*

 

Op zoek naar de ideale kweekkabeljauw

Eric Fokke − 12/05/09, 00:00

Om de wilde kabeljauw van Noorwegen te beschermen, moet de ‘tamme’ steriel gemaakt worden. Wetenschappers werken aan de ideale kweekkabeljauw.

  • Een steriele kabeljauw in een aquarium. De eerste vissen die vorig jaar op die manier werden geboren, vertoonden soms mankementen als kromme ruggegraten of onvoldoende groei. (Eric Fokke)

Vorig jaar zwom naar schatting 57.000 ton volwassen wilde kabeljauw tussen het meest westelijke en meest noordelijke puntje van Noorwegen. In hetzelfde jaar werd 14.000 ton gekweekte kabeljauw geslacht. Kustkabeljauw is in Noorwegen een bedreigde soort die een plek op de zogeheten Rode Lijst inneemt. Kweekkabeljauw rukt snel op en wordt op steeds meer plekken voor de kust in bassins van grote netten gehouden.

Kweekkabeljauw blijft niet zoals kweekzalm keurig rondjes zwemmen langs de dunne wand die hem scheidt van open water. Deze vis bijt netten stuk en wurmt zich door elk mogelijk gaatje. Binnen enkele weken kunnen ze een traditioneel net ruïneren en ze ontsnappen soms met tienduizenden tegelijk. En anders dan zalm is het voor kabeljauw normaal om zich in zout water voort te planten en verspreiden ze dus zaad en eitjes. Daarom kunnen kweek- en wilde kabeljauw uiteindelijk mogelijk kruisen.

De specifieke genetische samenstelling van wilde kabeljauwstammen langs de duizenden kilometers lange kust komt daarmee in gevaar. In het ergste geval kunnen lokale bestanden uitsterven. Er dreigt afname van de biodiversiteit binnen de soort. De Noorse regering wil daarom dat het in 2015 afgelopen is met het verspreiden van visseneitjes vanuit kabeljauwkwekerijen.

Wetenschappers van het Havforskningsinstituttet, het Noorse instituut voor zeeonderzoek, hebben een list verzonnen. Aan voortplanting van kabeljauw gaan hele rituelen vooraf, waar beide seksen actief aan deelnemen. Het idee is dat als kweeknetten met alleen vrouwtjes worden gevuld zij geen prikkel meer krijgen om eitjes te verspreiden.

Er is een methode gevonden om tot een volledige vrouwelijke populatie te komen. Kabeljauw in larvenstadium wordt met testosteron behandeld, waarna vrouwtjes ook mannelijke geslachtsdelen ontwikkelen. Eitjes die met het zaad van deze tweeslachtige dieren worden bevrucht, leveren alleen vrouwtjesvissen op.

Noorwegen heeft enkele stations nodig die constant tweeslachtige vissen produceren, waarna hun zaad diepgevroren naar kwekers gaat. Die kunnen hun bassins dan altijd met vrouwtjes vullen.

Maar om er honderd procent zeker van te zijn dat de vrouwtjes geen enkel eitje verspreiden, is het ideaal om met steriele vissen te werken. Ook daar wordt aan gewerkt. Door de bevruchte eitjes aan hoge druk bloot te stellen, komen daar vissen uit die onvruchtbaar zijn.

De techniek moet nog wel verfijnd worden. De eerste vissen die vorig jaar op die manier het licht zagen, vertonen soms mankementen als kromme ruggegraten of onvoldoende groei. Terwijl vissen die zich niet voortplanten juist sneller in gewicht zouden moeten toenemen dan vruchtbare soortgenoten, omdat het seksleven nu eenmaal energie kost. De zeeonderzoekers geven zich drie jaar om de ideale kweekkabeljauw te ontwikkelen.

Het is overigens niet alleen kabeljauw die zijn wilde familie in haar voortbestaan bedreigt. Zalm wordt al langer en in grotere aantallen gekweekt en er zijn de laatste jaren honderdduizenden ontsnapt. Bij zwaar weer of verplaatsingen gaan wel eens netten kapot. Er zouden rivieren in Noorwegen zijn waar 40 procent van de zalmen die komen paaien uit kwekerijen komt. De ideale steriele zalm is er echter nog niet en voor het voortbestaan van wilde zalm wordt gevreesd.

Genetische vervuiling is niet het enige probleem van kweekvis. Ze verspreiden ook ziektes en parasieten onder wilde vissen. Er is nog veel onderzoek nodig om die wisselwerking in kaart te brengen.

Onderzoekers pleiten ervoor een aantal fjorden te vrijwaren van kabeljauwkwekerijen. Als buffers, om ooit nog eens te kunnen teruggrijpen op de originele, wilde kabeljauw.

mailIcon print |