*

 

Gele kaart voor het onderwijs

Teun Wisse − 22/05/09, 12:15

opinie Een scholier bestaat bij gratie van zijn onvolmaaktheid. Zijn gebrek is het brood van de leraar.

  • (\N)

Het onderwijs redeneert vanuit die onvolmaaktheid. Zij heeft in veel opzichten een negatieve insteek, die vaak in symboliek tot uiting komt. Het onderwijs legt de nadruk op de fout van de leerling, niet op zijn prestatie. Niet voor niets wordt de normering bij een proefwerk gebaseerd op het aantal foute antwoorden, nooit op het aantal goede. Ik moet het eerste proefwerk nog zien dat met groen gecorrigeerd is.

Over kleur gesproken: de kaarten die leerlingen bij ons op school krijgen, ten teken dat ze zich moeten melden bij de afdeling, zijn geel en rood. Niemand besteed ooit aandacht aan dit gegeven, maar de kleuren zijn heel bewust gekozen, en hun symboliek is veelzeggend: agressievere en meer intimiderende kleuren bestaan niet.

Dan een ander voorbeeld: als de leerling uit de les wordt verwijderd door de leraar, moet hij zich in een zogenaamd ‘uit de les gezet’ -briefje verantwoorden. Hij moet naar eigen inzicht de reden formuleren dat hij uit de les werd gezet. Vervolgens moet hij naar de leraar gaan om de kwestie te bespreken. Onder aan het briefje staat is een door de leraar te maken keuze: conflict wel/niet afgehandeld. Aan een niet afgehandeld conflict kleven voor de leerling consequenties.

Deze formulering is manipulatief. Niet alleen de leraar kan beoordelen of een conflict afgehandeld is. Ook de leerling kan van mening zijn dat hij onterecht uit de les verwijderd is. Hoewel hij wel degelijk de mogelijkheid heeft die mening te ventileren, manoeuvreert de formulering op het briefje de leerling al in een bepaalde ondergeschikte, afhankelijke positie, waardoor hij niet meer op het idee komt.

De veelbesproken zesjescultuur is niet de schuld van de leerling, maar van hoe het onderwijs in elkaar zit. De leerling heeft een constructieve plicht, hij moet zich ontwikkelen. Daarbij moet hij zich aan regels houden. Die regels zijn meestal negatief geformuleerd. De mentaliteit van het onderwijs heeft vanzelfsprekend ook zijn uitwerking op het gedrag van de leerling. Het gaat om wat de leerling ‘moet’ (de verplichting, het uitgaan van een minimum) en veel minder om wat de leerling ‘kan’ (het talent, het uitgaan van een maximum). De school straft de slechte leerling, en steekt nauwelijks een hand uit naar de goede leerling.

De prioriteit van de school hoort niet te liggen bij het straffen van de slechte leerling, maar bij het helpen en motiveren daarvan. Daarom zou de school niet vooral aandacht moeten geven aan zwaktes van de leerling. Die focus op het negatieve, waaraan scholieren vaak zo gewend zijn dat ze hem niet meer zien, en die de zesjescultuur in stand houdt, komt hier duidelijk naar voren.

De school moet meer oog hebben de talenten van haar leerlingen, en die met net zo grote ijver proberen te ontwikkelen als hun zwaktes. De leraar heeft nu veel minder een constructieve plicht. Zijn taak is in een bepaald opzicht zelfs deels destructief te noemen. Sla elk willekeurig opvoedkundig boek open je zult vinden dat belonen, motiveren, beter helpt bij het leren dan straffen.

Waar is die opvatting in het onderwijs gebleven? Ik heb hem, als ervaringsdeskundige, zes jaar lang met een loep moeten zoeken. Ik heb hem wel gevonden, zo duister is de wereld van het onderwijs niet. Maar het is veelzeggend dat ik hem altijd vond in het individu, de bezielende leraar, en nooit in het systeem.

Teun Wisse zit in 5vwo van het Pleincollege van Maerlant in Eindhoven

mailIcon print |