Jan-Albert Lantink verfoeit hardlopen over het strand. Maar genietend van het overige natuurschoon is hij oppermachtig tijdens zijn 120 kilometer lange tocht over Texel.
’Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen’, staat achter op het T-shirt van de speaker aan de finish.
Het is een citaat van Jan Knippenberg, die als historicus en romanticus het ultralopen in een context plaatste die ver buiten de commerciële loopsport staat. Knippenberg overtuigde twee decennia geleden loopenthousiasten op zijn eiland dat Texel niet ook een marathon nodig had. Op zijn voorstel werd de ’Zestig van Texel’ geboren, waaraan hij enkele jaren later de wedstrijd over 120 kilometer toevoegde.
Die erfenis is uitgegroeid tot een van de Nederlandse klassiekers van het ultralopen. De langste afstand op zijn geliefde eiland voltooide hij zelf nooit. Hij viel in de eerste editie na tachtig kilometer uitgeput uit. Na later bleek leed hij al aan een ongeneeslijke ziekte die een einde maakte aan zijn eindeloze voetreizen.
De deelnemers van het eerste uur voelen nog altijd zijn aanwezigheid als zij aan het eind van hun tocht langs het kerkhof komen waar Knippenberg begraven ligt. Mogelijk dat de debuterende Belg Marc Papanikitas daarvan geen weet had.
Toch kwam zelden een winnaar zo geëmotioneerd over de finish als hij gisteren na zijn 60 kilometer. Eén minuut voor de start werd om stilte verzocht vanwege het overlijden een dag eerder van een oud-deelnemer, de 37 jaar geworden André van der Vliert. „Ik wist niet wat ik hoorde, mijn vriend gestorven. Ik wist van niets”, aldus Papanikitas.
„Alles werd bij me afgesneden, ik kreeg geen adem meer. Mijn hoofd stond totaal niet meer naar lopen, maar wat moest ik? Het kon niets meer worden, uiteindelijk was er slechts één motivatie: lopen voor André. Maar wat een klotenwedstrijd was het, de hele tocht was ik emotioneel.”
Uiteindelijk liet Knippenberg indirect nog een tweede erfenis achter, zijn Memorial. Om de twee even jaren wordt vanaf Vlaardingen via Hoek van Holland langs de kuststrook naar Den Helder gelopen. De school waaraan hij les gaf, de OSG De Hogeberg, vaardigt elke keer een estafetteteam af van de leerlingen en onderwijzers.
Behalve door Knippenberg worden de twee klassiekers met elkaar verbonden door strand. En als Jan-Albert Lantink ergens een hekel aan heeft, is het ploeteren door mul zand. Toch triomfeerde hij gisteren bij zijn debuut op Texel over 120 kilometer (in 9.47 uur). Vorig jaar had de 50-jarige atleet uit Borne dat andere evenement al op zijn naam gebracht.
Eén ding moest hij toegeven: op Texel had hij op die paar zware, eenzame strandstroken na volop genoten van het overige natuurschoon. Vorig jaar was het écht afzien geweest, met 140 van de 161 kilometer onafgebroken lopen over strand.
Het was gisteren uitgerekend het strand waarop Lantink een solo van bijna 80 kilometer inleidde. In de vroege ochtend waren de lopers door de vloed gedwongen door het mulle zand te ploeteren. Met ook nog forse tegenwind, hield Lantink zich op advies van zijn twee trainers gedeisd, maar bemerkte dat hij toch bij zijn drie volgers wegliep. „Toen was het bij het inslaan van het bos gemakkelijk om een groot gat te slaan.”
Hij is niet de romanticus die Knippenberg was. Lantink vindt wél dat hij sport bedrijft, topsport nog wel. Hij benadert alle aspecten van zijn sport uiterst serieus. „Ik heb een fulltime baan als bedrijfsarts. Trainen doe ik ’s morgens, dan ben ik op m’n actiefst. Ik sta om vijf uur op en loop tot half acht. Mijn pa zei altijd dat ik beter boer had kunnen worden.”
De suggestie dat ultralopen niet gezond kan zijn voor het lichaam, wuift hij beroepsmatig en als ervaringsdeskundige weg. „Vroeger had ik wel blessures. Sinds ik aan ultralopen doe heb ik nergens last van. Als je zoveel loopt, ga je het verstand wel gebruiken. Je wordt zuinig op je lichaam, je doet hersteltrainingen, laat je masseren en let goed op je voeding.” Eigenlijk is hij in de ultrawereld een groentje. Pas eind 2005 stapte hij erin. Volgend jaar is het avontuur wat hem betreft al weer ten einde en wil hij zich toeleggen op „trails door de natuur”.
Lantink heeft in die korte tijd veel gewonnen. Buiten de twee strandklassiekers is hij Nederlands kampioen 100 kilometer en 24 uur. Op die laatste discipline legde hij 237 kilometer af, iets te weinig naar zijn zin. Dit jaar wil hij een aanval doen op het Nederlands record van Ron Teunisse, die negentien jaar geleden in een etmaal 261 kilometer aflegde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.