Lelystad, wat is dat toch met Lelystad? Misschien komt het omdat de stad (nog) aan het eind van een spoorlijn ligt, een lijn vanuit het westen.
De trein loopt dood in Lelystad. Op weg erheen scheen de zon, en de wind joeg hard over het jonge land. Bij het station wachtte een pendelbusje.
We reden om het kleine centrum heen, met wat moderne kantoren, en ingenieur Lely in zijn wapperende jas, als admiraal Nelson hoog op zijn zuil. De wegen waren van het gladste asfalt, met een smetteloze groenstrook tussen de weghelften en aan weerszijden bomen, in gelid geplant.
De zon, de koele wind, de ruime, stille wegen langs steen geworden planologie – Lelystad riep ineens Canberra in herinnering, de tekentafel hoofdstad van AustraliĆ«, met die zon en die arctische wind, rechtstreeks van de zuidpool.
Zo ver weg kan Lelystad zijn.
Ik was er voor de Reinigings Demodagen. Dat is de vakbeurs voor de reinigings- en afvalbranche. Het pendelbusje bracht me naar een testterrein vlakbij het vliegveld. Daar had men een tentenkamp opgeslagen, van witte pagodes die stonden te klapperen in de wind. Het mekka van de vuilnisman.
Hier stonden de laatste modellen vuilniswagens, met zijbelading of achterbelading, tjokvol elektronica, weeginstrumenten en gps, en afgelakt in de mooiste kleuren. Maar er waren ook veeg- en zuigmachines, wegdekreinigers en strooiwagens, een hele vloot van afval- en reinigingsvoertuigen. Ik weet niet of ik veel vuilnismannen zag: er liepen veel mannen in pak: directeuren, bedrijfsleiders, projectmanagers en gemeentebestuurders, want in de afvalbranche gaat veel geld om, heel veel geld. Een staalborstel van een veegmachine gaat driehonderd uur mee en kost duizend euro.
Het wagenpark hier was duurder op de AutoRai. Maar in Lelystad val je een beetje van de wereld.
In de grote tent was een seminar gaande. Een spreker behandelde net de kwestie van het zwerfafval. Dat is het afval dat al die geavanceerde wagens laten liggen. Zwerfafval wordt vooral bestreden met prikkers, waar aan het andere uiteinde een taakstraffer aan vast zit, of iemand met een sociaal probleem. De man sprak over het impulsprogramma 2007-2009 en er kwam weer mooi jargon voorbij, van ’frequentie vegen versus beeldgericht vegen’ en ’het inzetten op spotcleaning’ tot ’het leren van resultaatgericht werken met schoonheidsgraden’. Dat laatste las ik in een vakblad. Daarin stond ook dat het handveegwerk weinig status geniet en dat er iets gedaan moet worden aan imago boosting.
De spreker bracht me na afloop naar een stand van een Belgische firma. Die maakte een buitenmodel stofzuiger, aangedreven door een batterij. Deed zacht zoemend zijn werk, ook in winkelgebieden, en de mensen keken er dan met waardering naar.
De poolwind blies over het terrein. Ik kreeg zin in die stofzuiger.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.