*

 

Vissers niet blij met viswijzer

Jeroen den Blijker − 16/05/09, 00:00

De viswijzer, steun en toeverlaat voor bewuste viseters, is vernieuwd. Hij verschaft meer informatie dan voorheen. Maar ook nu reageert de visserijwereld met tandengeknars.

  • Rien Motshagen van viswinkel Gamba in Arnhem werkt met de viswijzer. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

Vis bereiden is vaak een makkie. In een grillpan, stoven in de oven, of gewoon ouderwets in bakken in een koekenpan. Nee, dan vis kopen. Da’s pas een echte klus. Waar doe je goed aan na al die rampverhalen over overbevissing en excessieve bijvangst? Kan het nog wel, zo’n scholletje of een stukje tonijn? Of werken we zo de vis naar binnen die eigenlijk voor onze kleinkinderen was bestemd?

Daarom ontwikkelde stichting De Noordzee nu ruim vijf jaar geleden de viswijzer. Een handig hulpje voor al uw visproblemen. De viswijzer, als kaartje in de portemonnee, geeft immers aan welke vis een ’Prima’ of ’Tweede keus’ is. Of, want dat kan ook, welke valt in de foute categorie ’liever niet’. Vanmiddag presenteert de Stichting De Noordzee officieel de versie voor 2009/2010.

Nu is lang niet iedereen even blij met de viswijzer. Veel vissers bijvoorbeeld voelen zich er ernstig door tekortgedaan. De wetenschappelijke basis van de viswijzer zou flinterdun zijn, de gebruikte methodologie omstreden. En de uitkomst vooral zuur. Want tong en schol, de belangrijkste vissoorten voor de Nederlandse vloot, zijn in het beste geval nooit verder gekomen dan de categorie ’tweede keus’. Of, in de stoplichttaal van de wijzer: oranje.

Natuurlijk kent Christien Absil van stichting De Noordzee die kritiek. Absil stond aan de basis van de Nederlandse viswijzer en ontwikkelde in samenspraak met vier internationale milieuclubs de onderliggende methodologie. Ze onderstreept de bedoeling van het kaartje. „Het is een advies. En nimmer bedoeld als wetenschappelijke studie.” Wat overigens niet betekent dat de wijzer nattevingerwerk is, benadrukt zij. Voor de classificatie van zeevis wordt bijvoorbeeld jaarlijks een scorelijst doorlopen van vijftien vragen, zoals ’Hoe is het gesteld met het visbestand’. „De ene vissoort is bijvoorbeeld veel gevoeliger voor visserij dan de andere”, licht Absil toe. „Haring en garnalen zijn redelijk ongevoelig omdat ze zich relatief snel voortplanten. Maar voor roodbaars geldt weer het tegendeel. Die moet je dus niet te zwaar bevissen.”

Verder moeten er ook vragen beantwoord worden over bijvoorbeeld vangsttechnieken of over het bestandsbeheer. Absil: „Is er sprake van bijvangst? Schaadt de visserij de bodem? En gelden er bijvoorbeeld vangstbeperkingen en hoe worden die nageleefd?” De antwoorden op al deze vragen leveren een aantal punten op, dat uiteindelijk bepalend is voor de score op de viswijzer.

De invloed van dit advies op consumenten moet niet worden overdreven, zegt Absil. „De vissers denken wel dat veel consumenten hun vis kopen met de viswijzer in de hand. Maar dat geloof ik niet. Het is toch een behoorlijk gedoe om bij zo’n viskraam zo’n viswijzer uit je portemonnee te halen.” Onderzoek van het Wereld Natuurfonds, die de viswijzer adopteerde en nu wereldwijd uitrolt, leert evenwel dat 36 procent van de Nederlanders de wijzer kent en een op de vier volwassenen deze gebruikt. „Vissers hebben vooral last van de viswijzer omdat inkopers van bijvoorbeeld supermarkten ermee werken”, zegt Absil. „Hun bedrijven willen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid laten zien. Daar past een verantwoord assortiment bij.” Ook chef-koks raadplegen steeds vaker de internetversie op Goedevis.nl.

Gezien de aanhoudende kritiek van de visserijsector was het dit jaar extra spannend voor de viswijzer. Vorig jaar zomer immers, bereikten visserij en natuurorganisaties een broos akkoord over een duurzame Noordzeevisserij. Daar zouden ze samen aan gaan werken. En daar zouden ze ook samen over gaan communiceren. Net zoals ze ook samen zouden overleggen over de viswijzer. Want, zegt Marloes Kraan, medewerker verantwoorde vis van het Productschap Visserij, de belangenorganisatie van de visindustrie: „De viswijzer suggereert een objectieve waarheid die een ingewikkeld product als vis geen recht doet. Het is niet zo dat de ene vis per definitie goed is en de andere fout.”

Zoals te verwachten ging de discussie, toen Absil haar bevindingen voor commentaar voorlegde aan het Productschap, vooral over de tong en schol, de commercieel voor Nederland belangrijke soorten. Absil: „Het productschap had een aantal punten en een deel daarvan hebben we verwerkt. Maar lang niet alles is overgenomen.”

Ook dit keer scoren schol noch tong uit de Noordzee in de nieuwe wijzer ’eerste keus’ of groen. De tong blijft hangen in het rood, de schol is ’tweede keus’. Want, licht Absil toe, deze vissoorten worden toch vooral aangeland door boomkorkotters. „De boomkor is een vangsttechniek waarbij netten voorzien van zware kettingen over de zeebodem worden getrokken. De zeebodem wordt daarbij vernield. Bovendien is de bijvangst gigantisch, vaak vijf à zes keer groter dan de vis waar het eigenlijk om te doen is. We kijken ook naar de effecten van de visserij op het hele ecosysteem.”

Maar Kraan, van het Productschap, vindt dit een ongenuanceerd verhaal. „Is bodemberoering per definitie zo slecht? Dat betwijfelen wij. De Noordzee is geen homogene zone, de effecten van visserij op de bodem zijn bovendien niet altijd even goed vast te stellen.”

Absil: „Het is toch ongelooflijk dat het Productschap dat nog steeds in twijfel durft te trekken. Juist over de schadelijke effecten van de boomkor bestaan stapels wetenschappelijke literatuur.” Kraan wijst erop dat de zeebodem lang niet altijd overal stabiel is en door stromingen continu verandert. „Bovendien werkt het hyperfrustrererend voor de koplopers in de sector als de viswijzer hen niet beloont voor hun inspanningen voor betere duurzamer vangstmethoden. Natuurorganisaties onderschatten het effect daarvan op de volgers in de sector. Die zeggen dan, als de tong permanent in het rood blijft hangen: ’Kijk, die milieuclubs zijn alleen maar tegen ons’. En dat moeten we niet hebben, juist omdat de sector druk investeert in nieuwe duurzame technieken. Zo wordt op dit moment onderzocht hoe de sector in aanmerking kan komen voor het MSC-duurzaamheidskeurmerk.”

Maar Absil is vooralsnog niet onder de indruk van wat de kottersector op het gebied van innovatie presteert. De verduurzaming gaat vooral langzaam. Ze schaart zich daarmee achter kritiek die eerder in deze krant werd geuit door visserijdeskundige Cees Taal van het Landbouw-Economische Instituut. „Zodra de olieprijs daalt, neemt de financiële noodzaak tot omschakeling af en daalt zichtbaar het enthousiasme”, typeert Absil het ambitieniveau van de sector.

Toch is de viswijzer Model 2009/2010 informatiever dan ooit. Alternatieve vangsttechnieken worden nu gemeld en beoordeeld, omdat ook Stichting de Noordzee een betere praktijk toejuicht. De vormgeving is bovendien verbeterd, zodat je het verschil tussen vangstgebieden in een oogopslag ziet. Zo leren we dat je de kabeljauw uit de Noordzee nog steeds maar beter kunt laten liggen, maar dat de Noorse kabeljauw uit de Barentsz-zee zonder gewetenswroeging de oven in kan. Uiteraard zijn ook de vissoorten weergegeven die verkrijgbaar zijn met het strenge duurzaamheidslabel MSC. „Op de oude wijzer waren vangstgebieden ook al aangegeven, maar nu is dat nog duidelijker”, zegt Absil. De viswijzer kent bovendien twee versies: een op papier en een op internet, die verfijnder is. Werkt de eerste met de bekende drie categorieën met bijbehorende kleuren rood, oranje, groen, de internetversie kent vijf categorieën en laat ook kleurverloop zien. Dat laatste vooral op verzoek van de vissector, onderstreept Absil. „Die vindt het leuk om te kunnen laten zien dat schol in een jaar tijd is opgeschoven van donkerrood naar lichtrood.” Kraan: „Dat is voor de sector een geweldige opsteker, het bewijs dat we op de goede weg zijn.” 

Veel meer zat er voor de visserijsector dit keer niet in. Absil: „Je moet je voor zo’n viswijzer echt beperken tot informatie die voor de gebruiker relevant is. Dat levert natuurlijk een andere viswijzer op dan het Productschap graag ziet. Maar het is en blijft natuurlijk wel een viswijzer van een milieuorganisatie. Het eindoordeel ligt bij ons.”

mailIcon print |