De rechtbank Breda volgde een vreemde redenering bij de vrijspraak van een café dat het rookverbod overtrad.
De rechtbank in Breda vindt het rookverbod in de horeca concurrentievervalsing voor kleine cafés. Die zouden onevenredig benadeeld worden ten opzichte van de grotere kroegen, die eerder in staat zijn om rookruimtes te creëren. Daarom hoeven van de Bredase rechtbank kroegen zonder personeel zich niet te houden aan het rookverbod.
Met deze vreemde redenering is de rechter voorbij gegaan aan de achterliggende reden van het rookverbod: bescherming van de gezondheid van werknemers. Wordt met de uitspraak van de rechter niet met twee maten gemeten? Op andere terreinen is het immers wel vanzelfsprekend dat een individuele werknemer via de wet wordt beschermd.
Eigenaren van eenmanskroegen zeggen geen werknemers te hebben. Wie moet er dan beschermd worden? Het antwoord is simpel: de man of vrouw die in het café werkt. En – en dat is een bijkomend argument – de bezoekers van het café die anders onvrijwillig meeroken.
Voor de wet is iedereen gelijk. En in de wet staat dat een horecabeheerder verplicht is de voor het publiek toegankelijke delen een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven. De eigenaar van een eenmanszaak is tevens de beheerder. De wet is er om te zorgen dat er een gezond werkklimaat is. Een klimaat waar ook de horecabezoeker bij gebaat is.
Is dit betutteling? Die kroegbaas in die eenmanszaak maakt toch zelf wel uit of hij beschermd wil worden tegen tabaksrook? Dat is maar de vraag. Nederland kent op veel fronten beleid om de burger te beschermen. Wie auto rijdt moet verplicht een autogordel om. Dat is puur en alleen om de automobilist te beschermen tegen de gevolgen van een eventuele botsing. Bouwvakkers zijn verplicht een helm te dragen. Glazenwassers mogen met een staande ladder slechts ramen lappen tot een werkhoogte van tien meter. Logisch en prima. Geen haan die er naar kraait.
Als we de redenering van de rechter in Breda over het rookverbod doortrekken, mag een glazenwasser die een eenmanszaak heeft zijn ladder tegen de muur zetten en ramen lappen boven de tien meter werkhoogte. Hem dit verbieden – in de redenering van de rechter – betekent oneerlijke concurrentie. Deze man met zijn eenmanszaak kan immers minder gemakkelijk investeren in een hoogwerker of rolsteiger, iets wat de grote glazenwasserbedrijven wel kunnen. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten.
Veel maatregelen om de burger te beschermen worden volstrekt normaal gevonden. Autogordels, toevoeging van jodium in brood, woon- en bouwbesluiten waaraan een (nieuwe) woning moet voldoen. Als asbest vrijkomt worden hele wijken soms ontruimd. Geen probleem. Maar als het gaat om tabaksrook en bescherming van het personeel in de horeca, heet het opeens ’betutteling’ en eigen verantwoordelijkheid.
Bij het rookverbod gaat het over genot, over verslaving en er zit een sterke emotionele component aan vast. En dan is het betuttelend. Wordt hier nu niet gemeten met twee maten?
Tabaksrook bevat meer dan zestig kankerverwekkende stoffen. Hebben we een spoor arsenicum in onze achtertuin, dan kloppen we meteen aan bij de overheid om de boel te laten saneren. Het inhaleren van meer dan zestig kankerverwekkende stoffen die in tabaksrook zitten, moet gewoon kunnen. Roken en kroegen horen immers bij elkaar en dat is gezellig. Ook hier wordt gemeten met twee maten.
Over het algemeen houdt de horeca zich goed aan de nieuwe tabakswet. Slechts een klein deel van de horeca-uitbaters lukt het in ieder geval steevast om aandacht te krijgen. Dat terwijl er een pakhuis vol wetenschappelijk bewijs is dat roken – én meeroken – schadelijk is voor de gezondheid.
Invoering van een rookvrije horeca, ook in kleine eenmanszaken, is één van de belangrijkste maatregelen die minister Klink op het terrein van de volksgezondheid heeft genomen. Laat we deze maatregel dan ook handhaven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.