De bouw wil niet dezelfde fout maken als tijdens de vorige bouwdip, toen vakmensen weg moesten en later tekorten optraden. Daarom stopt de sector 64 miljoen euro in een scholingsplan.
Scholen worden nog gebouwd, huizen opgeknapt en winkels gerenoveerd. Met dank aan bouwafspraken die nog voor of tijdens het begin van de kredietcrisis zijn gemaakt, is er in de bouwsector (nog) geen sprake van een grote ontslaggolf. Dat zal na de zomer anders zijn, vrezen vakbonden en werkgevers.
„Er staan 50.000 banen op de tocht”, zegt John Kerstens, vicevoorzitter van FNV Bouw, vanaf morgen voorzitter van de Bond. „Ik ben erg bang dat veel bedrijven nu denken dat er niks aan de hand is en pas ingrijpen als het te laat is.”
Kerstens is dan ook erg enthousiast over een initiatief van de vakbonden en werkgevers in de bouw om werknemers op te leiden en als vervanging jongeren in een leerwerktraject aan te nemen.
Normaal gesproken hebben bouwvakkers, timmerlieden en dakdekkers twee dagen per jaar recht op bijscholing. Dat wordt betaald uit opleidingspotjes van de sector zelf. Maar dit jaar en in 2010 wordt het grootser aangepakt en moet 64 miljoen euro uit die potjes worden gebruikt om zo’n 3000 tot 4000 werknemers tot wel veertig dagen aan lestijd te geven. Het geld daarvoor komt uit het opleidingsfonds. Daaruit wordt ook een compensatie aan de werkgever betaald, voor de tijd dat de werknemers op cursus zit en niet aan het werk is.
Van werkgevers die op deze manier hun bedrijf veilig willen stellen en hun werknemers gratis verder willen bekwamen in bijvoorbeeld vloertegel lijmen, graven of beton spuiten, wordt ook een tegenprestatie verwacht. Zij moeten zich inspannen om net zoveel jongeren in opleiding te nemen als ze normaal gesproken doen. Werkgevers die de afgelopen twee jaar geen scholieren hebben aangenomen in een opleidingstraject, moeten voor elke honderd uur die ze aan scholing vragen, één jongere aannemen.
Het kabinet heeft al een regeling ingesteld waarbij werkgevers hun mensen tijdelijk voor een deel van de werktijd met een uitkering naar huis kunnen sturen. In de vrijgekomen tijd moeten de werknemers opgeleid worden. Dat blijkt in de praktijk lang niet altijd te werken. Daarom is de nieuwe, concrete invulling van de opleidingen erg welkom.
Toch mag er wat betreft Elco Brinkman, voorman van Bouwend Nederland, wel een tandje bij. Het crisisgeld dat nog niet is toebedeeld, moet snel een bestemming krijgen, bijvoorbeeld met een lagere btw op bouwproducten, vindt Brinkman, overigens net als de vakbonden. „Als de werkloosheid in de bouw zo meteen echt groter wordt, ben je te laat met plannen.”
Minister Van der Laan van wonen onderzoekt nog hoe het kabinet kan stimuleren dat mensen hun huis laten isoleren. Of dat mensen de stap durven te zetten om een huis te kopen.
Minister Donner van sociale zaken snapt dat de sector haast heeft, maar wil niet overhaast meegaan met bijvoorbeeld het ophogen van de Nationale Hypotheekgarantie. „De vraag is of je die risico’s van de banken over moet willen nemen.”
Donner ziet veel soortgelijke initiatieven, zoals gisteren door de bouwsector genomen. Zo worden er ook in de metaal en bij het wegvervoer afspraken over scholing gemaakt. Die taak wil hij als bewindsman niet overnemen, ook niet als bedrijven moeite hebben om de deeltijd-WW op een goede manier in te vullen. „Dit soort initiatieven hebben juist waarde omdat ze uit de sector zelf komen”, aldus de minister.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.