Het hart is in. Als het orgaan dat ons diepste zelf vertegenwoordigt, onze identiteit bepaalt en ons de sleutel aanreikt om ons te kunnen manifesteren als een met stip genoteerde, authentieke persoonlijkheid. We moeten ons hart daarom luid en duidelijk laten spreken, vinden we.
Dit hart, in de betekenis van ’gewoon jezelf zijn’, is sinds de jaren zeventig aan een onstuitbare opmars begonnen. Culminerend in het propageren van de vrijheid van meningsuiting als het hoogste goed op aarde. Als het hart je ingeeft een minister ’knettergek’ te noemen, dan moet je dat vooral doen. Zoals velen er inmiddels nauwelijks been in zien om moslims als een ’boevenbende’ af te schilderen, buschauffers uit te kafferen en conducteurs er ongenadig van langs te geven. Waarom ook niet, als we kinderen toestaan zich als kleine ettertjes te gedragen, omdat ze nu eenmaal moeten kunnen doen wat hun hart hen ingeeft.
Gisteren betoogde filosoof Ger Groot in deze krant dat we onszelf en de samenleving met dit laten spreken van het hart ernstig tekort doen. Hij bepleitte daarom een gematigde vorm van hypocrisie om het samenleven mogelijk en draaglijk te maken. Vanuit dit perspectief kan ik hem alleen maar gelijk geven. Dat blijkt nog het beste als we de blik richten op de leus die de verkeerspolitie dezer dagen in koeien van letters boven de snelwegen heeft gehangen: ,,Houdt afstand, rij met je hart’’. Het lijkt een regelrechte uitnodiging om nog vaker dan anders de middelvinger op te steken naar je medeweggebruikers, hard te gaan scheuren en waar mogelijk de verkeersregels aan de laars te lappen. Rij met je verstand, ben ik eerder geneigd te zeggen.
Maar er is ook een andere interpretatie mogelijk. Eén waarin het hart het symbool is van een zo langzamerhand zeldzame deugd, namelijk die van compassie. Dat hart maant ons aan onze medemens te denken. Ga niet bumperkleven, zegt dat hart. Want ook al rijdt je voorganger nog zo sukkelig, dat is nog geen reden om hem de zenuwen op het lijf te jagen. Je vergeeft het jezelf nooit als je zo iemand regelrecht het ziekenhuis injaagt. Trouwens, die sukkelaar is ook maar een mens. Misschien zat ie wel gewoon te dagdromen.
Blijkbaar bestaan er twee harten: één voor jezelf en één voor een ander. Zwei Sehlen in einem Brust, zoals de Duitsers zeggen. Die wetenschap lijkt ervoor te pleiten het hart niet al te zeer op de tong te dragen, laat staan er direct naar te handelen. Want je weet nooit welk hart op dat moment de boventoon voert. Voor je het weet gebeuren er ongelukken. Zo bezien krijgt de leus van de verkeerspolitie een diepe betekenis, te beginnen met: houdt afstand en pas daarna, rij met je hart. Ondertussen leg ik u op deze stille zaterdag graag de vraag voor: is het probleem juist niet dat we teveel ons hart laten spreken?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.