Er zijn vraagstukken die je vrijwel geen andere keus laten dan van de ene ijsschots op de andere te springen en waarbij je ook nog door het angstige gevoel wordt beslopen dat je weleens lelijk onderuit zou kunnen gaan.
Voor zo’n vraagstuk plaatsten ons dezer dagen de verstandelijk gehandicapte ouders Henk en Miranda uit Geldermalsen. ’Dolgelukkig’, zijn ze dat de kinderrechter erin bewilligde dat hun uit huis geplaatste-, zes maanden oude baby Hendrikus toch nog bij hen mocht komen wonen. ,,Nu zijn we een gewoon gezin,’’ zegt Henk. ,,We zijn vader en moeder en dat voelt zeer prettig aan. Dat hebben we toch een half jaar moeten missen.’’
Dat geluk zij hen van harte gegund. Er hangt echter wel een uitzonderlijk prijskaartje aan, waar we niet klakkeloos aan voorbij mogen gaan. De kinderrechter ging namelijk alleen maar akkoord op grond van de afspraak dat Hendrikus drie dagen in de week naar een kinderdagverlijf gaat. Op de andere dagen is er twaalf uur per dag hulp in huis en ’s avonds en ’s nachts wordt de baby in de gaten gehouden via een webcam. De ouders zelf vinden dat geen bezwaar. Als je iets niet weet, staan ze voor je klaar, aldus de vader en die webcam vindt hij zonder meer een uitkomst: dat stelt meer mensen met een verstandelijke beperking in staat om hun kinderen zelf op te voeden.
Eind goed, al goed zou je kunnen zeggen. Maar zo is het niet. Blijft de pijnlijke vraag of al die contrôle uiteindelijk ook in het belang van Hendrikus is. Misschien worden zijn ouders er toch knap nerveus van en dat voelt zo’n kind. En hoe zal het jongetje het vinden als ie er zich later van bewust wordt dat zijn ouders voortdurend in de gaten worden gehouden? Kortom, zou Hendrikus met een pleeggezin niet veel beter af zijn?
Nog afgezien daarvan, ook letterlijk weegt het prijskaartje zwaar. Het is een aantal zorginstellingen gelukt met passen en meten de benodigde zorg en aandacht bij elkaar te sprokkelen. Maar het is geen aanbod van onbeperkte duur. Daarvoor is die zorg te kostbaar. In het beste geval zal die zorg straks niet meer nodig zijn. In het slechtste geval is uit-huis-plaatsing alsnog noodzakelijk, wat zo mogelijk nog ingrijpender is voor Hendrikus.
En daarmee staan we aan de oorsprong van het probleem: hoe gaan we als samenleving om met de kinderwens van mensen met een verstandelijke handicap? De politieke stand van zaken is dat de meerderheid tegen verplichte sterilisatie is en ook tegen het verplichte gebruik van de (prik)pil. Geen dwang, maar drang. Er bij de ouders sterk op aan dringen er niet aan te beginnen en als dat niet helpt, desnoods stiekem de pil toedienen. Het is echter ontoereikend om de geboorte van Hendrikus te voorkomen. Dus blijf ik zitten met de vraag: wat is de kinderwens waard als we de ouders 24 uur per dag moeten controleren?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.