Er moeten wettelijke regels komen tegen neponderzoek naar geneesmiddelen, zegt de gezondheidsinspectie.
Pillenfabrikanten misbruiken wetenschappelijk onderzoek voor de marketing van geneesmiddelen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) wil dat minister Klink ingrijpt. Ook artsen moeten maatregelen nemen. Anders lopen ook zij kans op een boete, aldus de inspectie.
De inspectie onderzocht twaalf wetenschappelijke studies die door fabrikanten zijn opgezet nadat een nieuw middel op de markt was gebracht. Klink stuurt vandaag het inspectierapport naar de Tweede Kamer.
De farmaceutische industrie is verplicht na marktintroductie de veiligheid en werkzaamheid van een nieuw middel te bewaken, omdat zeldzamere bijwerkingen vaak pas aan het licht komen als grotere groepen patiënten een middel zijn gaan gebruiken. In de praktijk wordt dit zogenaamde fase IV-onderzoek op forse schaal misbruikt voor de promotie van geneesmiddelen.
Bij zeven van de twaalf onderzoeken die de IGZ analyseerde, speelde marketing een hoofdrol of een prominente rol. In enkele gevallen waren de studies zelfs opgezet door de marketingafdeling van de fabrikant.
De inspectie vorderde bij drie farmaceutische bedrijven documenten van fase IV-onderzoeken. Het ging om studies naar een pijnstiller, een antidepressivum en een bloeddrukverlager.
Dokters die aan fase IV-onderzoek meedoen, krijgen geld voor iedere patiënt die zij op het nieuwe middel zetten. Ze hoeven doorgaans alleen wat formulieren in te vullen. De bedragen variëren van enkele tientjes tot een paar honderd euro per patiënt.
Soms worden artsen gelokt met cadeautjes: ’Een gratis iPod na het tiende recept voor middel X’.
Uit het inspectierapport blijkt dat de onderzoeksvraag van de marketingstudies doorgaans niet serieus is; dat resultaten van het onderzoek zelden worden gepubliceerd; dat de vergoeding voor de arts niet in verhouding staat tot het werk, en dat er zonder noodzaak veel artsen en grote groepen patiënten in de studies worden betrokken.
Dit soort neponderzoeken ondermijnt het vertrouwen in de arts, vindt de inspectie. Bovendien jaagt het de kosten van de gezondheidszorg op, omdat grote groepen patiënten op dure middelen worden gezet, terwijl er vaak goedkopere, veilige en effectieve alternatieven op de markt zijn.
Veel van het fase IV-onderzoek heeft slechts tot doel het nieuwe middel ’in de pen’ van de dokter te krijgen, stelt de inspectie.
„Artsen moeten zich niet laten verleiden tot dit soort marketingstudies”, zegt Josee Hansen, hoofdinspecteur productveiligheid van de IGZ. „De patiënt moet er op kunnen vertrouwen dat hij of zij het beste middel voorgeschreven krijgt en niet het middel waar de dokter zelf beter van wordt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.