*

 

In Toronto is stadslandbouw een succes

Kees de Vré − 30/05/09, 00:00

De Canadese stad Toronto loopt voorop met stadslandbouw. In tuinen, buurtkassen en volkskeukens zijn mensen gezamenlijk met voedsel bezig.

  • In een tuin van Food Share wordt geoogst. (Laura Berman)
    In een tuin van Food Share wordt geoogst. (Laura Berman)
  • Schoolkinderen kunnen hun eigen lunch verbouwen.  (Laura Berman)
    Schoolkinderen kunnen hun eigen lunch verbouwen. (Laura Berman)
  • Medewerkers van Food share stellen voedselpaketten samen (zie box).   (Laura Berman)
    Medewerkers van Food share stellen voedselpaketten samen (zie box). (Laura Berman)
  •  (Trouw)
    (Trouw)
  • Op het dak van het Royal York hotel in Toronto kweekt de kok kruiden. (Laura Berman)
    Op het dak van het Royal York hotel in Toronto kweekt de kok kruiden. (Laura Berman)

Het is een vreemde gewaarwording om op 19 hoog met louter glas en stenen om je heen in een groene oase te staan. Chef-kok David Garcelon van het luxe Royal York hotel in hartje Toronto bestiert hier, op het hotelterras, al een jaar of tien zijn kruidentuin. Op 1200 m2 dak staan de tijm, basilicum, koriander, munt en nog zo wat kruiden er puik bij. Aan de rand van de vele in houten bakken geteelde kruiden ontluiken peren en pruimen. Tussendoor rijpen de kerstomaatjes in het vele groen. Sinds een jaar heeft Garcelon ook drie bijenvolken gehuisvest. Voor de honing die hij in vele van zijn dagelijkse 6000 maaltijden verwerkt. Het gaat hem om smakelijke en verse ingrediënten, maar ook zorg om het milieu speelt bij hem en zijn werkgever een belangrijke rol.

Een stuk naar het noordwesten in deze Canadese miljoenenstad – de vierde conglomeratie in Noord-Amerika – laat Rhonda Teitel wat later trots haar kas zien, waar zeer gevarieerde groenten groeien. Deze Groene Schuur van 300 m2 is onderdeel van het Stop Gemeenschapscentrum. Deze lichte, luchtige ruimte moet de voornamelijk minder kapitaalkrachtige bewoners van de wijk van duurzaam verbouwd vers eten voorzien, zegt Teitel. „Buurtbewoners kunnen in onze keuken zelf koken en samen met anderen eten.”

Stop dient ook als kenniscentrum voor het groeiend aantal buurtmoestuinen die Toronto telt. Deze dag bijvoorbeeld is de uit Rwanda afkomstige Asumani Serugendo in druk gesprek met een van de Stop-medewerkers. „Ik wil straks in mijn gemeenschap een gezamenlijke moestuin beginnen”, zegt hij naderhand. „Gezond voedsel is belangrijk, maar vaak te duur voor ons immigranten. Mijn kinderen krijgen op school steeds meer te horen over gezond voedsel en vragen zich af of ons eten wel gezond is. Dat is ook een belangrijke motivatie.”

Het zijn slechts twee voorbeelden – voor mensen die geïnteresseerd zijn in urbane landbouw is Toronto een lichtend voorbeeld. Samen met het eveneens Canadese Vancouver loopt deze stad voorop in de ontwikkelde wereld. Toronto kent al decennia een progressief bestuur dat urbane landbouw met geld steunt. Het feit dat de stad de meest multiculturele stad ter wereld is, zal daaraan eveneens bijdragen. Voedsel, het verbouwen ervan en de kennis erover, het gezamenlijk eten, wordt in Toronto gezien als hét middel om gemeenschappen met zeer uiteenlopende etnische achtergronden bij elkaar te brengen. Bij Stop blijkt de kloof soms niet eens groot. „Ik ben er vaak verbaasd over dat mensen die uit uiteenlopende delen van de wereld komen, dezelfde kennis en ideeën over eten hebben”, zegt Teitel.

Al in 1990 werd de Toronto Food Policy Council opgericht, een verzameling experts uit theorie en praktijk die het stadsbestuur van ideeën voorziet. „Toronto formuleerde een concept over de Gezonde Stad, waarbij gezondheid breed werd opgevat”, zegt Wayne Roberts, de voorzitter van de raad. „Dus ook met aandacht voor de sociaal-economische dimensie. Later is dit concept zelfs door de Verenigde Naties overgenomen. Rond de eeuwwisseling kwam daar het milieu bij als onderwerp. Maar langzamerhand drong door dat voeding de verbindende schakel is tussen armoede, integratie, milieu en gezondheid. In 2001 werd daarop het Food Charter opgesteld. Daarin wordt het recht geformuleerd van iedere inwoner van Toronto op voldoende gezond en goedkoop voedsel. Urbane landbouw is toen erkend als meer dan alleen een middel om armoede te bestrijden. Dat gaf natuurlijk een geweldige prikkel. De stad draagt steeds meer scholen, universiteiten en andere openbare diensten op om lokaal voedsel in te kopen.”

De raad van Roberts kreeg steeds meer aanzien. „Vanuit de burgers wordt zoveel ondernomen op het gebied van voedselteelt in de stad. Het is echt heel groot aan het worden. Maar het stadhuis kun je niet negeren natuurlijk. De Food Policy Council is de schakel tussen die twee werelden. Het is een laboratorium voor ideeën die, zo gauw ze zijn gerijpt, worden doorgesluisd naar ambtenaren en ngo’s.” Terwijl we praten, wordt Roberts gebeld: in een commissie van de gemeenteraad is het wetsvoorstel aangenomen dat elk gebouw in Toronto – voor zover mogelijk – moet worden voorzien van een groen dak. Roberts glimt. „Nu de gemeenteraad nog.”

Volgens de sociaal-geograaf Luc Mougeot, een van de wetenschappelijke keien op het gebied van de urbane landbouw, zal de politiek steeds meer gaan luisteren. „Je ziet steeds meer coalities ontstaan tussen groepen uit de milieu- en voedingshoek die allerlei vormen van stadslandbouw nastreven. Er is daar zoveel winst te behalen dat stadsbestuurders daar wel op in moeten gaan.”

Mougeot, die werkt bij het International Development Research Centre in Ottawa, heeft veel ervaring met urbane landbouw in derde wereldlanden. „Daar zijn honderden miljoenen mensen bezig met teelt van vers voedsel dichtbij hun huis, in elke open ruimte die daar maar geschikt voor is. Het is een goedkope manier om land te gebruiken waarbij soms ook reststromen – ook menselijke uitwerpselen – hergebruikt worden. Het geeft eten, inkomen en meer gezondheid. In Azië, waar het werken op kleine oppervlakten wordt gekoppeld aan veel technologie, zie je opbrengsten zo hoog oplopen dat steden zo goed als zelfvoorzienend zijn in hoogwaardige voeding als groenten en fruit. Maar wat urbane landbouw vooral geeft, is meer eigenwaarde. Door het telen van je eigen voedsel, of belangrijke onderdelen ervan, maak je je onafhankelijk van de globaliserende wereld. Daaraan word je nu eenmaal blootgesteld, maar met urbane landbouw ben je in staat om je eigen verdediging op te bouwen. Het maakt veel creativiteit vrij.”

Op de Ryerson Universiteit in hartje Toronto laten Joe Nasr en June Komisar zien hoe bewoners van grote westerse steden die verdediging vorm kunnen geven. Komisar, hoogleraar architectuur, pakt een paar van de vele artist impressions die enkele van haar studenten hebben gemaakt voor de tentoonstelling ’Carrot City’, die onlangs in Toronto werd gehouden. Aanlokkelijke beelden van moestuinen achter glas onder hoog gebouwde snelwegen, waar gebruik wordt gemaakt van de beweging van de auto’s om energie op te wekken, vele varianten aan groene daken, teelt langs spoorrails, verticale teelt in gebouwen tussen twee glazen wanden.

Ook staan in de opslagruimte van Ryerson voorbeelden van urbane landbouw die al wel zijn gerealiseerd: teelt in immense kunststof zakken op verlaten en mogelijk vervuilde fabrieksterreinen, teelt in uitgeholde betonnen palen die in de bouw al worden gebruikt en met een lichte aanpassing geschikt zijn gemaakt voor voedselteelt op een kleine ruimte. „Als je dit ziet”, zegt Nasr, een van de aartsvaders van de urbane landbouw, „zijn we nog amper begonnen met nadenken over de mogelijkheden van teelt in en rond huizen en andere gebouwen. Die integratie van landbouw en architectuur, stedenplanning in het algemeen, gaat nu vorm krijgen. Er is zo veel mogelijk. En het opvallende is dat veel jongeren zich ervoor interesseren.”

Alle enthousiasme ten spijt zal ook bij koploper Toronto nog menige noot moeten worden gekraakt, wil urbane landbouw echt iets om de hakken krijgen. „Je gaat toe naar een verdeling urbane landbouw, peri-urbane landbouw en landbouw in de verre buitengebieden”, zegt Rod MacRae, hoogleraar milieukunde en lid van de Toronto Food Policy Council. „Die stadslandbouw is er vooral voor de verse en goedkope groentespecialiteiten. Elke etnische groep kan zo zijn eigen wensen vervullen. Peri-urbane landbouw, zeg maar aan de stadsranden, is er met name voor het houden van dieren. Hier kun je werken aan de relatie van boeren en hun consumenten. In verre gebieden blijft de bulk geteeld worden, granen vooral.”

MacRae is bezig met het schrijven van een rapport voor de gemeenteraad waarin hij de vraag stelt: Kan urbane landbouw voor 10 procent voorzien in de benodigde voeding voor de inwoners van Toronto? „Dan heb je 2300 ha nodig, de helft op braakliggende terreinen, de andere helft kan op groene daken worden gerealiseerd. Toronto heeft 5000 ha aan mogelijke groene daken, maar is elk dak geschikt voor het verbouwen van voedsel? Stedenplanners en projectontwikkelaars doen moeilijk en de provinciale politiek wil ook niet echt. Ik geloof dat het uiteindelijk goed komt, maar de toepassing van dit scenario zal zeker 15 jaar kosten.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />