*

 

’We hebben geen geld voor krimpregio’s’

Peter Maurits − 18/05/09, 00:00

Minister Van der Laan vindt dat steden moeten meebetalen aan bestrijding van de leegloop van het platteland. De Utrechtse wethouder Floris de Gelder (economische zaken) ziet dat anders.

  • (Trouw)

Deelt u de zorgen van de minister?

„Je ziet inderdaad dat veel mensen naar de steden trekken. Maar in tegenstelling tot de minister zie ik geen probleem maar een kans. Doordat gebieden leeglopen, ontstaat er ruimte, en die is in Nederland schaars. Daar zijn wij in de Randstad jaloers op. Als die nieuwe open ruimtes goed worden ingevuld, geeft dat een impuls aan de economie.

„Er kunnen bijvoorbeeld nieuwe natuurgebieden worden gemaakt, zoals gebeurt in Drenthe. Friesland kan zich richten op het toerisme. Dat gebeurt nu al op sommige plekken. Boeren beginnen bijvoorbeeld een camping op hun terrein. Zo houd je het bedrijf, en uiteindelijk het gehele gebied, levensvatbaar.”

Leegstaande gebouwen moeten eerst worden afgebroken voor het gebied een nieuwe bestemming kan krijgen. Kan de minister het geld daarvoor bij u ophalen?

„Nee, ik ben het er niet mee eens dat het geld uit de steden moet komen. Ik kan natuurlijk niets zeggen over de begroting van bijvoorbeeld de gemeente Heerlen, waar een grote leegloop gaande is.

„Wel kan ik vaststellen dat het geen zin heeft om zomaar geld van de ene naar de andere kant van het land te pompen. Dat is ook helemaal niet nodig, want er is juist geld te verdienen. De regio zelf moet daarin investeren.

„Ik weet bijvoorbeeld dat veel jongeren vanuit Friesland naar de stad trekken door een gebrek aan goedkope woningen. Zou daar meer sociale woningbouw komen, dan blijven er ook meer jongeren.”

Die leeglopende gebieden betalen ook voor uw probleemwijken. Komt de solidariteit dan niet van twee kanten?

„Dat vind ik veel te zwart-wit bekeken. Wij doen al heel veel voor het platteland. Kijk naar de Vrede van Utrecht, een initiatief dat talloze culturele activiteiten organiseert. Ook subsidiëren we meerdere musea in de stad. Daar komen ook veel mensen van het platteland naartoe.

„Daarbij zijn het moeilijke economische tijden. Wij moeten al bezuinigen door de crisis, en kunnen het ons niet veroorloven om geld bij de probleembuurten weg te halen. Heel simpel: wij hebben het geld niet om andere gemeenten te helpen met de problemen van de leegloop.”

Zijn steden niet de veroorzakers van de leegloop? Die trekken met hun beleid opzettelijk hoogopgeleiden.

„Ons beleid is er niet direct op gericht om hoogopgeleiden aan te trekken. Ik denk dat het vanzelf gaat. Zeker in Utrecht, waar de grootste universiteit van Nederland staat, en een grote hbo is. Een kwart van onze inwoners is student.

„Het is niet verwonderlijk dat die studenten, eenmaal uitgeleerd en hoog opgeleid, niet teruggaan naar de dunbevolktere gebieden in bijvoorbeeld het noordoosten van het land. Werk op hun niveau bevindt zich nu eenmaal in de stad omdat internationale en grote bedrijven dicht bij vliegvelden en andere voorzieningen willen zitten.”

Heeft u er geen baat bij dat mensen op het platteland blijven? Een drukkere stad levert meer problemen op.

„Nee. Wij hebben in Utrecht bijvoorbeeld Leidsche Rijn. Een nieuwbouwwijk die nog niet af is, maar die even groot wordt als Leeuwarden. Circa 90.000 mensen komen daar te wonen. Daar richt ons beleid zich bewust op. Bevolkingsgroei betekent voor ons economische groei.”

mailIcon print |