*

 

Hulpsector moet samenwerken

Han Koch − 16/04/09, 00:00

Er komen nieuwe subsidierichtlijnen voor organisaties in de ontwikkelingssamenwerking. Ze moeten meer gaan doen met minder geld.

Minister Koenders schudt de sector ontwikkelingssamenwerking stevig op. Wie nog tot de dertig gelukkigen wil behoren die voor een overheidssubsidie in aanmerking komt, zal vooral moeten aantonen dat er wordt samengewerkt. Niet alleen hier in Nederland, ook in de ontwikkelingslanden. Meer doen met minder geld is het nieuwe adagium voor ontwikkelingssamenwerking.

De komende vijf jaar is in principe 425 miljoen euro, en maximaal 500 miljoen, per jaar beschikbaar voor particuliere organisaties die actief zijn in ontwikkelingslanden. Dat is de essentie van de notitie over het subsidiestelsel die Koenders gisteren naar de Kamer stuurde. Onder zijn voorganger Van Ardenne was per jaar 100 miljoen meer beschikbaar.

De teruggang is simpel te verklaren. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking is met een vast percentage van 0,8 procent gekoppeld aan het bruto nationaal product. Nu door de economische malheur het bnp krimpt, daalt dat budget ook.

Dat is stevig wennen voor de sector. Scherpe keuzes werden in het verleden niet gemaakt. Die werden omzeild doordat nieuw beleid werd betaald uit de stijging van het bnp. Zo trad Foster Parents Plan, nu Plan Nederland geheten, toe tot de rij van subsidieontvangers zonder dat dat ten koste ging van de gevestigde orde van grote clubs als het neutrale Oxfam Novib, het katholieke Cordaid en het interkerkelijke Icco.

Met die relatieve rust aan het hulpfront is het nu gedaan. Konden ten tijde van Van Ardenne nog 73 van de 114 aanvragers geld tegemoetzien, in het nieuwe beleid is een maximum aantal ontvangers van 30 afgesproken. Dat hoeven niet 30 organisaties te zijn, dat kunnen er wel 100 zijn. De aanvragers moeten dan wel de krachten bundelen tot één subsidieverzoek. Dat zal een hele klus worden, want elke hulpclub vindt zichzelf over het algemeen uniek. Clustering is geboden, vindt Koenders, de hulp is op het Nederlandse erf sterk aan het versnipperen.

Voor kleine organisaties is samenwerken de enige overlevingskans. Wie minder dan twee miljoen euro per jaar wenst aan te vragen bij de overheid, komt niet over de drempel van 10 miljoen euro voor vijf jaar.

Met de crisis als ruggesteun dwingt Koenders tot krachtenbundeling. Niet alleen tussen organisaties, ook tussen de Nederlandse overheid en het maatschappelijk middenveld. De organisatie die nu belastinggeld wil ontvangen, moet 60 procent besteden in de 33 landen die de overheid als partnerland heeft. Die vorm van afgedwongen samenwerking werd in de periode voor de crisis niet geaccepteerd. Onder druk van de crisis wordt veel vloeibaar, ook in de wereld van de ontwikkelingshulp.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />