De Hartstichting heeft als eerste goede doel haar maatschappelijke effect laten meten. Vandaag worden de resultaten officieel gepresenteerd. „We kunnen nu laten zien wat we waard zijn.”
De Nederlandse Hartstichting heeft in de afgelopen 25 jaar voor 334 miljoen euro bijgedragen aan daling van maatschappelijke kosten van hartinfarcten. Het geld zit voor een deel in verlenging van de levensduur en de kwaliteit van leven van mensen die door een hartinfarct zijn getroffen.
De rekensom is de uitkomst van een studie van econome Karen Maas, promovenda aan de economische faculteit van de Erasmus Universiteit. Maas ontwikkelde op verzoek van de Hartstichting een rekenmethode om na te gaan wat de maatschappelijke impact is van de organisatie.
De rekenmethode leunt weliswaar op een aantal aannames, maar het resultaat is verdedigbaar, zegt Maas. Ze heeft vooralsnog alleen de impact van de Hartstichting bij hartinfarcten in kaart gebracht. Later worden mogelijk ook het effect van de organisatie bij andere hart- en vaatziekten, zoals beroerte, geanalyseerd.
Nooit eerder heeft een Nederlands goed doel laten uitzoeken wat het effect is van zijn activiteiten op de volksgezondheid. Directeur Hans Stam van de Hartstichting kondigde bij zijn aantreden in 2006 aan dat hij economen een impactstudie wilde laten doen. „We weten dat we goed werk doen, maar we willen graag weten hoe goed dat werk is”, zei Stam destijds.
Voor haar onderzoek heeft Maas eerst tijdens vraaggesprekken in kaart gebracht wat volgens betrokkenen bij de Hartstichting taak, doel en functie zijn van dit goede doel in de Nederlandse samenleving. Maas: „Dat leverde een groot aantal trefwoorden op, zoals vergroting van de kennis over hart- en vaatziekten, informatie over het herkennen van beroerten, vergroting van de efficiency in de zorg voor patiĆ«nten met hart- en vaatziekten, het versterken van de positie van patiĆ«nten.”
De trefwoorden werden door Maas ondergebracht bij drie hoofdthema’s waaruit de impact van de Hartstichting zou moeten blijken: reductie van maatschappelijke kosten van hart- en vaatziekten, verbetering van de kwaliteit van leven en verlenging van de levensduur. De grootste ’winst’ van de Hartstichting zit ’m volgens Maas in de laatste categorie: levensduurverlenging.
Directeur Stam is blij met de meting: „Het is een eerste studie en er zijn nogal wat aannames. Maar het resultaat is bemoedigend. Wij kunnen nu aan onze achterban laten zien wat de waarde is van het werk van de Hartstichting.”
Tegelijk met de Rotterdamse studie heeft Stam laten uitzoeken wat het effect is van wetenschappelijke studies die de Hartstichting in de afgelopen jaren heeft gefinancierd. De organisatie besteedde in 2005 elf miljoen aan de wetenschap, dat is ongeveer 16 procent van het totaal dat er in Nederland wordt geïnvesteerd in onderzoek naar hart- en vaatziekten.
Stam: „Uit de analyse bleek dat de impact van onderzoek van de Hartstichting ruim boven het wereldgemiddelde en het Nederlandse gemiddelde ligt. In de afgelopen vijftien jaar leidde door ons gefinancierd onderzoek tot bijna 1400 publicaties in meer dan 125 tijdschriften.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.