*

 

’Goed leren lezen kan élke leerling’

Harriët Salm − 11/04/09, 00:00

Ruim 40 witte, zwarte en gemengde basisscholen in Enschede en omgeving hervormden in twee jaar hun onderwijs. Nu lezen de leerlingen veel beter dan het landelijk gemiddelde. „Het is dus niet de achtergrond van je ouders die bepaalt of je goed kunt leren lezen”, zegt lector en leesdeskundige Kees Vernooy.

  • Groep 4/5 van jenaplanbasisschool De Imenhof in Losser. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Op de deur van groep 3 van jenaplan-basisschool De Imenhof in Losser, een dorp buiten Enschede, hangt een bordje waarop staat ’deur’. Op een stoel staat ’stoel’. Op de beeldbuis prijkt ’televisie’. Gordijn, boekenkast: overal briefjes met erop wat het is. Directeur Nienke Olde Agterhuis: „Kinderen worden vanaf groep 1 continu geconfronteerd met letters en woordjes. De focus op onze school ligt tegenwoordig puur op lezen.”

Dat was twee jaar geleden heel anders – toen werd er alleen nog maar gespeeld in de kleuterklassen. „Dit is een jenaplanschool: de kinderen moeten vanuit zichzelf willen leren en vooral eerst veel spelen, was hier de gedachte. Nu moeten ze 16 letters kennen voor ze naar groep 3 gaan.”

De omslag is ingezet na een slechte beoordeling van de onderwijsinspectie. De school, met dit jaar elf leerkrachten en 126 voornamelijk blanke kinderen van hoogopgeleide ouders, haalde in verhouding met andere vergelijkbare scholen slechte scores op toetsen in leesvaardigheid, begrijpend lezen en rekenen. Olde Achterhuis, sinds twee jaar directeur op de school, wilde het tij keren.

Zij sloot zich aan bij een netwerk van basisscholen uit de regio Enschede. Gevormd om het peil van het onderwijs op te schroeven. Zo kwam het ’lees-verbeterplan’ op deze scholen en ontstond een levendige uitwisseling tussen directeuren en leerkrachten. „We kijken nu regelmatig bij elkaar en leren van elkaar.”

De leerlingen worden zo nodig om de 4 à 6 weken getoetst. Kim Postel, leerkracht van groep 3, toont hoe zij haar 28 leerlingen volgt. Op een blad heeft ze alle namen geschreven met erachter de letters die ze volgens de laatste testjes niet goed kunnen. Sophie: b en d. Marit: b en uu. „Ik geef nu onderwijs op maat. Deze leerlingen oefenen extra met deze letters.”

Niet elke leerkracht ging zonder slag of stoot in de wijzigingen mee, vertelt Olde Agterhuis. „Zeker op een jenaplanschool bestaat toetshuiver: krijgen de leerlingen dan niet te veel stress? Kleuters die al zo met taal oefenen: moeten die niet gewoon lekker spelen? En leerkrachten aanspreken op de toetsresultaten van hun leerlingen, dat was in het onderwijs ook nog niet normaal.”

Toch kon ze haar team overtuigen. „Iedereen wil het beste uit de kinderen halen en dat deden we niet. En bovendien bleek snel: de kinderen vinden het hartstikke leuk. Ze zijn veel gelukkiger dan in de oude situatie. Ze spelen nog steeds, maar nu soms met letters en taal.”

Het heeft gevolgen gehad voor de activiteiten die bij jenaplan horen, erkent ze. Waar, volgens jenaplan, leerlingen van twee of drie jaarlagen bij elkaar in de klas horen te zitten, is er nu een groep 3. Ook is er minder tijd voor de ’kring’: volgens jenaplan zitten leerlingen vaak in een kring om bijvoorbeeld projecten te presenteren. „De kring op maandag is afgeschaft: nu lezen wij in die tijd.”

De resultaten zijn door deze maatregelen hard gestegen. Nog geen 60 procent van de leerlingen haalde twee jaar geleden het te verwachten leesniveau in groep 5. Inmiddels is dat 80 procent. „Rekenen gaat ook beter, zonder dat we daar extra inspanningen voor gedaan hebben. Als de leerlingen beter lezen, kunnen ze ook beter rekenen, blijkt wel.”

Eind deze maand komt de inspectie opnieuw. Olde Agterhuis ziet het bezoek met vertrouwen tegemoet.

mailIcon print |