Op het Indonesische eiland Sumatra is nauwelijks iets te merken van de inspanningen om de handel in orang-oetans terug te dringen. Net als dertig jaar geleden worden de beschermde mensapen vaak verhandeld om illegaal als huisdier te worden gehouden, blijkt uit een rapport van Traffic, een organisatie die de handel in wilde dieren in de gaten houdt.
Orang-oetans worden vaak als ze nog klein zijn in huis genomen, maar zijn naarmate ze ouder en groter worden steeds minder geschikt om binnen te houden. Dan worden ze vaak naar opvangcentra gebracht. Ook de politie dwingt eigenaren dikwijls hun apen naar zulke opvangcentra te brengen.
Daar zit een belangrijk deel van het probleem: de straffen die staan op de handel in en het bezit van mensapen worden nooit opgelegd. Traffic schat dat er sinds sinds de jaren zeventig ongeveer 2000 orang-oetans zijn binnengebracht bij reddingscentra, maar dat de eigenaren niet zijn gestraft. Het hoofd van de betrokken politiedienst zei tegen persbureau Reuters nog nooit een boete voor apenbezit te hebben uitgeschreven. Ook ontbossing zet de orang-oetanpopulatie onder druk. Tegenwoordig zijn er alleen nog zo’n 40.000 exemplaren op Borneo en 7000 op Sumatra over.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.