Voor wie een Mona Lisa wil die soms lacht en soms huilt, verbindt het festival STRP kunst met technologie.
Een spinnenfobie verdwijnt niet zomaar als de spin niet uit een kier maar uit een laboratorium komt en vooral uit metalen, kunststoffen en elektronica bestaat. De Brit Matt Denton exposeert zijn Hexapod oftewel achtpoot – iC heet het beestje – in het Klokgebouw in Eindhoven, en ziet genoeg geïnteresseerden die niet dichtbij durven komen. „Meisjes vooral. Maar dan leg ik uit dat iC banger is voor mensen dan omgekeerd. Beweeg maar eens naar hem toe.” iC zakt door de poten en trekt de kop verschrikt terug. „Opeens is hij niet langer creepy maar cute.” Zo aandoenlijk als een puppy, of als animatierobot Wall*E.
Denton zit in de ’animatronics’, hij maakt geestdriftige robots. Als kinetisch kunstenaar werkte hij mee aan de speelfilms ’Harry Potter and The Prisoner of Azkaban’ (2003) en ’Harry Potter & The Goblet of Fire’ (2004). Verder liet hij een ongeboren kind playbacken in de videoclip bij het Massive Attack-nummer ’Teardrop’ (1998). Hij werkt aan een robotspin die twee ton weegt en zes meter in doorsnee is. „Die is geschikter voor een arena dan voor een museum. We willen geen tenen vermorzelen.”
iC zit stil en kijkt nieuwsgierig rond. Hij herkent gezichten, legt ze vast en reageert erop. Ook Denton houdt alle gezichten in de gaten, wachtend op de verbaasde blik van de mens die ontdekt met de machine te communiceren. Het contact is deels illusionair. „Deze systemen zijn vrij eenvoudig. Ze hebben basale reflexen en beperkte mogelijkheden tot interactie. De spin reageert zoals je onbewust verwacht. En dan zeg je heel spontaan: hij leeft! Maar dat leven zit vooral in ons hoofd.”
Festival STRP in Eindhoven verbindt niet alleen technologie en kunst, maar brengt ook een uitgebreid muziekprogramma. De danceliefhebbers die voor dj’s als Laurent Garnier naar het Klokgebouw komen, blijven vaak ook rondhangen in de expositieruimte. Vooral dankzij alle ontdek-en-doe-kunstwerken, zoals ’Jump!’ van Yacine Sebti. Op een groot scherm springt een groep mensen steeds tegelijk omhoog. Spring een keertje mee en je raakt zelf gevangen in die projectie. Een camera legt je sprong vast en plaatst je tussen al je voorgangers.
Binnen in een kubus vol spiegels verlies je je houvast als de ruimte zelf begint te bewegen. En de installatie ’ZEE’ van Kurt Hentschlüger is het toppunt van desoriëntatie. Wie zwanger, epileptisch of depressief is, een onzekere hartslag of onvaste benen heeft, mag niet naar binnen.
Zoals iC nieuwsgierig rondkijkt in de hal, zo houden ook minder opvallende kunstwerken de bezoeker in de gaten. ’Opto-Isolator’ van Golan Levin bevat een haast menselijk oog dat personen volgt. Zoals geschilderde voorvaders doen in spookfilms of op school bij Harry Potter.
Informatie afbreken tot de kern, enen en nullen, en die brokstukken, bit by bit, beetje bij beetje, weer opstapelen tot iets nieuws, of in een andere context, is populair onder kunstenaars. In zijn werk ’Bitquid’ zet Jeroen Holthuis een digitale foto om in rondgepompte olie en fluorescerende vloeistof, precies volgens het ritme dat de enen en nullen dicteren. Aan het eind van de 32 snoeren wordt de foto uit de stromende informatie opnieuw samengesteld. De twee beelden verschillen nogal, zoals dat hoort bij een doorfluisterspel. Holthuis wil de ’denkbeeldige scheidslijn’ tussen de analoge en digitale wereld in beeld brengen.
Mark Napier laat een computer het Oude Testament lezen, en gestuurd door alle enen en nullen, een patroon tekenen. Zo veranderen de bijbelteksten in een wolk van lijnen, ’een dans in zwart en wit’, een tekening die even uniek is als het boek zelf. De Koran zou er immers heel anders uitzien. Voorlezen is wel lastig bij dit heilige e-book, ook al heeft Napier het beeldscherm op een handig houten spreekgestoelte gelegd.
Opvallend aan dit soort compactere werken is dat een strak design even belangrijk is als de werking ervan. Dit is mediakunst uit het gestileerde Apple-tijdperk. Verdwenen zijn de gekantelde televisies en de soldeerbouten. Die verfijning is een logisch gevolg van de manier waarop technologie steeds dieper en vanzelfsprekender ons leven binnendringt, zegt samensteller Yves Bernard.
Mens en technologie komen het sterkst samen in ’Two Stage Transfer Drawing (Cyberskin) van Joan Healy. Maak een schets door je vingers over een tekenveld van menselijke huid te bewegen. De tekening verschijnt op het computerscherm. De warmte en de elasticiteit ervan verraden dat de huid nog levend is. Als Denton deze ’cyberskin’ uitprobeert, krijgt zijn gezicht net zo’n uitdrukking als de jongeren die oog in oog staan met zijn kameraad iC.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.