*

 

Ook nu de NFR zich opheft, blijft gelden: verzet verjaart niet

Door: redactie − 18/04/09, 00:00

Van de enkele duizenden leden van de bij de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet (NFR) aangesloten organisaties zijn er nog maar vierhonderd over. Het is daarom verstandig dat het bestuur besloten heeft zichzelf per 30 juni 2010 op te heffen. Op een zodanig tijdstip dus dat de 65ste herdenking van de bevrijding nog gevierd kan worden en naar oprecht te hopen valt, nog voor de NFR met zijn hoogbejaarde leden letterlijk een stille dood gestorven is.

De Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945, waarbij de NFR en vier andere verzetsorganisaties zijn aangesloten, is zover nog niet. Maar ook de voorzitter van deze stichting, Rudi Hemmes, constateert in alle nuchterheid dat het ook voor hen een keer ophoudt. Zolang er leden zijn, wil zijn bestuur nog als vangnet in functie blijven. Bovendien zijn een aantal organisaties op zoek naar nieuwe bestuurders van een volgende generatie. Geen verzetsclubs meer, maar clubjes die uit het verzet zijn geboren.

Die constatering bepaalt ons er nogeens bij dat de samenleving het eerdaags zonder het oorspronkelijke verzet moet stellen. Zonder die mensen dus, die op scholen en bij andere gelegenheden uit de eerste hand vertellen hoe het was. En ook zonder hun indrukwekkende aanwezigheid (vaak in het blauwe overall van de Binnenlandse Strijdkrachten) bij tal van herdenkingen, waaronder de Herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam. Wat blijft is hun uitvoerig gedocumenteerde getuigenis en de herinneringen aan hen van volgende generaties.

De Tweede Wereldoorlog zal ook zonder deze levende getuigen ijkpunt blijven in het collectieve geheugen van de natie. Wat het betekent onderworpen te zijn aan een totalitair regime en welk effect dat heeft op het gedrag van een principe tot vrijheid geroepen mens. In herdenkingen valt de nadruk vaak - en terecht - op de slachtoffers. Maar laten we vooral ook het verzet niet vergeten. Hun aantal was wellicht gering. Als groep vertegenwoordigden zij wel de ware aard van het verzet, dat niet alleen weigert zich neer te leggen bij onderdrukking. Het verzet bekommerde zich naar een woord van Trouw-redacteur J.G. A. Thijs vooral ook om de slachtoffers en de underdogs. In dat perspectief wenste hij ook Trouw als vroegere verzetskrant te plaatsen. Zijn jubileumbundel van het veertigjare Trouw draagt daarom ook de voor de NFR hoopgevende titel: ’Verzet verjaar niet’.

mailIcon print |