*

 

Vergissing van AD levert Richard Tates haatmail op

Jonathan Maas − 06/05/09, 00:00

Foto’s en namen in de krant kunnen vervelende gevolgen hebben voor vermeende daders en hun familieleden. Zeker als de media ernaast zitten, zoals in het geval van Richard Tates.

Telefonische bedreigingen en haatmail. Dat heeft de ongewenste publiciteit van het AD Richard Tates deze week opgeleverd.

Zijn beeltenis sierde afgelopen maandag prominent de voorpagina van de krant, met de suggestie dat het ging om een foto van Karst Tates, dader van de aanslag in Apeldoorn waarbij zeven mensen omkwamen, inclusief Karst zelf.

„Zelfs al had het AD de goede foto te pakken gehad, welk openbaar belang was er dan gediend met het publiceren hiervan?”, vraagt Hugo Arlman zich af. Hij is voorzitter van de stichting Juridische ondersteuning tegen onrechtmatige mediaberichtgeving. „Zo’n foto zegt een lezer geen snars”, is zijn standpunt.

Het doet in ieder geval wel emoties oplaaien, zo blijkt. Richard Tates ontvangt bedreigingen en haatmail, meldt De Telegraaf. „Dat is nu eenmaal onze cultuur geworden”, zegt Arlman.

Het doet denken aan het belagen van een onschuldige jongen in Drachten, die vorig jaar werd aangezien voor Joran van der Sloot – allemaal naar aanleiding van een uitzending van Peter R. de Vries en mediaberichtgeving die daarop volgde.

Dit keer was het Richard Tates die werd aangezien voor een misdadiger. Arlman: „Vervelend. Het ironische is dat hij nooit de dader kan zijn. Die is dood. Maar Richards naam is wel bezoedeld.” AD-hoofdredacteur Jan Bonjer geeft toe dat Richard door zijn krant ’ten onrechte is aangetast in zijn persoonlijke integriteit’.

’Pijnlijk’ en ’slordig’, noemt Arlman het – ook het feit dat veel media Karst met zijn volledige achternaam aanduiden. „Tates is geen veel voorkomende naam. Iedereen met die naam heeft nu iets uit te leggen, krijgt de vraag of ze geen familie zijn. Dat is heel vervelend.”

Stel dat het AD wel de hand had weten te leggen op de foto van Karst Tates, had de krant die dan moeten publiceren? Hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media Marcel Broersma meent van wel. „Je hebt te maken met twee rechten die strijdig zijn: recht op vrije nieuwsgaring en recht op privacy”, zegt Broersma, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. „In dit geval gaat het om een aanslag die veel heeft losgemaakt. Mensen willen weten wie er achter zit en wat hem drijft. Zo’n foto geeft toch meer informatie. Het lijkt mij gerechtvaardigd die te plaatsen.”

Jan Bonjer wijst er op dat lezers geïnteresseerd zijn in de persoonlijkheidsstructuur van een dader, zeker bij een aanslag met grote maatschappelijke impact. „Als journalist probeer je iemand te kenschetsen. Ook in beeld.”

mailIcon print |