De politieke mode van wantrouwen ten spijt, valt het anti-Europese sentiment van de Nederlandse partijen volgens het Kieskompas best mee.
De tijd dat een politieke partij in Nederland zonder omwegen enthousiast voorstander kon zijn van verdere Europese integratie ligt achter ons. Het wantrouwen onder het kiezersvolk is, getuige de uitslag van de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 gegroeid. Partijen als die van de Europese ambtenaar en klokkenluider Paul van Buitenen haalden een mooie uitslag. Van Buitenen wilde vooral meer openheid en minder vriendjespolitiek, maar zijn kiezers stemde vooral op hem vanuit een anti-Europees sentiment, bleek uit analyses van het stemgedrag. Ook de SP boerde goed op de golven van dat sentiment.
Die groeiende scepsis rond Europa bereikte in 2005 een voorlopig hoogtepunt met de afwijzing in het eerste en tot nu toe enige landelijke referendum in Nederland van een nieuwe Europese grondwet.
De grote, traditionele politieke partijen hebben er hun lesje uit geleerd. In hun publieke uitingen benadrukken kandidaten voor het nieuwe Europees Parlement hun bezorgdheid over dat onbekende en bureaucratisch moloch in Brussel en Straatsburg. Grote uitzondering is D66. De Democraten profileren zich uit overtuiging, en wellicht ook vanuit de wetenschap dat hun unieke positie in het politieke landschap hun geen windeieren zal leggen, als dé pro-Europese politieke partij in het Nederlandse politieke krachtenveld. De PvdA sluit zich daar, wat aarzelender, bij aan.
Maar voor het overige laten de partijen horen dat ze naar Brussel gaan om vooral op de rem te trappen.
VVD-Kamerlid Hans van Baalen benadrukte toen hij voor zijn partij werd aangewezen als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen, vooral als Nederlander naar Brussel en Straatsburg te gaan. Zijn CDA-collega Wim van der Camp ziet de rol van een Nederlandse Europarlementariër vooral als die van hoeder van het nationale belang. Niets mooie teksten over dat prachtige experiment van vrede en veiligheid dat Europese samenwerking tot voor een aantal jaren nog voornamelijk was. Europa is een rupsje-nooit-genoeg, heeft zich losgemaakt van de werkelijkheid en moet teruggedrongen worden in het hok. De kampioen anti-Europa is de PVV van, in dit geval, lijstduwer Geert Wilders. Europa is wat lijsttrekker Barry Madlener betreft vooral goed in het kader van het Nederlandse eigenbelang. Meer dan economische samenwerking is voor de PVV uit den boze.
Met al dat anti-Europese sentiment valt het, wat de plannen van de partijen in Europa betreft, echter alleszins mee. Voor het Kieskompas werden de standpunten over tal van beleidsterreinen in de verschillende programma’s geanalyseerd en afgezet langs een as van uitgesproken voorstanders van Europese integratie tot uitgesproken tegenstanders.
Alleen de SP en de PVV bevinden zich op posities, die je van de twee partijen ook zou verwachten, als erkende eurosceptische partijen.
De posities van de andere partijen zijn, gezien hun rijke Europese traditie logischer dan de meer eurosceptische houding van hun lijsttrekkers. Kennelijk speculeren ze erop dat met hun werkelijke beleidsplannen het gewenste electoraat niet bereikt wordt. Maar daarmee komt er nog niet een eurosceptisch Nederlands smaldeel in het Europees Parlement.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.