*

 

Kort lontje

Sylvain Ephimenco − 11/04/09, 00:00

opinie Het lot van Ali Eddaoudi hangt aan een zijden draadje. Over twee weken zal staatssecretaris Jack de Vries de Kamer mededelen of de aanstelling van Eddaoudi als imam in het Nederlandse leger wordt teruggedraaid.

De man is omstreden, nogal orthodox van leer, omschreef Balkenende in een opinierend stuk als een ’christen, hypocriet en minister-president’ en vond hem ’nog geen deurmat waardig’ die zijn ’dolle kruisvaarders’ op moslims afstuurde. De grote tragedie van Ali Eddaoudi is dat hij nooit heeft kunnen kiezen. Hij jongleert al jaren met titels en kwalificaties om zichzelf permanent te herdefiniĆ«ren. Is Ali een leraar levensbeschouwing, een geestelijk verzorger, een imam of een publicist? Hijzelf is verzot op de ’titel’ publicist waarmee hij graag koketteert. Zijn fascinatie voor het geschreven woord dat hem in eigen kring aanzien en roem bezorgde, heeft hem enigszins verblind. Publicist Eddaoudi komt er nu te laat achter dat fulmineren in krantenkolommen het fundament onder zijn werk als geestelijk verzorger kan wegslaan. Als imam voor gevangenen of moslimleraar op een katholieke school (mijn dochter zat bij hem in de klas) is Ali begripvol, consensusgericht en geduldig. Als publicist laat hij het liefst alle remmen los. In zijn pennenvruchten vindt men de woede van de gehele wereld terug. Pats! Boem! Ali heeft het kort lontje uit zijn hangjongeren-periode zorgvuldig bewaard. Hij slingert zo een hamer naar je hoofd en nodigt je vervolgens uit om een kop koffie te drinken. Lees Ali de gekwetste, de rebel, de misthoorn van de lokale oemma en zie hoe de man op de rand van zijn eigen vernietiging balanceert. Lang heb ik gedacht dat Ali te diep in de columns van Theo van Gogh was blijven steken. Gratuit provoceren, jennen en zelfs uitdrukkingen gebruiken (deurmat) van wijlen de pestkop onder de columnisten, is hem niet vreemd. Soms heeft hij ook Wilderiaanse accenten: ’Politiek Nederland, inclusief de linkse partijen, is te laf.’ (NRC, juni 2006). Toch is Eddaoudi een man van dialoog, die respect voor zijn opponent kan opbrengen. En als hij alweer ontploft en wegloopt (zie ’Rondom Tien’ met Hirsi Ali), komt hij na vijf minuten weer terug. Toen ik hem een harde open brief schreef naar aanleiding van zijn ’deurmatstuk’ in februari 2006, reageerde hij onmiddellijk op de Trouw-site onder mijn column. Hij erkende daarin dat hij een ’kort lontje had’ en nog ’nooit zo hard naar iemand had uitgehaald’. Zijn laatste woorden? ’Gaan we wat drinken?’

Laat ik duidelijk zijn. Eddaoudi’s denkbeelden over boerka’s of handen schudden werp ik verre van mij. En wat ik hem zal blijven verwijten, is het feit dat hij nog steeds niet is losgekomen van zijn hang naar moslimslachtofferschap. Erger: in zijn voorbeeldfunctie heeft hij op dit punt een negatief invloed op zijn lezers. Maar dat Ali sinds een tijdje milder is geworden en de vuurspuwende retoriek van drie jaar geleden amper nog gebruikt, heb ik de laatste jaren wel kunnen lezen. Mocht hij over twee weken door de Kamer naar zijn eigen uitgang worden gedirigeerd, dan zal ik zeker niet staan juichen.

mailIcon print |