Zelfs aan vis met MSC-label kleeft een luchtje, lazen we eerder in Trouw. Tegenwoordig is het groene label behoorlijk geüpgraded, al is het nog geen fair trade.
Natuurlijk eten wij vaak vis, ondanks de protesten van de kinderen. Vis is gezond, vis is lekker, vis is goedkoop? En nu er steeds meer goede vis in de winkels ligt, mag het ook nog een keertje. Op lange termijn ook fijn voor de kinderen. Nu is het gewoon nog even neuzen dicht.
Aan het label kent men de vis, en goede heeft zijn eigen keurmerk: het keurmerk van het MSC, afkorting van Marine Stewardship Council. In het Nederlands vertaald betekent dat zoiets als ’Raad voor Zeerentmeesterschap’.
Goed werk doet de MSC. De raad controleert vangstmethode en overbevissing – alleen als die aan eenentwintig criteria voldoen, worden gecontroleerd door onafhankelijke wetenschappers en de uitkomst wordt bevestigd door autonome certificeerders, dan pas mag er het vergeet-me-niet blauwe stickertje van de MSC op – die met de gestileerde vis. Prachtig, nietwaar? Eindelijk een manier om goede vis te herkennen.
Helaas, geen vis is zo goed of er zit een luchtje aan. Links en rechts klinken kritische stemmen. Op internet klagen bloggers over de dwang die MSC aan vissers op zou leggen, ook de vissers die al eeuwenlang hun vis netjes en ecologisch vangen. De Noordzee-makreel, bijvoorbeeld, wordt met respect voor het zeeleven gevangen, maar heeft geen MSClabel. Om te krijgen wat ze al hebben, moet de makreelvisserij het MSC veel geld betalen.
Nog kritischer is Martin Scholten, directeur van het zeeonderzoeksinstituut Wageningen Imares. In deze krant zei hij, alweer drie jaar geleden, nare dingen over het keurmerk. MSC doet niets aan het leegvissen van de zeeën door de industriële schepen, die vismeel maken. MSC is niet beschikbaar voor gemengde visserij, die juist heel flexibel kan vissen op wat er net in overvloed is. En MSC beoordeelt hele visserijen, niet individuele vissers. ’Een schaamlap’, noemde Scholten het.
Krijg je dat weer. Is er een keer iets goed, is het nog niet goed. En wat moet je dan, als goedwillend consument. Toch Scholten maar eens bellen. Het artikel is van drie jaar geleden, er kan toch iets ten goede veranderd zijn.
Het kost enige moeite om Scholten aan de lijn te krijgen – directeuren hebben het druk – maar dan komt toch het opbeurende woord: er is wel degelijk iets verbeterd de afgelopen paar jaar.
„Een voornaam kritiekpunt”, legt Scholten uit, „was de selectie van vissers. Met MSC kon alleen een hele visserij in een bepaald gebied worden beoordeeld. Maar of een individuele visser zorgvuldig viste, en daardoor duurzamer, dat beoordeelden ze niet. Dat is veranderd, en dat werkt. Er is nu zelfs een Urker visser die MSC-schol vangt – dat zat er drie jaar geleden niet in.’
Toch blijft hij kritisch. „MSC let niet op foodmiles”, zegt hij. „En ook niet op de sociale omstandigheden waaronder de vis gevangen wordt. Het is dus geen fair trade. En ik heb de indruk dat visserijen ver weg, gemakkelijker een MSC-label krijgen dan die dichtbij.”
Ideaal zou zijn wanneer de consument aan zijn vis kan zien welke visser het beestje waar had gevangen. „Dus niet alle schol roodgekleurd”, zegt Scholten, met een verwijzing naar de Goede Vis-gids, waar ’rood’ betekent: niet eten. „Er is ook schol die wel zorgvuldig, en dus duurzaam, gevangen is”, zegt Scholten. „Dat moet je kunnen zien: groene schol naast rode. Zodat iedere consument de groene schol kan kopen, en dus iedere visser groene schol wil vangen. Dat werkt.”
Ja, maar zover is het nog niet. Wat moet die gewone consument? Is een MSC-label dan niet beter dan niets? Daarin wil Scholten wel meegaan.
„Beter dan niets. Maar je moet kritisch blijven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.