombo weigert dat. Het leger voelt dat de overwinning binnen handbereik is en wil de Tijgers geen tijd gunnen zich te hergroeperen.
Naar verluidt dragen alle LTTE-strijders een capsule met cyanide om hun hals, zodat ze niet levend in handen zullen vallen van het Sri Lankaanse leger. Hun charismatische leider Velupillai Prabhakaran is volgens het leger ook nog in het gebied en zou zich opmaken voor de laatste slag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.