*

 

Help mij, o grote Dick

Wim Boevink − 28/05/09, 00:00

Een Albert Heijn-verslaving, zou zoiets bestaan? Wat is een verslaving eigenlijk? Volgens Van Dale ’een verschijnsel dat iemand het gebruik van iets dat (op den duur) schadelijk voor hem is, niet meer kan laten’.

  •  (\N)
    (\N)

Als je, zoals ik, voor negentig procent van je voedselvoorziening afhankelijk bent geworden van Albert Heijn, kun je misschien van een verslaving spreken. Vraag is: hoe schadelijk is dat dan?

De supermarkt heeft zo’n achthonderd vestigingen in het land en twee ervan zitten bij mij in de buurt. Met wat meer moeite, want verder weg, zou ik naar de concurrentie kunnen gaan, maar dat doe ik niet, want – en hier beginnen de verslavingskenmerken – in die winkels ken ik de routing niet en de verpakkingen en moet ik te lang dolen tussen de schappen.

Toch baart mijn afhankelijkheid me zorgen, dat dag in, dag uit eten uit de voedseltrog van AH, het verhoudt zich slecht met het ideaal van de vrije, bewust kiezende mens. Het maakt hem tot een supermarktkuddedier, met een beperkt bewustzijn voor smaak. Maar ontsnappen is moeilijk.

Geraffineerd, zoals een goeie dealer betaamt, is de wijze waarop AH (met een marktaandeel van dertig procent) klanten bindt. Om smaaksleur te vermijden, varieert de supermarkt slim haar aanbod, door nieuwe producten te introduceren, of nieuwe menu’s, of door oude producten nieuw te verpakken. Deze week lanceerde het een nieuw eigen merk: ’Puur en eerlijk’.

Bij een lunch waar mediavertegenwoordigers zich in ruimen getale voor hadden aangemeld zette directievoorzitter Dick Boer uiteen wat de bedoeling ervan was. Onder ’puur en eerlijk’ vallen, zei hij, artikelen die zijn geproduceerd, geteeld of ingekocht met extra zorg voor mens, dier, klimaat en milieu. Door mijn hoofd schoot meteen dat ik dus voortdurend artikelen koop die niet puur en oneerlijk zijn, want dat nieuwe eigen merk beslaat maar een klein percentage van het assortiment. Maar de imagowerking is een andere: ’puur en eerlijk’ vestigt de aandacht op het maatschappelijk verantwoord ondernemen van dit ’prachtige bedrijf’ (Dick Boer) en biedt de consument de keuze om ’soms’ eens iets verantwoords te kopen.

’Puur en eerlijk’ zijn bestaande artikelen met een ecologisch of fair-trade-keurmerk, maar nu gestoken in een nieuwe uniforme verpakking van sobere, aardachtige kleuren die wij met duurzaamheid zijn gaan associëren.

Ik zal het wel kopen, ’soms’, mijn doffe geweten sussend, wegkijkend van marktstrategieën en oorlogen tussen A-merken en huismerken en nog meer aandeel voor AH, die mij voedt en opvoedt, van wieg tot graf. Ik ben een door marketing en Allerhande geconditioneerde consument geworden en toen ik Dick Boer zag, de oppergod van mijn voedselketen, wilde ik maar één ding weten: waarom is er bij mijn AH geen rode botersla meer, want die vond ik zo lekker. Help mij, o grote Dick.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />