Te lang was de vakbeweging louter in de verdediging, om de verzorgingsstaat te behouden. Men liet kritiekloos de oren hangen naar de zittende leden.
Voor vakbonden is 2009 een gedenkwaardig jaar en niet alleen vanwege de crisis. Het CNV vierde al zijn honderdjarig bestaan en later dit jaar is er nog een jubileum: dan is het 115 jaar geleden dat de eerste moderne vakbond in Nederland werd opgericht: de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond.
De vroege vakbonden waren er niet alleen op uit om de arbeiders met elkaar te verbinden, maar stelden zich ook tot doel de arbeider te verheffen. Ze vonden onderwijs en ontwikkeling cruciaal voor de opwaartse mobiliteit in de samenleving. Dankzij de vroege vakbonden werden wantoestanden en uitbuiting aangepakt. De diamantbewerkers werden in korte tijd van een verpauperde beroepsgroep tot voorlopers op de arbeidsmarkt.
Vakbonden zijn nu nog steeds hard nodig. Ook in Nederland, waar de arbeidsmarkt de nodige rafelranden vertoont. Bonden dragen bij aan een goed functionerende arbeidsmarkt met meer solidariteit.
Maar dan moeten de bonden wel vitaal en levensvatbaar blijven. En dat is een probleem: in Europa loopt het ledenaantal van bonden terug. De crisis doet daar helaas geen goed aan. Bonden slagen er niet goed genoeg in groepen te binden die nu snel groeien op de arbeidsmarkt: allochtonen, vrouwen, jongeren, flexwerkers, zelfstandigen zonder personeel en werknemers in jonge dienstensectoren.
Het ledenbestand vergrijst snel. De blanke mannen uit de babyboomgeneratie die nu nog de harde kern uitmaken van de vakbeweging zullen de komende tien tot vijftien jaar massaal het arbeidsproces verlaten.
De vakbeweging staat op een kruispunt. Worden de bonden uitsluitend de vertegenwoordiger van ouderen en gepensioneerden – de groepen die vooral afhankelijk zijn van het kapitaal van de pensioenfondsen? Of blijven de bonden ook de factor arbeid organiseren?
Te lang is de vakbeweging louter in de verdediging geweest, om afbraak van de verzorgingsstaat te voorkomen. Men liet kritiekloos en exclusief de oren hangen naar de zittende leden. Begrijpelijk misschien, maar met een behoudzuchtige opstelling kom je niet in beeld bij potentiële leden die in een andere positie verkeren en deels andere belangen en verwachtingen hebben. Jongeren, bijvoorbeeld, worden niet automatisch meer lid en ze willen, zoals een student laatst aangaf, voor hun vakbondscontributie ’persoonlijk wat terugzien’.
Het verheffen en verbinden van mensen moet het uitgangspunt van de bonden blijven, maar nieuwe leden en een veranderende arbeidsmarkt stellen nieuwe eisen. De bonden moeten een perspectief ontwikkelen op de arbeidsmarkt van morgen, en de werkenden hierin hulp bieden.
Vakbonden-nieuwe-stijl kunnen werkenden begeleiden en ondersteunen bij mobiliteit en scholing. Dat zijn immers zaken die in de arbeidsmarkt meer moeten gaan lonen. Veel meer rechten en voorzieningen moeten ’meeneembaar’ en overdraagbaar worden gemaakt als mensen van baan veranderen of de overstap maken van loondienst naar zelfstandige.
Niet de baan, maar het inkomen van mensen moet worden beschermd. En daar ligt een taak voor de vakbonden. De bonden zijn door hun kennis en ervaring bij uitstek geschikt om deze overgang mogelijk te maken. Ze kunnen individuele leden hulp en advies geven. Ze kunnen als verantwoordelijke sociale partner bouwen aan nieuwe collectieve regelingen die werk- en inkomenszekerheid veiligstellen. Daarnaast moeten vakbonden, zoals de gilden in het verre verleden, mensen ondersteunen bij het op peil houden en verbeteren van hun vakmanschap en bredere vaardigheden.
Het lidmaatschap van een vakbond kan een keurmerk worden waarmee werkenden hun marktwaarde vergroten. Door op deze manier, constructief maar kritisch, hun rol opnieuw in te vullen, zullen de bonden nieuwe leden aantrekken. De toekomst is aan de vakbeweging die alle werkenden en werkzoekenden helpt, ondersteunt, en beschermt bij hun bewegingen op en rond de arbeidsmarkt – wat er ook gebeurt.
Lans Bovenberg is directeur van Netspar, instituut voor pensioenonderzoek. Ton Wilthagen is directeur van ReflecT, instituut voor onderzoek naar bescherming van werknemers op de arbeidsmarkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.