Hoe komt een alom gewaardeerd bestuurder ertoe zijn goede naam te grabbel te gooien in een poging die te redden? „Aleid kan er niet tegen als hij geraakt wordt in zijn integriteit.”
’Open en constructief’, ’slim en communicatief’, ’kundig, intelligent en integer’. Wie bekenden van de Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen naar een kwalificatie van zijn persoon vraagt, krijgt vrijwel louter positieve reacties. De rel die Wolfsen deze week heeft doen ontstaan, heeft hen hogelijk verbaasd.
De burgemeester kreeg de uitgever van het Utrechtse huis-aan-huisblad Ons Utrecht zover de complete oplage van het blad te vernietigen: er stond een artikel in over de woondeclaraties van de burgemeester dat – in de woorden van Wolfsen – zijn integriteit ten onrechte in twijfel trok. Het gevolg was dat Wolfsen ervan beschuldigd werd de persvrijheid te beknotten.
Hij heeft er inmiddels zijn excuses voor aangeboden. Maar de vraag blijft hoe Wolfsen ertoe kon komen, want deze door iedereen als ’dom’ gekwalificeerde actie lijkt niet te passen bij het optreden van de burgemeester. Wolfsen is volgens zijn omgeving geen man van politieke spelletjes of zijn zin doordrijven, maar juist een aimabele bruggenbouwer.
„Hij werd burgemeester en had mijn hart en hoofd meteen voor zich gewonnen”, zegt Broos Schnetz, voormalig voorzitter van Leefbaar Utrecht. „Die ervaring hebben veel mensen. Het is echt een innemende man.” Schnetz werd Wolfsens campagneleider tijdens de strijd om het Utrechtse burgemeesterschap.
Wolfsen maakte begin 2008 een overdonderende entree in de Utrechtse politiek. „Binnen drie maanden kende hij de stad tot in de haarvaten”, vertelt Schnetz. „Dat heeft hij ontzettend goed gedaan. Na dat eerste bijzondere jaar is de glans er een beetje af. Het lijkt of hij nu een beetje op de automatische piloot werkt. Ik hoor van veel mensen dat ze hem weinig zien in de stad. Hij heeft dit seizoen nog maar twee wedstrijden van FC Utrecht bijgewoond. Zijn voorganger Annie Brouwer zat er elke thuiswedstrijd.”
Oud-wethouder Cees van Eijk (GroenLinks) begrijpt die verandering wel. „Het eerste jaar heb je als burgemeester een hondenbaan. Daarna kan er meer tijd zijn voor je privéleven en verdieping op onderwerpen.”
Tot voor kort werkte Van Eijk nauw samen met Wolfsen. De wethouders van GroenLinks en de ChristenUnie verlieten het college onlangs na onenigheid over de geplande aanleg van een weg. Hun opvolgers werden gisteren beëdigd.
De breuk met het college heeft Van Eijk niet negatief doen denken over Wolfsen. Integendeel. Hij heeft ’uitermate plezierig’ met Wolfsen samengewerkt, zegt hij. „Wolfsen is een echte teamleider die oplossingen zoekt door mensen bij elkaar te brengen. Hij zet de tegenstellingen niet op scherp. Hij is meer een bemiddelaar dan een rechter. We konden heel collegiaal samenwerken, ook omdat hij nieuw was en daarom meer dan Annie Brouwer op het team moest leunen.”
Dat merkt ook Koos Janssen, de burgemeester van Zeist en vicevoorzitter van het Bestuur Regio Utrecht, het samenwerkingsverband van de gemeente Utrecht en acht omringende gemeenten. „Aleid bestuurt met een open mind. En juist daar wint hij harten mee.”
Nieuw is het niet voor Wolfsen, die waardering alom. Vanaf het moment dat hij, in 2002, als lid van de PvdA- fractie de Tweede Kamer betrad, rees zijn ster snel. Hij kreeg – jurist, oud- rechter – de taaie justitieportefeuille in handen en ontwikkelde zich in rap tempo tot een bekwaam Kamerlid met een grote dossierkennis.
„Uitstekend”, noemt VVD-parlementariër Frans Weekers het werk van zijn collega-Kamerlid. De twee werkten veel samen, vertelt hij. „Dat dat zo goed ging, zegt veel over het soort politicus dat Wolfsen is. Open, constructief. Hij wilde gewoon een goede parlementariër zijn en liet zich daarbij niet hinderen door partijpolitieke kaders.” Samen met Wolfsen nam Weekers onder andere het initiatief tot een onderzoek naar het tbs-stelsel. „Samen tegen Donner (die toen minister van justitie was), dat ging ons goed af.”
Politiek creatief, noemt Weekers de PvdA’er. „Het lukte hem vaak heel goed om niet alleen zijn eigen fractie van zijn ideeën te overtuigen, maar wist vaak ook heel handig een Kamermeerderheid achter zich te krijgen. Maar een politiek slangenmens is hij zeker niet, hij speelt geen gladde politieke spelletjes. En afspraak was altijd afspraak.”
Zijn allereerste politieke stappen zette Wolfsen in Oldebroek, op de Veluwe, waar hij opgroeide. Hij was er gemeenteraadslid voor de PvdA. Zijn collega-raadsleden daar viel het al snel op: de politieke capaciteiten van Wolfsen overstijgen het niveau van de gemeentepolitiek. „Ik kan me een debat herinneren over de tarieven van de afvalstoffenheffing”, vertelt Gerrit Jan Veldhoen, destijds raadslid voor de ChristenUnie van Oldebroek en nu wethouder in die gemeente. „Hij had zich zo in dat dossier ingevreten, wist zoveel en ging op zo’n handige manier met die kennis om, dat hij de toenmalige wethouder er ernstig mee in verlegenheid wist te brengen. Het was al heel snel duidelijk: met zulke debatvaardigheden en met zo’n dossierkennis ben je veel te groot voor de lokale politiek. Het verloop van zijn carrière verbaasde mij niets.”
Stond Wolfsen bij de parlementsverkiezingen van 2002 nog op plek 23 van de PvdA-kandidatenlijst (waarmee hij de hoogste nieuwkomer was, overigens) – vier jaar later zette het partijbestuur hem op nummer 3, achter Wouter Bos en Nebahat Albayrak.
„Dat wekt natuurlijk verwachtingen, niet in de laatste plaats bij hemzelf”, zegt Weekers. „Het zal hem wel gestreeld hebben. Want een ijdele man is Wolfsen ook. Hij wilde zijn mooie carrière graag in dezelfde stijgende lijn voortzetten.”
Zo gek was het daarom niet dat in de formatie die op de verkiezingen volgde Wolfsens naam al gauw rondzong. „Hij maakte grote kans om staatssecretaris van justitie te worden”, zegt Weekers. „Hij wilde het ook graag en ik denk dat hij er lange tijd rekening mee heeft gehouden dat het ook door zou gaan. Ik kan me nog herinneren dat ik hem in die dagen een keer ’s avonds laat belde om nog even te overleggen. De volgende ochtend zouden we een bespreking hebben met de ministers van verkeer en justitie. Op teletekst druppelde de ene na de andere naam van nieuwe bewindslieden door. Ik vroeg hem gekscherend: ’Gaan we morgen met de tram of nemen we jouw dienstauto?’ Hij lachte wat en het was wel duidelijk dat hij er zelf ook nog flink rekening mee hield dat hij staatssecretaris zou worden.”
Dat gebeurde niet. Kort daarop verloor Wolfsen ook de verkiezing tot PvdA-fractievoorzitter.
„Aleid was daar niet gefrustreerd over. Hij ging gewoon over tot de orde van dag”, zegt Hans Spekman, PvdA-Kamerlid en oud-wethouder van Utrecht. De overstap naar Utrecht heeft, zeggen Spekman en Weekers, niets met die afwijzingen te maken.
Het is voor het eerst sinds zijn aantreden als burgemeester – en misschien wel voor het eerst in zijn politieke carrière – dat het blazoen van Wolfsen nu een stevige opdonder krijgt. Zijn misstap lijkt niet te passen bij zijn karakter. Weekers: „Ik ken hem als iemand die de onderste steen boven wil, bij wie transparantie troef is. De integriteit van bestuurders was voor hem zeer belangrijk. Misschien wilde hij zo graag hameren op het belang van integriteit dat hij niet heeft gezien hoe dit zou kunnen uitpakken. Er spreekt naïviteit uit. Erg onhandig.”
Ook oud-wethouder Van Eijk spreekt van naïviteit. „Wolfsen heeft niet te kwader trouw gehandeld. Ik denk dat hij te naïef is geweest en heeft gedacht: ’Er is een probleem, dan bel ik toch eventjes’. Hij heeft de consequenties niet goed ingeschat. Ik heb niet de indruk dat het met stress of oververmoeidheid te maken heeft. Hij kon er goed tegen.”
Maar Wolfsen is wel een ’enorme ijdeltuit’, zegt Hans Spekman, „Hij kan het niet verdragen als hij geraakt wordt in zijn integriteit. De meeste politici kunnen het wel hebben als ze eens persoonlijk worden gekrenkt. Dat geldt voor Aleid niet. Dat wil hij koste wat kost voorkomen. Hij overziet dan niet meer wat voor gevolgen zijn gedrag dan kan hebben.”
Ook Van Eijk weet dat Wolfsen sterk hecht aan zijn beeld van integere bestuurder. Van Eijk spreekt hem resoluut tegen. „Wolfsen is niet ijdel. Ja, een burgemeester moet per definitie een beetje ijdel zijn. Je moet er lol in hebben je te profileren. Maar hij is niet ijdel in de zin van arrogant. „Hij ís ook uitermate integer. Kennelijk heeft het hem geraakt dat er een onjuist beeld van hem werd neergezet. Ik heb niet de indruk dat zijn reactie te verklaren is door stress of oververmoeidheid.”
Schnetz vindt dat elke burgemeester moet weten dat hem voortdurend de maat wordt genomen. „Daar moet je tegen kunnen. Het heeft me erg verbaasd, omdat ik nooit eerder heb gemerkt dat hij hier gevoelig voor is.”
Kees van Oosten, Utrechts bekendste actievoerder tegen de gemeente, is niet zo verbaasd over de zet van de burgemeester. Hij zegt er eerlijk bij dat zijn mening door zijn positie is beïnvloed. „Ik heb hem vanaf het begin een rigide man gevonden, een man van decorum, die gevoelig is voor de macht. En als je ook nooit wordt tegengesproken in de gemeenteraad, is het moeilijk de weelde van de macht te dragen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.