*

 

’We zijn niet klaar voor passend onderwijs’

Harriët Salm − 13/05/09, 00:00

Over anderhalf jaar moet overal het nieuwe beleid van ’passend onderwijs’ worden ingevoerd. Scholen zijn er niet klaar voor, waarschuwt de inspecteur-generaal van het onderwijs.

  • Op 40 procent van de basisscholen wordt onvoldoende gedaan om verschillen tussen leerlingen op te sporen, aldus de inspectie. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)
    Op 40 procent van de basisscholen wordt onvoldoende gedaan om verschillen tussen leerlingen op te sporen, aldus de inspectie. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Even na de les die ene leerling, die het zo snel niet kon volgen, apart nemen om uit te leggen wat het huiswerk inhoudt. Het komt er te weinig van. Met als gevolg dat leerlingen achter gaan lopen, constateert Annette Roeters, inspecteur-generaal van het onderwijs. „Een achterstand die oploopt en dan op een gegeven moment niet meer in te halen is.”

De onderwijsinspectie merkt in haar jaarlijkse rapport op dat leerlingen die extra aandacht nodig hebben, die vaak niet krijgen. Roeters begrijpt het wel: leraren zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs hebben vaak de handen vol om de sfeer in de groep goed te houden. Aandacht voor die ene leerling schiet er dan bij in.

Maar het hoort en hoeft niet zo te gaan, vindt ze, want de gevolgen zijn groot. „Uiteindelijk leidt gebrek aan aandacht tot onderprestatie of uitval. Onderwijs is van groot belang om je te handhaven in de maatschappij. Een kenniseconomie heeft goed opgeleide mensen nodig.”

Over anderhalf jaar moet in heel Nederland het nieuwe beleid van passend onderwijs zijn ingevoerd. Ieder schoolbestuur moet voor elk kind onderwijs op maat regelen. Leerlingen met een speciaal probleem weigeren, kan niet meer.

Roeters: „Er moet nog veel gebeuren voor scholen passend onderwijs goed kunnen aanbieden. We zijn er nog niet klaar voor.” Tot nu toe waren er vooral bestuurlijke aanpassingen. „Maar ook leraren hebben scholing en coaching nodig om leerlingen straks goed te kunnen helpen.”

Scholen hebben weldegelijk instrumenten om het beter te doen, stelt Roeters. Problemen kunnen door toetsen beter in kaart gebracht worden. Een goed persoonlijk plan van aanpak kan veel verhelpen. Maar dan moet zo’n analyse wel goed zijn en het plan nagekomen worden. „Vaak is niet gekwalificeerd personeel aangesteld om die plannen op te stellen en uit te voeren. Ze zetten bijvoorbeeld oudere leerlingen in om jongere bij te spijkeren, maar dat heeft geen effect.”

Nog te vaak blijven leerlingen zitten, terwijl gerichte aandacht om een achterstand weg te werken beter zou zijn. „Gewoon alle stof nog maar eens opnieuw laten passeren, is weinig effectief.”

Het verbaast haar dat in het basisonderwijs 10 procent extra aandacht nodig heeft, terwijl dit in het voortgezet onderwijs opeens 17 procent is. „De puberteit verhevigt de belemmeringen bij het leren blijkbaar.” En sfeer wordt er heel belangrijk gevonden. „Maar dat is een randvoorwaarde voor waar het om zou moeten gaan: leerlingen onderwijs geven. Daar komt het soms te weinig van.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />