*

 

’Milieuminister blijft altijd optimistisch’

Karen Zandbergen − 01/05/09, 00:00

Minister Cramer houdt vol dat de milieudoelen van het kabinet worden gehaald. En dat op basis van een verkenning, waaruit blijkt dat de doelen níet worden gehaald. Dat is ministers van milieu eigen, zegt Klaas van Egmond.

  • Windmolens in de haven van Vlissingen. (Trouw)

’Milieudoelen in zicht’ kopt de website van het ministerie van vrom. „In 2020 wekt Nederland 35 procent van haar elektriciteit op met windturbines, zonnecellen en biomassa.” Samen met andere ontwikkelingen zorgt dit ervoor dat het kabinet haar doelstelling voor duurzame energie haalt. Dat zou allemaal blijken uit een verkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeksbureau ECN.

Wie die verkenningen leest, ziet weinig van het optimisme terug. De belangrijkste conclusie? Het kabinetsbeleid heeft effect, maar de doelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie worden ook met de extra maatregelen die in het crisispakket zijn genomen, niet gehaald.

35 procent duurzame elektriciteit is in het meest optimistische scenario technisch haalbaar, maar dan moet er bovenop alles wat al in gang is gezet, nog ruim 18 miljard euro in worden gestoken. En dan nog wordt volgens de onderzoeken in 2020 niet 20 procent van de energie duurzaam opgewekt, maar hooguit 15 procent.

Nieuw is het niet. Een alarmerend rapport, waarschuwingen van mil-ieuorganisaties dat het beleid echt om moet, gevolgd door een toch optimistische reactie van Jacqueline Cramer. „Toedeloe. Als je daar over klaagt, gaat bij mij het licht uit”, reageerde de minister van milieu nog maar een maand geleden op kritiek van de milieubeweging.

„Ze blijft gewoon een positief beeld uitstralen”, ziet ook Klaas van Egmond, faculteitshoogleraar mil-ieukunde aan de Universiteit van Utrecht. „Er zijn momenten dat je als minister maar beter kunt zeggen dat je achter het beleid staat. De investeringen in het crisispakket zullen wel zwaar uitonderhandeld zijn.”

Volgens Van Egmond wil Cramer wel, maar zit het kabinet tegen. Daar wordt nog altijd gedacht in een tegenstelling tussen economie en milieu. „Ik zie geen enkele les die getrokken wordt uit de huidige economische situatie.”

Cramer is zeker niet de enige minister van milieu die tegen wil en dank optimistisch blijft, weet Van Egmond. Hij was jarenlang directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau. „Er is altijd de neiging tot blind optimisme. Er is ook altijd een teleurstelling als de uitkomsten van beleid tegenvallen. Dan wordt een minister daar in de Kamer ook nog eens op aangevallen.”

Een uitzondering was Ed Nijpels. „Hij was heel autonoom. Bij zijn strijd voor katalysatoren in auto’s en schonere wasmiddelen trok hij zich niets aan van Europa. Hij was echt een politicus, waar Cramer een wetenschapper is.” Het grote verschil is wel dat Nijpels de eerste was die de problemen belichtte, waardoor hem weinig kon worden verweten. „Nu zijn we twintig jaar verder, dan willen we ook wel resultaten zien.”

Van Egmond is er ook nog niet uit of het altijd beter is om juist sombere scenario’s te schetsen om iets gedaan te krijgen in het kabinet. Jan Pronk was bij uitstek zo’n bewindspersoon. „Maar hij riep daarmee juist sterke negatieve reacties op.”

„Het blijft altijd heel moeilijk voor een milieuminister. Als het slecht gaat is er geen geld voor maatregelen, en als de economie groeit, neemt de milieubelasting hoe dan ook toe. Het is opereren als een burgemeester in oorlogstijd.”

mailIcon print |