*

 

Eetbare stad

Kees de Vré − 30/05/09, 00:00

De initiatiefnemers van Eetbaar Rotterdam brengen de landbouw in de stad.

  • (Trouw)
  • In de Rotterdamse Hudsonstraat worden buurtbewoners uitgenodigd iets te drinken en mee te doen aan het kweken van gewassen in een kas. (JÿRGEN CARIS)
  • Paul de Graaf, architect. (Jorgen Caris)
  • In de Rotterdamse Hudsonstraat worden buurtbewoners uitgenodigd iets te drinken en mee te doen aan het kweken van gewassen in een kas. (JÿRGEN CARIS)
  • (Trouw)

De naam van het restaurant laat nog enige ruimte voor misverstand: Vandeboer. Natuurlijk komt uiteindelijk alle voedsel van de boer, maar een groot deel van het menu dat Nicole Hoven en partner Rianne Andeweg in hun aangename Rotterdamse eetgelegenheid serveren komt van boeren in de omgeving. Dat is wat ze willen uitdrukken. Hoven: „We willen duurzaam zijn. Dat is goed voor het milieu en goed voor de onderneming. Het geeft korte lijnen, je hebt contact met je leveranciers, hoort de verhalen. Ik zie wat zij doen en zij kunnen zien wat er met hun producten gebeurt. Het betekent in bijna alle gevallen ook biologisch voedsel, al hoeft dat niet per se. De smaak daarvan is zo veel beter, er is veel zorg aan besteed.”

Hoven had die notie van duurzaamheid dertien jaar geleden al, toen ze na een korte onderwijscarrière begon met een cateringbedrijf. „Met mijn belangrijkste klant, een bedrijf, had ik afgesproken dat ik iedere dag een feestje zou bouwen. Biologisch én lokaal vond ik toen al belangrijk. In het begin werd ik met vreemde ogen aangekeken. Ik heb het ook nooit zo benadrukt, maar vooral mooi gepresenteerd. ’Pompoensoep? Kan je dat eten dan?’ Dat soort reacties kreeg ik. Na een tijdje waren ze om. Verleiden werkt beter dan overtuigen. Die opvatting was toen binnen de biologische sector nogal ongebruikelijk, maar ik hoor bij de rekkelijken.”

Dat rekkelijke blijkt ook uit haar opvatting over lokaal eten. „Alles lokaal inkopen lukt natuurlijk niet. Met name in de koude seizoenen vraagt dat wel veel van de eetcultuur. Ik streef ernaar zo dicht als mogelijk bij huis te blijven. Dat betekent dat ik soms naar Zuid-Europa uitwijk. En tropische ingrediënten komen uit de tropen. Dat kan niet anders. Ik wil toch mijn kopje koffie niet missen. Of ik die houding zie toenemen? Ik let niet zo op trends. Dat is toch dikwijls romantisch gedoe van culi’s, het waait weer weg met de volgende hype. Ik doe wat ik voel dat ik moet doen. Gebruik je gezonde verstand zonder te vervallen in het Ot-en-Sien-denken. Dan kom je ongeveer uit, denk ik, bij waarmee ik nu bezig ben.”

Niettegenstaande deze nuchterheid kwam Hoven twee jaar geleden in contact met een groepje gelijkgestemden. Het waren mensen van diverse pluimage die elk vanuit hun eigen discipline pogingen deden om landbouw dichter bij of zelfs in de stad te brengen. Dit was de start van het project Eetbaar Rotterdam. Hoven: „Ik kwam toen in aanraking met het verschijnsel stadslandbouw. Dat kende ik niet. Ik was gewoon op zoek naar producenten die nog dichterbij telen. Ons restaurant heeft ook een winkel waar je producten kunt kopen die je in het restaurant eet. Het moet mensen stimuleren om te gaan kijken bij moestuinen en boeren in de omgeving.”

Een van de initiatiefnemers van Eetbaar Rotterdam – naast Nicole Hoven – is architect Paul de Graaf. „Ik ben al langer bezig met waterkringlopen. Na waterzuivering hou je meststof over. Maar wat ontbreekt is een plek om die meststof lokaal weer te hergebruiken, zoals dat vroeger wel heel gewoon was. Dat kan in stedelijk of regionaal groen en is daarmee een uitstekende voedingsbodem voor gewassen. Ik kom dus van een andere kant bij voedsel uit. Uiteindelijk probeer ik stedenbouw, groen en voeding te integreren. Daarmee bevorder je ook sociale samenhang. Die brede aanpak is goed voor de stadsbewoner. Dat is lang ontkend in het Rotterdamse groenbeleid. Alles moest goedkoop en beheersbaar blijven. Nu is er meer bereidheid om te investeren in kwaliteit.”

Hoven pakt de draad gelijk op: „Het moet natuurlijk niet alleen bij denken blijven. We moeten ook experimenteren en soms gewoon doen. We hebben met zes mensen de koppen bij elkaar gestoken en Eetbaar Rotterdam gelanceerd. Daarbij streven we naar een regionale voedselketen waarbij het afval weer wordt hergebruikt. Een gesloten circuit dus.” De Graaf: „Na een aantal presentaties reageerde de gemeente. Onze multidisciplinaire benadering – landbouweconoom, architect, stadsplanner, en mensen uit de praktijk – spreekt ze aan. Er komen op dit moment veel terreinen vrij van bedrijven die naar de Tweede Maasvlakte trekken. De gemeente zal die terreinen over 15 tot 20 jaar gaan ontwikkelen. Hier kan stadslandbouw mogelijk een rol spelen.”

Naast die tijdelijk braakliggende gronden zijn wat De Graaf betreft ook daken en groenstroken geschikt voor stadslandbouw. „Zo kan elk project een andere financiering krijgen, omdat er andere belangen bij betrokken zijn en er dus andere potjes kunnen worden aangesproken. Een brede landbouw in de stad, dat is het verschil met wat nu gebruikelijk is. Dat is toch brede landbouw op het platteland.” Als het gaat om de potentie van stadslandbouw blijft ieder bij zijn leest. De architect: „Met slimme combinaties van teelten en technieken kom je ver. Het water van viskwekers kun je gebruiken om groenten als tomaten of sla te telen. De vissen verrijken het water met nutriënten (lees: poep). De groenten halen die nutriënten er weer uit, simpel gezegd. Als je zoiets slim afstelt kun je veel besparen. Zo kun je ook paddenstoelen telen op afval van een bierbrouwerij. In de Derde Wereld zijn er interessante voorbeelden, daar kunnen we van leren. De combinatie van kleine gebieden en slimme combinaties van teelten maakt veel mogelijk. Het probleem is altijd de eerste stap zetten. Die kost wat.”

Al pratende wordt De Graaf steeds enthousiaster. „Duurzaamheid raakt nu in bij stedenplanners. Voeding is hip. De voedselproducerende stad is een begrip aan het worden. Groen en voedsel werden lang als soft beschouwd onder architecten. Maar het besef begint door te dringen dat die thema’s van essentieel belang zijn voor een duurzame stad. Een belangrijk onderdeel van ons verhaal is hoe stadslandbouw de bestaande stad kan verduurzamen. In heel Nederland, ook in Rotterdam, is nieuwbouw maar een klein deel van de totale bebouwing. Daarom zoeken we nu in eerste instantie naar ruimte op en om bestaande gebouwen.”

De Graaf schetst een ambitieus toekomstbeeld: „Rotterdam gaat straks 50 procent van zijn behoefte aan groenten binnen de stadsgrens voortbrengen. Stadslandbouw wordt een normaal verschijnsel door alle klassen heen.” Hoven is wat nuchterder. „Ik ben al heel blij als het Westland wat meer variëteit dan die twee soorten tomaten of paprika’s gaat bieden. Dat aanbod moet beter aansluiten bij de vraag van de stedeling. Dat zou al fantastisch zijn. Verder zou ik 20 restaurants in een inkoopcombinatie willen verenigen.” Hoven ziet restaurant Vandeboer als eerste stap, als ambassade, als etalage voor lokale productie. Waarom dat zo weinig gebeurt? „Koks zijn zo druk met de dagelijkse gang van zaken in hun eettent. Het kost veel tijd om bijvoorbeeld zo’n inkoopcombinatie van de grond te trekken. De logistiek is verdraaid lastig. Maar met trots over die mooie producten hou je het vol. Voor de centen hoef je het niet te doen.”

mailIcon print |