Bij het wad marcheerde een gezin grauwe ganzen. Eén ouder voorop, één achteraan, vier pullen ertussen. In een rij. Ze kwamen uit de duinen, staken de kwelder over, kruisten slikplaten, waadden door een plas, peddelden een slenk over en bereikten in de ganzenpas open zee. Daar tornden ze tegen de golfslag op, nog steeds vastberaden rechtdoor, in dezelfde rij. Een kwartier later keerden ze dat hele eind op hun schreden terug. Wat zochten ze op zee? Gezelschap? Familie?
Ganzen zijn echte familiedieren. Ganzen zijn geneigd andermans pullen te adopteren. Een groot ganzengezin geeft status. Bij brandganzen maken gezinnen met meer pullen grotere kans op het beste gras. Zij eigenen zich soms zelfs andermans pullen toe. Ook de grauwe ganzen in het Westerpark van Zoetermeer gaan ver in adoptie. Francis Havekes en Martin Hoogkamer schreven over die ganzen in vogelblad Limosa. Sinds 2001 broeden er grauwe ganzen op een eiland in dat park. In 2008 waren er 68 nesten met gemiddeld 6,4 eieren. Later waggelden er gezinnen rond met tien of meer pullen, terwijl geen nest er zoveel had voortgebracht. Adoptie! De gezinssamenstelling wisselde inderdaad van dag tot dag. De adoptie lijkt al met eieren te beginnen, al adopteren de pleegouders dan waarschijnlijk niet echt, maar vergissen ze zich in andervrouws eieren. In één nest had een Nijlgans twee eieren gedumpt, die de grauwe ganzen onbekommerd bebroedden. Francis en Martin vonden zelfs twee nesten waarin een golfballetje was opgenomen. De golfbaan ligt zelfs voor de hardste zwieper te ver weg. De auteurs „denken dat zwarte kraaien deze ballen aanslepen en dat ze in een ganzennest belanden doordat de ganzenvrouwtjes er een eigen ei in zien”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.