*

 

Minder pensioen is wel zo solidair

Wybo Algra − 07/04/09, 00:00

Stel met de AOW ook het pensioen twee jaar uit, vinden de ondernemingspensioenfondsen en de Tilburgse hoogleraar Lans Bovenberg. Dat wordt langer doorwerken of een kariger oude dag. Is dat wel eerlijk?, vraagt Trouw zich af.

  • Werkgevers zijn doorgaans blij als oudere werknemers er wat eerder de brui aan geven. (Lex van Lieshout)

Later AOW, dan ook later pensioen: logisch toch? Dat gaat samen op.

Nee, toch niet. De wettelijke AOW-leeftijd ligt nu op 65 jaar, straks waarschijnlijk op 67. Maar wanneer mensen hun zelf bijeengespaarde (bedrijfs-)pensioen gaan incasseren, bepalen ze helemaal zelf – al wil de baas nog wel eens een handje helpen, eventueel met een leuke vertrekregeling. Slechts een op de vijf werknemers haalt de eindstreep van 65 jaar; 62 jaar is een heel gangbare pensioenleeftijd. Wie er dan na veertig jaar trouwe dienst mee stopt, krijgt voortaan elke maand 70 procent van zijn ’middelloon’ op zijn rekening bijgeschreven. Wanneer Lans Bovenberg het heeft over verhoging van de pensioenleeftijd, doelt hij niet op een verschuiving van 65 naar 67 jaar, maar bijvoorbeeld van 62 naar 64 jaar.

Langer pensioen opbouwen, dat betekent straks meer geld!

Nu nog wel. Het is eigenlijk best gek dat zoveel mensen er al zo vroeg mee stoppen, gemiddeld als ze nog geen 62 zijn, want langer doorploeteren is financieel best aantrekkelijk. Elk extra gewerkt jaar levert op dit moment 8 procent meer pensioen op. Bovenberg stelt nu iets anders voor, wat hij enigszins eufemistisch ’versoberen’ noemt. Hij wil dat mensen twee jaar langer sparen om het pensioen op hetzelfde peil te houden als waar ze tot nog toe vanuit zijn gegaan. De pensioenfondsen zien op die manier hun kaspositie snel verbeteren. Afzien van langer doorwerken kan ook, maar betekent als het aan Bovenberg ligt wel een lagere uitkering dan nu.

Mooi is dat: twee jaar langer door voor net zoveel pensioen.

En toch is dat wat er voor de huidige vijftigers sowieso staat te gebeuren. Want de meeste pensioenen worden de komende jaren niet geïndexeerd, ofwel aangepast aan de inflatie. Op die manier proberen de door de crisis fors geraakte pensioenfondsen weer boven jan te komen. Een jaartje of zeven niet indexeren betekent feitelijk al een koopkrachtverlies van 15 procent. Twee jaar langer doorwerken is een prima manier om dat weer te repareren. Bovenberg stelt voor een soortgelijk systeem in te voeren voor de huidige veertigers, die het leeuwendeel van hun pensioen nog moeten opbouwen: of langer doorwerken, of een lager pensioen. Een kwestie van solidariteit, vindt hij: „Onderzoekers van het Centraal Planbureau hebben becijferd dat vooral de babyboomers opdraaien voor de financiële problemen van de pensioenfondsen. Dit is een manier om de lasten te verdelen.”

Zo’n soberder, oftewel lager pensioen, kan dat zomaar? Wie gaat daar eigenlijk over?

De overheid gaat over de AOW, het staatspensioen, maar niet over de aanvullende pensioenen. Daarover beslissen werkgevers en werknemers. En of die zitten te springen om een hogere pensioenleeftijd, valt te bezien. Werkgevers zijn doorgaans allang blij als oudere werknemers er wat eerder de brui aan geven; dan zijn ze van een dure kracht verlost en kunnen ze weer een goedkoop jonkie aannemen. En vakcentrale CNV noemt het plan van Bovenberg en de ondernemingspensioenfondsen ’diefstal’, dus dat is ook niet een bemoedigend signaal. Toch is het plan volgens Bovenberg beter dan de beschikbare alternatieven. Zoals ouderen op een houtje laten bijten, want daar komt jarenlang niet indexeren of zelfs korten op de pensioenen wat hem betreft op neer. Of hogere pensioenpremies die de loonkosten en daarmee de werkloosheid opjagen. „Voor de jongere werknemers is de hogere pensioenleeftijd niet zo erg, want ze kunnen hun plannen nog aanpassen en ze leven langer.”

mailIcon print |