*

 

Natuurbeheer als topsport

Maartje Bakker − 02/06/09, 00:00

Recreatieondernemers binden de strijd aan met de strenge natuurbeschermingsregels van Natura 2000. Natuurbeschermers zien vooral de voordelen.

  • Willem van Kruijsbergen, natuurbeschermer (Bart van der Moeren)

’Daar, verderop, groeien witte en bruine snavelbies.” Willem van Kruijsbergen wijst naar de overkant van een kleine poel. „Dat zijn twee van de plantensoorten die ervoor hebben gezorgd dat dit gebied is aangemeld bij Natura 2000.” Een excursiedeelnemer reageert: „Die twee kleine plantjes? Waarom moeten die koste wat kost beschermd worden?” Van Kruijsbergen: „De snavelbiezen staan symbool voor een ’pioniervegetatie met snavelbiezen’: ze staan niet op zichzelf, maar duiden op een gezonde staat van dit ecosysteem. Als deze soorten er niet kunnen groeien, stort het hele systeem in elkaar. Een uniek ecosysteem in Europa, in dit geval.”

Op een vroege zondagochtend leidt Van Kruijsbergen zijn publiek – man of dertig, grijs haar, gestoken in afritsbroek en bergschoenen, behangen met een verrekijker – door de Regte Heide en het Riels Laag: Natura 2000-gebied nummer 134. De excursie is op touw gezet door de KNNV, vereniging voor veldbiologie, onder de noemer ’Burgers voor Natura 2000, Natura 2000 voor burgers’.

Natuurgebieden van Europese betekenis zijn opgenomen in Natura 2000, een omvangrijke natuurbeschermingswet van de Europese Unie. In Nederland vallen 165 natuurgebieden onder deze regels. Nu krijgt ieder gebied een plan waarin per beschermde soort en habitat staat hoe ze precies beschermd zullen worden. Veel van deze plannen moeten op 1 september klaar zijn.

Met een beheerplan in de hand kan het gebeuren dat, pak ’m beet, een eikenbos de uitbreiding van een camping in de weg staat, omdat beschermde plant- en diersoorten anders niet voldoende ruimte of rust hebben. Natura 2000 is strenger dan de al bestaande natuurbeschermingswetten. Alleen als iets een heel groot maatschappelijk belang heeft, zoals de aanleg van een Tweede Maasvlakte of de Betuwelijn, kan het gebeuren dat de natuur moet wijken – en elders wordt gecompenseerd.

Binnen Natura 2000 moeten activiteiten die burgers ontplooien – van de uitbreiding van een manege tot de aanleg van een jachthaven – worden afgewogen tegen het belang van plant- en diersoorten. Ondernemers moeten aantonen dat deze niet te lijden hebben van hun activiteiten. Als ze dat niet doen, kunnen natuurbeschermingsorganisaties procederen tot aan het Europese hof. Zo kon het gebeuren dat Europese rechters de kokkelvisserij in Natura 2000-gebied de Waddenzee verboden.

Recreatieondernemers willen het knellende korset van Natura 2000 voor zijn: ze proberen ervoor te zorgen dat in de beheerplannen alvast wordt opgenomen dat ’bestaand gebruik’ doorgang mag vinden. Een slimme zet, want ook natuurbeschermers hebben het over ’bestaand gebruik’, zodat ze de natuur kunnen blijven beheren zoals ze altijd al deden: maaien, runderen laten grazen, bomen kappen, noem maar op. De recreatieondernemers willen de term ’bestaand gebruik’ uitbreiden naar het gebruik door fietsers, wandelaars of de pleziervaart.

Als het even kan, wil de recreatiesector, die zijn kans schoon zag en een sterke lobby organiseerde, er ook voor zorgen dat groei niet wordt belemmerd. Ivo Gelsing, van de vereniging voor recreatieondernemers Recron: „Dat moet in de beheerplannen worden opgeschreven, anders moeten we in de toekomst overal een vergunning voor aanvragen. Als we dan iets willen ondernemen, moeten we steeds aantonen dat er geen significant negatief effect op plant, dier en natuurgebied plaatsvindt: een haast ondoenlijke opgave. We willen voorkomen dat natuurgebieden op slot worden gegooid voor recreatie. Wij streven naar een eerlijkere balans tussen ecologie en economie.”

Natuurbeschermers en recreatieondernemers kruisen de degens in vele arena’s. De duinen op Vlieland, bijvoorbeeld, worden zo intensief gebruikt door vakantiegaande wandelaars en fietsers, dat de strandplevier, blauwe kiekendief en tapuit in het gedrang komen. Ook is bekend dat kitesurfen in de randmeren erg verstorend is voor vogels die er hun voedsel zoeken of rusten. „Je moet niet vreemd opkijken als er meer gebieden komen als de Oostvaardersplassen, waar maar een gedeelte toegankelijk is voor publiek”, zegt Rogier Pouwels, landschapsecoloog van Alterra. „Als er maar een gedeelte wordt opengesteld, is de recreatiedruk minder hoog.”

De ongerustheid over Natura 2000-gebieden komt soms uit onverwachte hoek: van Blaffend Protest bijvoorbeeld, een belangenvereniging voor hondenbezitters in de buurt van Den Helder. De hondenbezitters mogen hun huisdieren nu nog los laten lopen in Duingebied Den Helder-Callantsoog (gebied nummer 84). Voorzitter Lub Nieuwenhuis: „We willen dat losloopgebieden worden gehandhaafd. Dat valt onder bestaand gebruik, dus ik schat onze kansen goed in. Officieel moet je aantonen dat er geen significante verstoring optreedt, maar dat is niet te doen. Wij zeggen natuurlijk van niet en natuurbeschermers van wel.”

Joop Schaminée en John Janssen waren als wetenschappers betrokken bij het uitzoeken van de gebieden die in aanmerking kwamen voor Natura 2000. Ze vinden dat in de geselecteerde gebieden een compromis uit den boze is; daar moet natuur nu juist écht voorrang krijgen en is het soms nodig dat ondernemers een pas op de plaats maken. Schaminée: „Er wordt in ons land veel gepolderd. Maar soms moeten er duidelijke keuzes worden gemaakt. Niet iedere campinghouder kan uitbreiden.”

In de praktijk wordt er gewerkt met een stoplichtsysteem om te beoordelen wat wel en niet kan. Rode soorten zijn sterk achteruitgegaan of onder druk staan, en er zal dus sterk aan getrokken moeten worden om deze soorten te behouden. Groene soorten staan er relatief goed voor, oranje is toebedacht aan de tussensituatie. Hetzelfde geldt voor habitattypes. Schaminée: „Stel dat een bungalowpark in de duinen wil uitbreiden met wat extra huisjes, dan is dat waarschijnlijk geen probleem als er wat duindoornstruweel – een groen natuurtype – voor moet wijken. Anders wordt het als er een natte duinvallei, een veel zeldzamer ecosysteem, ligt op de plek van het extra huisje. In zo’n geval kan geen vergunning worden verstrekt.”

Schaminée vergelijkt de topnatuur van Natura 2000 met topsport. „Topsport en amateursport kunnen niet zonder elkaar bestaan. Topsport heeft een uitstraling die ervoor zorgt dat op amateurniveau gelijke activiteiten worden beoefend. Zo moet het met natuur ook gaan. Topnatuur vormt de hoogste ambitie. De grote vuurvlinder en het korhoen zijn belangrijk, omdat ze laten zien wat de parels in de natuur zijn. Als we topnatuur hebben, zullen mensen ’gewoon groen’, waarin volop ruimte is voor recreatie, ook een warmer hart toedragen.”

De ecologen zijn blij dat ze de KNNV aan hun zijde vinden. Projectleider Peter Veen: „We nodigen iedereen uit om mee te gaan naar buiten, om verbazing en verwondering over de natuur te ervaren, en de natuur te verinnerlijken. We willen draagvlak creëren voor de natuurbeschermingsmaatregelen. Dat is hard nodig, anders krijgen op inspraakavonden de critici de overhand.”

mailIcon print |