De Nederlands-Britse oliemaatschappij Shell heeft maandag een rechtszaak over de dood van een Nigeriaanse mensenrechtenactivist geschikt voor 15,5 miljoen dollar. Dat maakten de advocaten van de nabestaanden van Ken Saro-Wiwa bekend in New York.
De nabestaanden beschuldigden Shell ervan medeplichtig te zijn aan de dood van de mensenrechtenactivist. Daarnaast zou het olieconcern volgens de familie medeplichtig zijn aan de gevangenneming, marteling, verbanning en dood van een viertal andere activisten.
Een woordvoerder van Shell kon de schikking maandagavond laat niet bevestigen. Het bedrijf heeft alle aantijgingen altijd ontkend.
Saro-Wiwa was bekend door zijn campagne in het zuidoosten van Nigeria voor de Ogoni-bevolkingsgroep. Die zou het slachtoffer zijn van de oliewinning door Shell. De onderneming zou er bij de militairen op hebben aangedrongen activisten uit te schakelen en zou zo medeplichtig zijn aan hun dood. De toenmalige militaire dictatuur in het Afrikaanse land liet Saro-Wiwa en acht andere activisten ophangen.
Het proces begon woensdag na twaalf jaar touwtrekken. De basis voor de behandeling van deze Nigeriaanse zaak in de Verenigde Staten is een wet uit 1789, waarmee buitenlanders in de VS over onrechtmatige daden van derden kunnen klagen, ook al zijn die buiten dat land begaan. Voor Shell werd de Bosnisch-Servische oud-president Radovan Karadzic op basis van dezelfde wet voor de Amerikaanse rechter gedaagd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.