*

 

Effectbal zet brein slagman op dwaalspoor

redactie wetenschap − 10/06/09, 00:00

Het is een machtig wapen bij het honkbal: de effectbal. De werper laat de bal tollen, waardoor deze een licht gekromde baan volgt. Dat hoeft voor de slagman geen probleem te zijn, maar toch slaat hij vaak mis. De bal vloog ineens uit de bocht, is een veel geuit excuus.

  • Het effect in de worp zorgt voor gezichtsbedrog bij de slagman. (Trouw)

Amerikaanse psychologen hebben er nu een verklaring voor: het is gezichtsbedrog. Om hun gelijk te bewijzen hebben ze een animatiefilmpje gemaakt waarin een bal ook een vreemde zwieper maakt. Tenminste, als de kijker zich concentreert op een punt aan de zijkant van het beeld. Wie de bal recht in het vizier houdt, ziet hem ook recht op zich afkomen. Het gezichtsbedrog is weggelegd voor wie uit zijn ooghoeken kijkt.

Dat doen slagmensen ook en de psychologen vermoeden dat het brein zich in dat geval laat misleiden door het tollen van de bal. Of ze gelijk hebben, staat nog niet vast, maar hun filmpje is vorige week wel uitverkozen tot de beste optische illusie van 2009.


]]>

Schubben sturen slang de goede kant op

De schubben op de buik van een slang zijn zo gemaakt, dat de beesten als vanzelf vooruit glijden, en niet achteruit of opzij. Een slangensprint gaat dus ongeveer zo: door te kronkelen verdelen slangen hun gewicht en komen ze op gang. Slangenschubben hebben de meeste weerstand in de richting van hun flanken en staart. De slangen bewegen dus automatisch naar voren. Ze kunnen hun koers verder bepalen door hun schubben aan oneffenheden op de grond te haken. Voorheen werd gedacht dat slangen voorwaarts gaan door zich af te zetten tegen stenen en takken.

Wetenschappers uit de VS ontdekten deze glijtechniek bij melkslangen: gladde slangen met zwarte, rode en beige banden. Dat we nu de fijne kneepjes kennen van het geglibber der slangen, zal helpen bij het ontwerpen van slangenrobots, verkondigen ze in de PNAS. Zulke robots kunnen zich door smalle spelonken voortbewegen.

Aap schiet in de lach als hij wordt gekieteld

Ook bij wetenschappelijk onderzoek valt er heus wel eens wat te lachen: een groep onderzoekers kietelde jonge apen, om de evolutionaire oorsprong van de lach te doorgronden. Orang-oetans, chimpansees, gorilla’s en bonobo’s: allemaal moesten ze aan een kieteldood geloven, en zelfs een drietal mensenbaby’s ontkwam niet aan dit lot. De wetenschappers namen de geluiden op die bij het kietelen werden uitgestoot. Het gegiechel groepeerden ze op de manier van trillen – bij de mens zeer regelmatig, bij de aap minder – en de duur van de uithalen. Op basis daarvan tekenden de onderzoekers een stamboom die naadloos paste op de evolutionaire stamboom. Ze concluderen in Current Biology dat lachen is ontstaan bij een gemeenschappelijke voorouder van aap en mens, zo’n tien tot zestien miljoen jaar geleden. De mens heeft dus lang geen monopolie op deze emotionele uitdrukking.

mailIcon print |