De Hoofdstraat in het Achterhoekse stadje Terborg ligt er treurig bij. Stichting Stadsherstel probeert nog één keer het tij te keren. „We moeten de regionale functie terugwinnen.”
Grauwe puien, lege etalages. Wat is er gebeurd met de Hoofdstraat in Terborg? De ooit zo levendige winkelstraat, met statige gevels van historische panden, ziet er uit als een kledingwinkel na de laatste uitverkoop. Een groot aantal winkels staat leeg, het midden vertoont een gapend gat, houten schotten schermen de rotste kiezen voor het oog af. Het stadje telt nog 4500 inwoners. Slaat de vergrijzing en ontgroening in de Achterhoek op deze wijze toe?
„Het is niet om aan te zien, het is nergens zo slecht als in Terborg”, zegt Elly Dings, voorzitter van winkeliersvereniging Terborg Centraal. „Dit is het gevolg van jarenlange verpaupering. Terborg lag twintig jaar op de kont. Alles moest grootschaliger, de mensen gingen met de auto verderop hun boodschappen doen. Maar de allure is er nog wel. Kijk naar die historische panden, het Sint Jorisplein met hotel De Roode Leeuw en dat prachtige oude postkantoor, de mooie hervormde kerk die jaarlijks onderdak biedt aan een gerenommeerd vocalistenconcours.”
Met haar eeuwig optimisme is voormalig CDA-wethouder Dings de ideale woordvoerder van de Stichting Stadsherstel, die nog één keer gaat proberen de winkelstraat tot leven te brengen. „De eigenaren hebben veel panden laten verkrotten, daar geneer ik me voor. Maar het heeft geen zin om terug te kijken en schuldigen aan te wijzen, we gaan er wat aan doen.”
In de stichting werken de gemeente Oude IJsselstreek, de woningcorporatie, vastgoedeigenaren en middenstand samen. Winkelpanden worden opgeknapt, de regionale supermarkt Coöp keert terug en krijgt in ruil daarvoor een groot parkeerterrein, waar winkeliers in de Hoofdstraat hun parkeerplaatsen voor de deur voor inleveren. En er wordt gebouwd aan een complex met appartementen en winkels op een plek die al vijftien jaar open ligt – het plan Kaak, vernoemd naar een van de ondernemers en vastgoedbezitters die het Achterhoekse stadje de vorige eeuw domineerden.
„Terborg is van oudsher een mooie stad, met een winkelstraat met allure”, verzekert Dings. „Er was ook belangrijke industrie: de ijzergieterij Lovink, kachelproducent Dru – de fabriek is verbouwd tot cultureel centrum ’t Gietelink – en Kaak, wereldwijd leverancier van bakkersbenodigdheden. Toen ik hier 45 jaar geleden kwam wonen, stelde Doetinchem niks voor, terwijl Terborg aanzien had. De mensen kwamen hier naar toe om exclusief te winkelen. Nu nog is de kermis van Terborg een hoogtepunt voor de streek.”
„Maar het is tegenwoordig moeilijk om het dagelijkse winkelaanbod overeind te houden. Er zijn in de omgeving veel kleine kernen. Je ziet nu dat Ulft bloeit, terwijl hier niet meer wordt geïnvesteerd door veel oudere ondernemers, omdat ze zonder opvolging zitten. Toch zijn ook hier jonge ondernemers die het erop wagen: er is een nieuwe jeansshop, een babyzaak en een speelgoedwinkel; de animo is er echt wel.”
Die jonge ondernemers krijgen steun bij het opstellen van hun businessplan en in de papieren rompslomp die het beginnen van een bedrijf met zich meebrengt. „Het moet binnen nu en drie jaar lukken om nieuw publiek te trekken voor de dagelijkse boodschappen en leuke dingen”, vindt Dings. „Het hoeft geen Doetinchem te zijn, maar met 17.500 inwoners in de directe omgeving kunnen we de regionale functie terugwinnen met mooie winkels en een gezellig horecaplein, zonder verkeer. We kunnen ons weer onderscheiden van een gewone winkelstraat, daar geloof ik nog steeds in.”
Lees hier de overige artikelen uit deze serie
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.