*

 

De burgemeester maakte drie fouten

Willem Schoonen − 18/04/09, 00:00

Dat een burgemeester een complete kranteneditie laat vernietigen vanwege een hem onwelgevallig artikel is niet dom, maar een schandaal. De les die deze burgemeester, Aleid Wolfsen, uit de affaire trekt, díe is dom.

Wolfsen, burgemeester van Utrecht, heeft deze week niet één fout gemaakt, maar tenminste drie. Om te beginnen kreeg hij de uitgever van Ons Utrecht zo ver dat die de hele editie van zijn huis-aan-huisblad in de papierbak gooide, en de krant opnieuw liet drukken zonder het gewraakte artikel over Wolfsen. Dat artikel bevatte geen feitelijke onjuistheden, maar slechts commentaar van een jurist op de vergoeding die de burgemeester krijgt voor zijn tijdelijke woning.

Wolfsen vreesde imagoschade. Nu is dat geen reden voor rectificatie en al helemaal niet voor het vernietigen van 120.000 kranten. Dat de uitgever daartoe wel heeft besloten (zonder overleg met de redactie) diskwalificeert hem voor zijn vak, maar dit terzijde. Wolfsen heeft inmiddels toegegeven dat het dom was die uitgever te bellen. Maar die domheid zit alleen in het feit dat de imagoschade die Wolfsen vreesde nu vele malen groter is dan hij na publicatie van Ons Utrecht ooit had kunnen zijn. Voor het overige was het een ontoelaatbare ingreep in de persvrijheid, hoe vaak de Utrechtse burgemeester ook beweert dat dat niet zijn bedoeling was.

De tweede fout die Wolfsen maakte, was zijn neerbuigende kwalificatie van de redactie van Ons Utrecht. Dat zouden geen echte journalisten zijn. Om te beginnen is het niet aan de burgemeester om daarover te oordelen. Maar bovendien huldigen we in Nederland het principe dat iedereen die informatie verzamelt en publiceert zich journalist mag noemen. Journalist is in Nederland geen beschermd – en afgeschermd – beroep, zoals in veel andere landen. En daarvoor is bewust gekozen, ten dienste van de democratie.

De derde fout maakte Wolfsen tijdens het debat in de gemeenteraad over de kwestie. De burgemeester concludeerde dat hij nu niet meer met een journalist een kop koffie kan drinken, want dat zou al verdacht zijn. Daarmee wekt hij de indruk de pers terzijde te kunnen schuiven. Dat is niet alleen onzin, het is ook een gevaarlijke suggestie; in zijn publieke functie heeft de burgemeester de pers nodig, en dat moet hij beseffen.

Als alleen Wolfsen zo zou denken, was er niet zoveel aan de hand. Maar hij is de enige niet. De Utrechtse persaffaire is een extreem geval. In de regel gebruiken politici en bestuurders subtielere middelen om greep te krijgen op de pers. En kranten besluiten zelden een hele editie weg te gooien, maar schaven geregeld aan artikelen op aandringen van een gezagsbekleder.

Zo wordt Nederland geteisterd door de rectificatieziekte. Je krijgt geen interview meer zonder de toezegging dat het artikel voor publicatie kan worden ingezien. Alleen voor controle op feitelijke onjuistheden, zeg je dan. En steevast draait het erop uit dat de bron, of vaker zijn persfunctionaris, minder welgevallige passages wil veranderen.

Het zou anders moeten zijn. De politicus, bestuurder of ondernemer zou moeten zeggen: Journalistiek is uw vak, ik vertrouw erop dat u mijn woorden correct weergeeft. Waarop de journalist zou antwoorden: Dat zal ik zeker doen, maar om te voorkomen dat ik feitelijke onjuistheden publiceer, zou ik het op prijs stellen als u de tekst daarop zou nakijken.

Een illusie? Ik heb het als verslaggever heel vaak zo gedaan. En nu ik zelf af en toe word geïnterviewd, eis ik nimmer inzage voor publicatie.

mailIcon print |