Terwijl de politici elkaar voor rotte vis uitmaken, is de zorgsector van de VS al een half jaar bezig de ziektekostencrisis op te lossen.
Het gebeurt niet zo vaak dat een Amerikaanse president een cadeautje van pakweg twee biljoen dollar uit de samenleving krijgt. En dat hij dat zou krijgen van de gezamenlijke gezondheidszorg, van vakbonden en verzekeraars tot ziekenhuizen en farmaceutische bedrijven, dat had niemand gedacht.
Maandag stond een glimmende president echter in het Witte Huis handen te schudden met wat zijn staf kort daarvoor nog het ’medisch-industrieel complex’ had genoemd. Hij moet het geld wel delen met zijn opvolger: pas over tien jaar is de buit helemaal binnen, als elk van die jaren de beloofde rem heeft gestaan op de kosten van de gezondheidszorg in de Verenigde Staten.
Dat betekent dat die kosten nog wel zullen groeien, maar minder dan de gebruikelijke zes procent per jaar. En dat maakt het voor Barack Obama een stuk gemakkelijker om zijn plan voor een nieuw zorgstelsel in de VS in te voeren.
Dat het bedrijfsleven hem daarbij de helpende hand toesteekt, is een duidelijk teken dat het doorgaans zo gepolariseerde land het er de afgelopen jaren eens is geworden: de gezondheidszorg staat nu echt op instorten.
De problemen waren al jaren bekend: medisch onderzoek, onderwijs en techniek staan in het land op het allerhoogste niveau. Er wordt per inwoner meer aan uitgegeven dan in welk land ter wereld. Maar voor ruim 45 miljoen Amerikanen is dat allemaal te duur. Ze kunnen de premies voor een ziektekostenverzekering niet opbrengen, maar zijn wel net te welvarend om te vallen onder een overheidsziekenfonds voor armen of ouderen. Dus mijden ze de dokter tot het niet meer gaat. Dan zijn ze onnodig ernstig ziek en kosten ze de samenleving veel meer geld dan nodig was geweest.
Twee presidenten geleden al werd een plan geboren om daar iets aan te doen. Maar ’Hillarycare’, het systeem dat in 1993 werd ontworpen onder leiding van de toenmalige first lady Hillary Clinton, sneuvelde na onder meer een felle lobbycampagne van de ziektekostenverzekeraars. Het spotje met ’Harry en Louise’, die zich bezorgd afvroegen of de regering nu alles voor hen ging beslissen, werd legendarisch.
Maar Harry en Louise zijn nu met pensioen en hebben dus een zorgverzekering van de staat. De kans bestaat dat die mogelijkheid er ook voor gewone Amerikanen komt. Een staatsziekenfonds is een van de oplossingen waaraan de regering-Obama denkt om het gat in het zorgstelsel te vullen. Een andere optie is alle Amerikanen te verplichten zich te verzekeren, en de verzekeraars te dwingen iedereen aan te nemen. Ook dat zou een ware revolutie zijn.
Twee factoren maken die revolutie nu mogelijk. Om te beginnen zijn nu alle spelers ervan overtuigd dat het misgaat als er niets gebeurt. Door de recessie zijn er meer werklozen, die niet meer zijn verzekerd via hun werkgever. Veel werkgevers houden vanwege de kosten op het met aanbieden van zo’n verzekering. En werkgevers die er niet vanaf kunnen, kreunen onder de last van de premies. Zoals Obama’s eigen website over het onderwerp vaststelt: in de prijs van een auto van General Motors zit zit nu meer zorgverzekering verwerkt dan staal.
Ten tweede heeft Obama niet zijn eigen oplossing op de markt gegooid, maar slechts een aantal algemene principes. Hij laat het aan het Congres over om daarvan een wet te maken. Daar ís het Congres ook voor, zoals het Hillary Clinton in 1993 hardhandig duidelijk maakte. Dat de VS misschien nooit zullen spreken over Obamacare is een prijs die de president wel wil betalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.