De Afghaanse student journalistiek Parvez Kambaksh zit een straf uit van twintig jaar cel wegens blasfemie. Hij vindt dat president Karzai hem gratie moet verlenen.
„Het blijft een gevangenis en het is moeilijk om in een gevangenis te leven”, zegt Sayed Parvez Kambaksh. „Het heeft een negatief effect op mijn gezondheid en mijn psyche. Ik mis mijn familie en vrienden en soms word ik erg nerveus als ik denk aan de manier waarop ik hier terecht ben gekomen.”
De 25-jarige Afghaanse student journalistiek heeft een celstraf van twintig jaar gekregen voor godslastering omdat hij een kritisch artikel over de Koran zou hebben geschreven en verspreid. Eerder was tegen hem de doodstraf uitgesproken.
Kambaksh zit in de Kabul City Jail, de stadsgevangenis op het terrein van de gouverneur in de Afghaanse hoofdstad. Hij komt lachend de bezoekersruimte binnen in een net, roomkleurig colbertje, met daaronder een traditionele shalwar kameez en moderne gymschoenen.
Ongestoord praten is er niet bij. Twee bewakers blijven bij het gesprek en Kambaksh voelt zich duidelijk niet vrij om zijn hart te luchten. Hij zegt goed behandeld te worden. In zijn cel heeft hij een tv, een radio, boeken en schrijfpapier gekregen, en hij mag schaken met andere gevangenen. Af en toe schrijft hij gedichten en korte verhalen. „Ik ervaar nieuwe dingen in de gevangenis en daar schrijf ik over. Maar ik ben geen goed schrijver en er zal wel wat tijd overheen gaan om dat te worden.”
Kambaksh is geboren in Kaboel en verhuisde later met zijn ouders naar Sar-i-pul in het noordwesten van het land. Hij ging journalistiek studeren aan de universiteit van Balkh en werkte voor de lokale krant Jehan-e Now (Nieuwe Wereld). Na zijn arrestatie op 27 oktober 2007 werd die krant gesloten.
„Ik ben opgepakt door de Afghaanse geheime dienst vanwege een geschrift over enkele controversiële verzen in de Koran over de positie van de vrouw. In januari 2008 ben ik daarvoor in Balkh veroordeeld tot de doodstraf door ophanging. Maar iedereen weet dat de schrijver van dit stuk iemand anders is.”
Het proces was een aanfluiting, vertelt hij. „Ik had geen advocaat en kreeg maar drie minuten om mezelf te verdedigen, wat natuurlijk niet genoeg was. Later ben ik bij het hof in Kaboel in beroep gegaan, waar ik wel een advocaat kreeg.”
Onder meer na internationale aandacht voor zijn zaak werd het vonnis door het hof van beroep omgezet in twintig jaar gevangenisstraf. Afgelopen maart werd die straf bekrachtigd door het Hooggerechtshof. „Dat gaat geheel in tegen de mensenrechten, democratie en de rechten van een burger in Afghanistan”, zegt Kambaksh. Inhoudelijk wil hij er niet op ingaan, want dat recht heeft hij als gevangene niet, vertelt hij, met een schuin oog op de bewakers.
De Britse krant The Independent meldde onlangs de werkelijke schrijver van het stuk getraceerd te hebben. Het gaat om een 25-jarige Iraniër die in Europa woont. In de krant erkent deze dat de gewraakte teksten van hem zijn. „Ik twijfel er niet aan dat deze woorden en ideeën uit mijn essays afkomstig zijn”, aldus de auteur. De man, die schrijft onder schuilnaam Arash, stelt zich onder meer de vraag waarom een man wel vier vrouwen mag hebben, maar een vrouw niet vier mannen.
Kritiek uiten op de fundamentalisten die in dit land veel macht hebben kan gevaarlijk zijn, zelfs in de gevangenis. Dat is ook de reden waarom hij in de stadsgevangenis zit. Kambaksh vertelt dat hij justitie daar speciaal om heeft verzocht. Normaal gesproken was hij in Kaboel opgesloten in de Pol-i-Charkhi-gevangenis, die berucht is om z’n opstanden en geweld. „Daar zitten veel talibanstrijders, terroristen en criminelen. Voor iemand als ik zou dat heel moeilijk zijn”, zegt Kambaksh. „Mijn leven zou daar zeker op het spel staan.”
In de Kabul Jail is hij relatief veilig. Zelfs bewaker Najibullah kan sympathie opbrengen voor Kambaksh. „Zijn familie kan hem waarschijnlijk niet vrij krijgen, maar een bezoek als dit helpt misschien. Een jonge man als hij verdient het niet om zo lang in de gevangenis te zitten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.